Categorie archief: Utrecht

De Kop van Lombok

De wijk Lombok is de afgelopen verrijkt met een nieuwe moskee -ULU Camii- en het begin van deze  buurt is nu voorzien van een plein waarop wat nieuwe winkeltjes en restaurants zijn gevestigd. De twee trotse torens van de moskee zijn vanuit de trein beeldbepalend voor de skyline van de buurt. De moskee is op de begane grond voorzien van een thee- en eethuis. Ook dit islamitische godshuis wordt net als veel christelijke kerken multifunctioneel gebruikt. Vanuit het plein zijn op de achtergrond de torens van o.a. het stadskantoor, het NH-hotel en van het Hekking (WTC)-gebouw zichtbaar.

Het is een morgen in de lente, redelijk weer en het plein is nu, kwart over tien, nog zo goed als leeg. De terrassen zijn nog leeg. Er spelen enkele kinderen en er komt een mevrouw met een rollator voorbij. Bijna overbodig te melden dat veel mensen, jong en oud, van buitenlandse komaf zijn. Daartussen door gaan jonge Nederlandse moeders met kun kind in de buggy, jongelui op de OV-fiets met in een hand hun smartphone, jonge Marokkaanse vaders met aan elk hand een kind. Lombok heeft een veelkleurige bevolking en iedereen gaat er zijn gang. In de Damstraat en Kanaalstraat is er volop leven.

Er zijn nu nog meer winkels en winkeltjes dan tien jaar terug. Er doorheen wandelend hoor ik Arabisch, Spaans en Frans praten. Vrijwel elk pand heeft op de begane grond een winkel: veel groenten-en-fruitwinkels, maar ook kappers, reiswinkels, viswinkels, halalslagers en telefoonwinkels. Een aantal Nederlandse winkeliers ken ik nog van vroeger dagen, waaronder een beddenwinkel, een tijdschriften annex rookwarenzaak, een slijterij en de Albert Hein die nu de Damstraat een nieuw pand aan de overkant in gebruik heeft genomen. Het gebouw waarin zij huist is een groot tamelijk nieuw pand waarin aan de kant van de Vleutenseweg nog enkele neringdoenden zijn gevestigd en waar tevens de ingang is van een parkeergarage.

Aan de moskeekant heeft dit gebouw een gegolfde gevel van grijze stenen en op de vier verdiepingen zijn smalle hoge ramen van woningen. Hier beneden zijn enkel horecavestigingen-met-terras waar het bij mooi weer goed toeven is.

De goedopgeleide jongeren in deze wijk gaan per fiets of lopen met hun rugzak met stevige pas gericht naar hun bestemming. Daartussen door lopen zeer ontspannen exotisch uitgedoste jonge mensen te flaneren, met en zonder sluier of hoofddoek, en gaan rustig wandelend hun boodschappen doen.

Ook hier is het meer gewoon geworden dat je buiten de deur ontbijt of luncht, getuige de daartoe uitnodigende borden bij winkelpuien of op terrasjes. Allerlei geuren prikkelen mijn neus. De groentenwinkels en kruideniers hebben steevast hun verse waren onder een overkapping buiten gezet; de luifels zijn voorzien van bosjes gekleurde plastic zakken waarin de klant zelf het fruit en groenten in kan doen om binnen af te rekenen. Schoon kun je straat niet noemen. Naast de buitenlandse  kruidenierszaken liggen op de stoep lege dozen en kratten opgetast. De frequentie van het ophalen hiervan is mij niet bekend, ik vermoed: vrijwel dagelijks. Niet schoon maar wel vol leven

Witte bestelbusjes rijden af en aan om hun spullen bij de winkels te brengen. Kortdurende verkeersopstoppingen zijn hier gewoon, niemand die zich druk erover maakt. Oudere mensen met wandelstok, buggy met kleinkind of met rollator krijgen de tijd om over te steken. Veel Hollandse winkeliers hebben de afgelopen 30 jaar plaats gemaakt voor met name Marokkaanse ondernemers ook hier veel kleine horecavestigingen waar je een ontbijt, broodjes en koffie kunt krijgen.

Enkele weken later, op een zonnige zaterdag is het druk op straat, de groetenwinkels hebben nu grote bakken met veelkleurig fruit, appels en aardbeien, maar ook de meer exotische waaronder mango’s en bakbananen. De Damstraat en de Kanaalstraat zijn wat betreft verkeer drukke straten. Auto’s rijden met open ramen af en aan maar niemand laat zich erdoor ergeren bij het wachten bij kruispunten. Uit een enkele auto klinkt stevige met zware bassen verrijkte muziek. Voetgangers en fietsers gaan ook nu relaxed hun gang. Op straat wordt er niet gegeten en ook kinderen krijgen tijdens de boodschappen geen hapjes: het is Ramadantijd. Naast me op een bankje zit een mevrouw die als begeleider functioneert van een wat norse oudere man op een scootmobiel. Hij moppert op het vuil en de dozen op straat en de mevrouw wijst “allochtonen” aan als de schuldigen. “Zij komen uit een Derde Wereldland en zijn dat gewend.” De man vertelt dat hij vroeger ondernemer was, hij handelde in tweedehands medische apparatuur met Derde Wereld-partijen. Zijn bedrijf was gevestigd op de Bemuurde Weerd en raakte financieel aan de grond als gevolg van een echtscheiding. Hij vertelt dat hij op zijn slaapkamer nog een verzameling apparatuur heeft als aandenken en ook als hobby: hij meet van alles aan zijn lijf.

Een man op een fiets legt zijn dochtertje uit wanneer zij met haar fiets even moet stoppen en waar ze moet rijden. Een man loopt driftig te bellen terwijl hij met zekere pas zijn weg gaat naar zijn doel. De vrouwen van buitenlandse komaf lopen, vaak met taskarretje of buggy, en zie ik niet fietsen, behalve de jongere, die dan handig met hun donkere kleding op hun fiets manoeuvreren. Men gaat zijn gang en stoort zich niet aan anderen. Een oudere man schuifelt voorzichtig met een wandelstok vooruit. Het rustig rijdende verkeer wordt opgeschrikt door een in het zwarte geklede jongeman die luid laat horen dat hij trots is op zijn motor en de gashendel soepel kan bedienen. Hij oogst hoofdschuddende afkeurende blikken.

Op een muurtje raadpleegt een Afrikaan uitgebreid zijn mobiel, belt en neemt daarna weer langere tijd kennis van zijn schermpje en houdt daarbij soms zijn hand boven het scherm om de zon te weren. Een  groepje kauwen maakt luidruchtig ruzie over een stukje brood dat een van hen gevonden heeft. Het gevecht duurt slechts kort, een ervan is handig en gaat er snel met de buit vandoor.

Naarmate de dag vordert wordt het verkeer drukker en staan er soms een lange rij aan het begin van de Damstraat op doorgang te wachten. Het maakt dat er meer genoten kan worden van de muziek vanuit de open raampjes. Maar ook in deze files zie ik geen onrustige of vloekende automobilisten.

Multiculti lijkt hier te betekenen: ontspannen met soms een glimlach.

(april 2019)

De Plantage

De Plantage is een plein aan de west kant van de Amsterdamsestraatweg. Vroeger was hier een slachterij, de gemeenteslachtplaats. Rond de eeuwwisseling is dit plein heringericht. Het wordt omringd door tamelijk nieuwe flatgebouwen met vijf verdiepingen waarvan de begane grond winkels betreffen en daarboven zijn vier woonlagen voor flats met balkon. Op het plein is in het midden een parkeerplaats die aan de noordoost kant wordt begrensd door een

met een ronde afscheiding eindigend klein stukje begroeiing in de vorm van een grote pergola, die begroeid is met het begin van enkele rozen, gouden-regens en wat lage struikjes. In de pergola is zitruimte op twee banken.  

Deze kant grenst aan de Royaards van Hamkade en de gebouwen zijn hier wat hoger, hebben zes woonlagen en bieden van deze kant de aanblik van een bolwerk. Hieronder zijn parkeergarages aangebracht.

Het plein biedt ruimte aan spelende kinderen, wandelend winkelpubliek en heeft op de zuidelijke helft een afscheiding met hagen waar­achter bankjes staan. De voorkant, aan de zuid-westkant is gelegen tegen de Amsterdamse­straatweg wordt ingenomen door een statig vierkant gebouw uit het begin van de 20ste eeuw. Het heeft hoge ramen, gevels die aan de bovenkant versierd zijn met eenvoudige stenen mozaïekjes en biedt nu onderdak aan het wijkservicecentrum Noordwest.

Voorheen was dit wellicht het hoofdgebouw van de slachterij of een politie­bureau die

ooit elke wijk van enige omvang had. Aan weerskanten van dit gebouw kun je doorlopen naar de straatweg, het biedt met andere woorden toegang tot het plein vanaf de Straatweg. De ene toegang wordt gemar­keerd door de restanten van een toegangspoort, waarschijnlijk was dit de toegang met hek tot de slachterij. Naast de beide

entrees staan aan beide weerskanten een gebouw van kleiner formaat, maar in dezelfde stijl gebouwd. Deze drie gebouwen zijn de enige die nog over gebleven zijn na de sloop van de slachterij in 1988-89[1] Naast de linker toegang tot dit plein staat een bronzen drinkend paard (Tom Claassen, 1996),


[1] Bron: Wikipedia

beter een knol te noemen, een breed vlezig werkpaard, dat aan de gemeentelijk slachtplaats herinnert.

Voor het wijkservicecentrum is een fontein aangelegd die zo af en toe wat water opspuit, tot zo’n 60 centimeter hoogte; een bord wijst het publiek erop dat dit water geen drink­water is. Vier forse ronde bloem­bakken, niet beplant met bloemen maar met heesters, staan op de hoekpunten van de fontein.

Het plein is ruim voorzien van nog jonge bomen die, wanneer ze wat volgroeid zijn een groen aanblik gaan geven. Duiven zijn de vaste bewoners van dit plein die in groepjes hun kostje bij elkaar scharrelen. Op een van de bankjes zijn drie mannen in een gesprek gewikkeld. Zij maken niet de indruk beperkt te zijn in de tijd die ze hiervoor hebben. Wat later zitten op een andere bank twee vrouwen met een hoofdoek een sigaret te roken en praten wat met elkaar.

De winkels aan het plein zijn gericht op mensen met een beperkte portemonnee: een supermarkt, een vestiging van de Action en een vestiging van een multiculti supermarktketen: Tangermarkt (deze keten telt 16 vestigingen in Nederland en België). Verder zijn er een drogist van een goedkope keten en nog een tapijtenzaak. De mensen die langs lopen zijn voor een flink deel Utrechters met een, zoals dat nu heet, migratieachtergrond. Ze hebben, het is op deze doordeweekse herfstdag niet druk, soms een tas of rollator bij zich en lopen in een rechte lijn van de ene naar de andere kant.  Op zeker moment zie ik drie oudere vrouwen zich ieder vooruit werken met hun rollator; hun voortgang wordt belemmerd door een aangelijnd hondje.

Maar iedereen doet hierbij rustig aan. Haast en dringen is er niet bij. Fietsers, brommers hebben naast het wandelend publiek hier volop de ruimte. Op een mooie dag, vandaag is het kil en regenachtig, zal het hier prettig toeven zijn.

(oktober 2018)

Opstellen over de stad Utrecht

De afgelopen twee jaar heb ik met tussenpozen een aantal opstellen geschreven over de stad Utrecht, openbare plekken wel te verstaan. Ik ging een morgen of middag naar een plek ging daar zitten en schreef op wat ik zag en hoorde. Als je de tijd neemt of hebt zie je van alles beter, hoor je beter het lawaai en ook het gelach.

De komende tijd publiceer ik hier deze opstellen.