Het Griftpark

Het Griftpark bestaat in haar huidige vorm zo’n twintig jaar. Ik ga er eens kijken hoe het bezocht en gebruikt wordt en wat er zoal gebeurt.

Het is een zondagmiddag een rustige herfstdag in de coronadagen van 2020. De zon is bij vlagen flauwtjes aanwezig, de wind waait zwak.

Ik zit op een bankje tegenover een plas. Meerkoeten en meeuwen komen dichterbij nadat ik ga zitten, vermoedelijk in de hoop wat eten te snaaien. Enkele bankjes zijn bezet. In de kinderboerderij is er volop leven. Kinderen geven de beesten eten en aaien de schapen. Oudere stellen maken hun rustige zondag­middag wandeling. Hardlopers rennen voorbij in duo’s rustig kletsend of alleen in een behoorlijk tempo. Jonge ouders met hun kinderen lopen voorbij; kleine dreumesen rennen en struikelen vooruit op hun ouders met kinderwagen.

Ook eenlingen lopen hier, soms stil maar sommigen voeren uitgebreide gesprekken via hun oortjes met iemand elders. Groepjes van acht of tien mensen zie ik niet, de sociale hygiëneregels worden nageleefd. Mensen leven in hun eigen cocon en maken geen contact met anderen.

Een stel dat mij niettemin aanspreekt en goedendag zegt is een welkome uitzondering. Het Griftpark is blijkbaar de afgelopen twintig jaar uitgegroeid tot een ontmoetingsplaats voor wandelaars, sporters, tieners, gezinnen en jonge skaters. Er is horeca (nu gesloten op behalve een afhaalloket). Aan de vele nog niet uitgegroeide bomen kun je zien dat het park nog jong is.

Iedereen vindt er iets van zijn gading: individuele wandelaars tijdens hun middagpauze, fitnessclubjes, natuurvrienden die op het wilde gedeelte afkomen, jongelui die hun kunsten laten zien op een grote skatebaan.

Het Griftpark is een park in de stad Utrecht gelegen in de wijk Noordoost en aan de straten Blauwkapelseweg en Kleine Singel. Het Griftpark is gelegen tussen de Vogelenbuurt, Tuinwijk en Wittevrouwen, op de plek waar sinds 1860 de Gemeentelijke Gasfabriek en sinds 1876 de Vaalt (verzamelplek van huisafval, fk) was. In 1960 werd de gasfabriek gesloten en gesloopt. Het terrein was echter sterk verontreinigd geraakt. Het park kreeg daarom in Utrecht de bijnaam Gifpark. Tussen 1993 en 2002 werd de bodem in het gebied gesaneerd, waarna het opnieuw werd ingericht als stadspark. De verontreinigde grond is als het ware ingepakt waardoor het gif geen schade meer kan aanrichten.

In januari 2008 werd bekend dat er in de vervuilde grond een bacterie gevonden is die zich voedt met de vervuiling. Men schat dat het nog 30 tot 40 jaar gaat duren voordat op deze manier alle grond gereinigd zal zijn. Vanaf mei 2019 worden boringen in het park uitgevoerd om te onderzoeken hoe het staat met de natuurlijke afbraak door deze bacterie.

Foto: P. Brasse, HCCNet

In het park bevindt zich een skatebaan die grote populariteit geniet. Net als de voetbalkooi, veelal gebruikt door studenten. Verder zijn er in het park o.a. een kinderboerderij en een restaurant. Door het park loopt het stroompje de Biltsche Grift waar het park zijn naam aan dankt.[1]

Een gezin loopt langs druk delibererend over het eten van vanavond. Een man met loslopende hond, die eigenlijk aangelijnd moet zijn, komt langs. In de tegenoverliggende richting nadert een man die zijn hondje draagt, er misschien niet op vertrouwend dat zijn hondje door de andere met rust zal worden gelaten. Wat verder, op  een bank, zitten twee oudere vrouwen met een rollator zachtjes met elkaar te praten, af en toe een blik werpend op een jong stel dat dicht tegen elkaar op een andere bank zit. Plots wordt de relatieve rust door geschreeuw van de vogels verstoord wanneer een man een zak brood komt versnipperen. De meerkoeten zijn erg efficiënt in het benaderen van de gulle gever en vooraan te staan bij het uitdelen.

Een stel komt naast me op een andere bank zitten en begint een gesprek over het park. Geboren in Wittevrouwen hebben ze vroeger op het terrein van de gasfabriek en bij de vaalt veel gespeeld. Enthousiast vertellen ze over de tijd dat ze hier nog onbewaakt en onbespied door ouders en andere volwassenen allerlei kattenkwaad konden uithalen. Buitenspelen was avonturen beleven.

Een hardloper met weinig looptechniek sjokt voorbij. Stellen wandelen voorbij en praten zachtjes wanneer ze mij passeren.

Een ouder stel komt stevig gearmd voorbij, maken hun zondagse wandeling en maken ook een praatje. De groepjes wandelaars worden groter, drie – vier mensen, het wordt ook drukker. Naarmate het aantal mensen toeneemt, lijken de vogels zich terug te trekken. Kinderen ruziën over een stuk speculaas wordt en of eerst de speeltuin of eerst de kinderboerderij bezocht wordt. Twee stellen die hier uit de buurt komen kennen elkaar blijkbaar en maken een praatje op afstand. Als er nog een stel in de kring aansluit maakt iemand de opmerking dat het op een samenscholing begint te lijken.

Intussen hebben de meerkoeten en de meeuwen gezelschap gekregen van twee bruine ganzen en twee zwarte aalscholvers. Vooral de aalscholvers doen heel druk in het water. Wanneer er een kind verschijnt met ongepelde pinda’s is de schare vogels onmiddellijk weer volop terug. Een oude man, met mondpakje en wandelstok met messing knop zit nu op het bankje naast me en bekijkt het tafereel van de vogels met belangstelling.

Even verderop spelen jongens vooral, ik zie weinig meiden, met stepjes en skates op de skatebaan. De sprongen omhoog uit de betonnen kom zijn hoog en spectaculair. Het grasveld voor de betonnen kom is drassig. De bewoners van de blauwe flat erachter hebben voortdurend uitzicht op dit speelse gebeuren. Of ze er blij mee zijn is de vraag. ’s Avonds zullen er ook jongelui met muziekdragers te horen zijn en deze gaan meestal niet bijtijds naar bed. Even later zie ik een geel bordje staan waarop gemeld wordt dat na 22.00 u en voor 6.00 u het park verboden terrein is.

Wat later loop ik door het minder aangeharkte (“natuurlijke”) deel en zie ik op momenten de grote ijzeren beeldengroep van Thomas Schütte her en der boven de begroeiing uitsteken.

Als ik een dag later terugkom schijnt de zon volop maar is het veel stiller. De kinderboerderij en de speeltuin zijn gesloten. Het is maandag, kinderen zijn naar school. Bezoekers zijn wandelaars die een hond uitlaten of een ommetje maken tijdens werkpauze. Zij die alleen lopen voeren vrijwel allemaal een gesprek via hun telefoon. Een persoon is hoorbaar aan het onderhandelen over een opdracht. De vogels lijken te weten dat ze van de bezoekers van vandaag niets te verwachten hebben en komen niet dichterbij om te bedelen. Het stil, alleen het geschreeuw van de meeuwen en het gedruis van het verkeer op de Blauwkapelseweg zijn hoorbaar. En intussen genieten enkele bezoekers op een bankje van de aangename herfstzon.

De bovengrondse rust heeft haar tegendeel onder de grond. Daar werken miljoenen bacteriën met z’n allen de bodemvervuiling weg die de gasfabriek en de Vaalt hier in vroeger tijden achter lieten.

(november 2020)


[1] Bron: Wikipedia