Categorie archief: Utrecht

Het Griftpark

Het Griftpark bestaat in haar huidige vorm zo’n twintig jaar. Ik ga er eens kijken hoe het bezocht en gebruikt wordt en wat er zoal gebeurt.

Het is een zondagmiddag een rustige herfstdag in de coronadagen van 2020. De zon is bij vlagen flauwtjes aanwezig, de wind waait zwak.

Ik zit op een bankje tegenover een plas. Meerkoeten en meeuwen komen dichterbij nadat ik ga zitten, vermoedelijk in de hoop wat eten te snaaien. Enkele bankjes zijn bezet. In de kinderboerderij is er volop leven. Kinderen geven de beesten eten en aaien de schapen. Oudere stellen maken hun rustige zondag­middag wandeling. Hardlopers rennen voorbij in duo’s rustig kletsend of alleen in een behoorlijk tempo. Jonge ouders met hun kinderen lopen voorbij; kleine dreumesen rennen en struikelen vooruit op hun ouders met kinderwagen.

Ook eenlingen lopen hier, soms stil maar sommigen voeren uitgebreide gesprekken via hun oortjes met iemand elders. Groepjes van acht of tien mensen zie ik niet, de sociale hygiëneregels worden nageleefd. Mensen leven in hun eigen cocon en maken geen contact met anderen.

Een stel dat mij niettemin aanspreekt en goedendag zegt is een welkome uitzondering. Het Griftpark is blijkbaar de afgelopen twintig jaar uitgegroeid tot een ontmoetingsplaats voor wandelaars, sporters, tieners, gezinnen en jonge skaters. Er is horeca (nu gesloten op behalve een afhaalloket). Aan de vele nog niet uitgegroeide bomen kun je zien dat het park nog jong is.

Iedereen vindt er iets van zijn gading: individuele wandelaars tijdens hun middagpauze, fitnessclubjes, natuurvrienden die op het wilde gedeelte afkomen, jongelui die hun kunsten laten zien op een grote skatebaan.

Het Griftpark is een park in de stad Utrecht gelegen in de wijk Noordoost en aan de straten Blauwkapelseweg en Kleine Singel. Het Griftpark is gelegen tussen de Vogelenbuurt, Tuinwijk en Wittevrouwen, op de plek waar sinds 1860 de Gemeentelijke Gasfabriek en sinds 1876 de Vaalt (verzamelplek van huisafval, fk) was. In 1960 werd de gasfabriek gesloten en gesloopt. Het terrein was echter sterk verontreinigd geraakt. Het park kreeg daarom in Utrecht de bijnaam Gifpark. Tussen 1993 en 2002 werd de bodem in het gebied gesaneerd, waarna het opnieuw werd ingericht als stadspark. De verontreinigde grond is als het ware ingepakt waardoor het gif geen schade meer kan aanrichten.

In januari 2008 werd bekend dat er in de vervuilde grond een bacterie gevonden is die zich voedt met de vervuiling. Men schat dat het nog 30 tot 40 jaar gaat duren voordat op deze manier alle grond gereinigd zal zijn. Vanaf mei 2019 worden boringen in het park uitgevoerd om te onderzoeken hoe het staat met de natuurlijke afbraak door deze bacterie.

Foto: P. Brasse, HCCNet

In het park bevindt zich een skatebaan die grote populariteit geniet. Net als de voetbalkooi, veelal gebruikt door studenten. Verder zijn er in het park o.a. een kinderboerderij en een restaurant. Door het park loopt het stroompje de Biltsche Grift waar het park zijn naam aan dankt.[1]

Een gezin loopt langs druk delibererend over het eten van vanavond. Een man met loslopende hond, die eigenlijk aangelijnd moet zijn, komt langs. In de tegenoverliggende richting nadert een man die zijn hondje draagt, er misschien niet op vertrouwend dat zijn hondje door de andere met rust zal worden gelaten. Wat verder, op  een bank, zitten twee oudere vrouwen met een rollator zachtjes met elkaar te praten, af en toe een blik werpend op een jong stel dat dicht tegen elkaar op een andere bank zit. Plots wordt de relatieve rust door geschreeuw van de vogels verstoord wanneer een man een zak brood komt versnipperen. De meerkoeten zijn erg efficiënt in het benaderen van de gulle gever en vooraan te staan bij het uitdelen.

Een stel komt naast me op een andere bank zitten en begint een gesprek over het park. Geboren in Wittevrouwen hebben ze vroeger op het terrein van de gasfabriek en bij de vaalt veel gespeeld. Enthousiast vertellen ze over de tijd dat ze hier nog onbewaakt en onbespied door ouders en andere volwassenen allerlei kattenkwaad konden uithalen. Buitenspelen was avonturen beleven.

Een hardloper met weinig looptechniek sjokt voorbij. Stellen wandelen voorbij en praten zachtjes wanneer ze mij passeren.

Een ouder stel komt stevig gearmd voorbij, maken hun zondagse wandeling en maken ook een praatje. De groepjes wandelaars worden groter, drie – vier mensen, het wordt ook drukker. Naarmate het aantal mensen toeneemt, lijken de vogels zich terug te trekken. Kinderen ruziën over een stuk speculaas wordt en of eerst de speeltuin of eerst de kinderboerderij bezocht wordt. Twee stellen die hier uit de buurt komen kennen elkaar blijkbaar en maken een praatje op afstand. Als er nog een stel in de kring aansluit maakt iemand de opmerking dat het op een samenscholing begint te lijken.

Intussen hebben de meerkoeten en de meeuwen gezelschap gekregen van twee bruine ganzen en twee zwarte aalscholvers. Vooral de aalscholvers doen heel druk in het water. Wanneer er een kind verschijnt met ongepelde pinda’s is de schare vogels onmiddellijk weer volop terug. Een oude man, met mondpakje en wandelstok met messing knop zit nu op het bankje naast me en bekijkt het tafereel van de vogels met belangstelling.

Even verderop spelen jongens vooral, ik zie weinig meiden, met stepjes en skates op de skatebaan. De sprongen omhoog uit de betonnen kom zijn hoog en spectaculair. Het grasveld voor de betonnen kom is drassig. De bewoners van de blauwe flat erachter hebben voortdurend uitzicht op dit speelse gebeuren. Of ze er blij mee zijn is de vraag. ’s Avonds zullen er ook jongelui met muziekdragers te horen zijn en deze gaan meestal niet bijtijds naar bed. Even later zie ik een geel bordje staan waarop gemeld wordt dat na 22.00 u en voor 6.00 u het park verboden terrein is.

Wat later loop ik door het minder aangeharkte (“natuurlijke”) deel en zie ik op momenten de grote ijzeren beeldengroep van Thomas Schütte her en der boven de begroeiing uitsteken.

Als ik een dag later terugkom schijnt de zon volop maar is het veel stiller. De kinderboerderij en de speeltuin zijn gesloten. Het is maandag, kinderen zijn naar school. Bezoekers zijn wandelaars die een hond uitlaten of een ommetje maken tijdens werkpauze. Zij die alleen lopen voeren vrijwel allemaal een gesprek via hun telefoon. Een persoon is hoorbaar aan het onderhandelen over een opdracht. De vogels lijken te weten dat ze van de bezoekers van vandaag niets te verwachten hebben en komen niet dichterbij om te bedelen. Het stil, alleen het geschreeuw van de meeuwen en het gedruis van het verkeer op de Blauwkapelseweg zijn hoorbaar. En intussen genieten enkele bezoekers op een bankje van de aangename herfstzon.

De bovengrondse rust heeft haar tegendeel onder de grond. Daar werken miljoenen bacteriën met z’n allen de bodemvervuiling weg die de gasfabriek en de Vaalt hier in vroeger tijden achter lieten.

(november 2020)


[1] Bron: Wikipedia

Gagelhof en omgeving

Het is niet druk, zo midden op de dag een mooie mei dag, bij het winkelcentrum De Gagelhof. In zomerse kledij, zonder jas, lopen mannen en vrouwen, veelal van middelbare leeftijd of ouder naar een van de winkels, waarvan de supermarkt van Dirk de meest bezochte is. Het is Coronatijd, ik zie geen groepjes mensen, wel eenlingen, soms fietsend over het pleintje. De mobiele Halal fastfoodzaak doet goede zaken, de merendeel jonge klanten staan in een (korte) rij en houden netjes afstand. De klandizie oogt als met een migratieachtergrond. Geregeld komen klanten in hun auto aan, parkeren op de parkeerplaats en stappen op een winkel af. Een enkel busje van een leverancier parkeert en laat bij het uitladen de motor doorlopen.

Een groepje basisschoolkinderen wacht met een drietal begeleiders op.., ja waarop? Wie weet zie ik dat zo dadelijk.

De Gagelhof is een winkelcentrum die bestaat uit een twaalftal winkelpanden die in een boog gepositioneerd zijn op de hoek van een kruispunt. De winkels -een tabakszaak, een restaurant, een huisartsenpraktijk, een bakkerij, een groentezaak en een supermarkt – zijn de begane grond van een in een ronde bocht opgetrokken woonflat met nog vier woonlagen. De nog frisse rood-oranje kleur van de bakstenen gevel doet vermoeden dat het gebouw rond de twintig jaar oud is. De flatwoningen hebben alle een balkon, waarvan sommige zijn versierd met bloembakken of vlaggetjes. Zonder dat ik het merkte is het groepje basisschoolkinderen intussen verdwenen.

De Oranjerivierdreef die op dit plein uitkomt kent eveneens nog een rij winkels: waaronder een kapper, belwinkel, zonnebank. Ook in dit straatje is er weinig publiek. Verkeer is niet-doorgaand maar gaat of komt naar een woning of winkel in de straat.

Op het plein staan een tiental boompjes met fijn getande lichtgroene blaadjes die het frisse lente-uiterlijk nog niet kwijt zijn. De boompjes geven het plein kleur gaat het plein de komende jaren steeds meer overschaduwen, zo is mijn verwachting. Tussen de bomen staan twee straatlantaarns die met een geel-glazige kap zijn uitgerust, een Ikea-schemerlamp in het groot.

De tabakszaak doet aan branchevervaging, zoals dat in de schoolboekjes heet: men verkoopt van allerlei, er staan een tiental boodschappenwagentjes in vele kleuren buiten op hun koper te wachten. Het plein word rustiger en stiller naarmate het middaguur verder achter ons ligt. Over blijven vooral de dertig tot vijftig holenduiven die hier ook hun domicilie hebben. Aan het gedrag van het schaarse publiek is niets te zien van enige coronagedrag, naast de al genoemde rij bij de fastfood. Slechts een enkele draagt een mondkapje.

In het aangrenzende Gagelpark is het stil er is weinig volk dat een wandeling neemt, aan het sporten is of luiert in de zon. Het park wordt slechts door een enkele voorbijganger doorkruist. Bij een sportveldje is twee volwassenen met enkele kinderen een spel een spel met houten stokblokjes aan het spelen. Met de blokjes gooit men naar blokjes van de tegenstanders die enkele meters verderop staan.

De prachtige loofbomen van het Gagelpark ruisen in de wind en overstemmen mijn tinnitus.

Kanaleneiland, winkelcentrum

Het is een zomerse dag, een gewone werkdag. Het is druk met mensen. Ik zie een mengeling van allerlei volk dat hier rondloopt. Vanwege enkele kantoren hier in de directe omgeving lopen wat jongere mensen rond die zo op het eerste gezicht de middagpauze te baat nemen om buiten een rondje te lopen en een hapje te nemen bij een van de vele horecabedrijven. Deze middenstand is deels op de kleurrijke bevolking van Kanaleneiland gericht – halal eethuisjes en telefoon- en een geldtransferwinkels bijvoorbeeld.

De overige winkels bedienen een meer algemeen stedelijk publiek: supermarkten, winkels voor broodspecialiteiten en banket, huishoudelijke artikelen, bloemen, reizen, speelgoed, tassen, tijdschriften en rookwaar, drogisterijen, kledingwinkels, de Action, enz. Winkelpersoneel is voor een flink deel voorzien van hoofddoekjes.

Het winkelende publiek lijken vooral bewoners van Kanaleneiland: oudere mensen met wandelstok die de tijd nemen, moeders met een kind in een buggy en een aan de hand, soms één meter achter hun man lopend, vrouwen die met volle tassen sjouwen. Daartussen ontwaar ik ook kleine groepjes jongens, veelal met rugzak en met drinkflesje in de hand, en meisjes in twee- en drietallen die met telefoon in de hand giebelend van allerlei uitwisselen. Beide laatstgenoemde groepjes zijn vermoedelijk afkomstig van scholen hier in de buurt. Enkele overal aanwezige oudere dames schuifelend achter hun rollator en ook een aantal heren op een scootmobiel completeren het beeld.

Het diverse publiek maakt een ontspannen indruk: men slentert, maakt een praatje of doet in elk geval rustig aan. Blijft hier en daar even staan kijken of nemen plaats op de witte zitplaatsen om een broodje te nemen of een telefoongesprek te voeren. De pauzerende groepjes en duo’s professionals zijn alle druk in gesprek. Een enkele oudere spreekt me aan en vraagt wat ik doe. Een enkele peuter die door oma voorbij geduwd wordt in een buggy kijkt me met grote ogen aan en ik kijk met grote ogen terug. Dit verlengt het moment.

Zowel aan de zuidkant buiten als binnen zijn er terrassen open en deze zijn zo midden op de dag, goed bezet.

Buiten, aan de kanaalkant op het zuiden zie ik dat de parkeerplaats tegenwoordig betaald parkeren kent. De parkeergarage in dit complex heeft blijkbaar te weinig capaciteit om te voorkomen dat het parkeerterrein buiten dicht slibt. Dit in de volle zon blakende parkeerterrein is vol en geeft de indruk van een winkelcentrum in een buitenwijk van een stad in Zuid-Frankrijk. Enkele winkelpuien aan de buiten- en binnenkant zijn dicht: er wordt volop verbouwd en gewerkt.

Een grote container met puin getuigt hiervan. Bij de snackbar staan enkele in oranje tenues gestoken bouwvakkers een hapje te eten en een sigaret te roken. Ook in het winkelgebied worden enkele winkels verbouwd. De meeste winkels die open zijn heb deels hun waren voor de winkel goed zichtbaar uitgestald of hebben een staande banner voor de deur waarop de uitverkoop en andere aanbiedingen de aandacht van het publiek moeten trekken.

De passages zijn overkoepeld met in compartimenten verdeeld glas dat in een boog gevormd is. Samen met de kleurrijke versieringen die aan het dak hangen geeft het binnenkomende zonlicht een lichte en luchtige uitstraling.

Mensen lopen in hemdsmouwen, jurken met lange broek, in stoffige ogende werkkleding of in T-shirt met jeans en sneakers. Het winkelcentrum geeft een aanhoudende ruis van gesprekken, uitroepen van kinderen en het geluid van kopjes en glazen die gestapeld of gerangschikt worden. Dichtbij wordt dit geruis zo af en toe verrijkt met het slepende, soms kleppende geluid van een voorbijganger op teenslippers.

Het winkelcentrum is opgeknapt, de vloeren zijn strak geplaveid met natuursteen en heet nu winkelcentrum NOVA. Aan de noord- en oostkant zijn een gezondheidscentrum gevestigd, de tandartspraktijk heet ook hier ‘mondzorgcentrum’ en worden afgewisseld met kledingzaken, een tegenovergelegen moskee die in een ronde vorm is gegoten en een op mensen met een migratieachtergrond gerichte winkel met reisbenodigdheden en huishoudelijke artikelen: voor de pui staat een grote verzameling rolkoffers in allerlei kleuren en formaten en binnen blinken de glazen hanglampen.

Boven de winkels zijn op enkele verdiepingen woningen.

Aan de kant van de Beneluxlaan prijkt al jaren de grote gevelbelettering van meubelzaak Leolux, goed zichtbaar voor de inzittenden van de langsrijdende sneltrams naar Nieuwegein en IJsselstein. Kanaleneiland is eiland, veel uithoeken van de wereld zijn er aanwezig.

juli 2019

Leidsche Rijn Centrum

Het nieuwe winkelcentrum van Leidsche Rijn is pas geopend. Je ziet dit aan de winkels bijvoorbeeld: in een aantal wordt nog gewerkt en zijn nog niet klaar om hun klanten te ontvangen. Wel hangen er her en der bordjes of affiches waarin personeel gevraagd wordt. De winkels behoren alle tot de bekende ketens die in alle Nederlandse winkelcentra terug te vinden zijn. In de winkels die wel open zijn is het nog niet druk. Ook de wegen en hun plaveisel zijn nog nieuw.

De gebouwen hebben een gecombineerde winkel- en woonfunctie, meestal vier à vijf verdiepingen tot aan zo’n 10-15 meter hoog, waarvan de woningen nog lang niet alle bewoond zijn.

Op een doorde-weekse dag is het ook nog niet druk met winkelend publiek. De terrassen zijn voornamelijk nog leeg, de horecagelegenheden, ook hier volop aanwezig, zijn binnen ook matig bezet, twee- en drietallen zitten her en der bij de thee/koffie wat te overleggen zo lijkt het. Scholieren fietsen er voorbij en wat kinderen spelen onder toezicht van ma, pa of oppas. Iedereen is met zichzelf of eigen grut bezig en heeft geen oog voor anderen. Alleen de bouwvakkers groeten vriendelijk als ik voorbijloop.

Bij de bouw is er veel aandacht besteed aan een kleurrijke, uitstraling. De gevels zijn vrijwel alle met grote plakken (halve?) bakstenen aan de buitenkant uitgerust. Steeds in een andere kleur. De gevels van de gebouwen zijn met gelijkmatige rondingen of verspringingen  uitgevoerd, hetgeen een sierlijke en prettige indruk maakt. Het is nog rustig hier, fietsers en voetgangers bewegen zich in dezelfde ruimte en geven elkaar geen last.

Het Brusselplein is voorzien van waterpartijen die voor kinderen en een enkele hond aantrekkelijke speelgelegenheid bieden. De namen van de boulevards en het plein zijn onder meer gewijd aan Europese hoofdsteden. Naast het Brusselplein is er de Parijsboulevard, de Londenstraat, de Kopenhagenstraat en de Wenenpromenade; namen die enige allure beloven.

Iets verder ligt het busstation dat met haar eigenzinnige overkapping.

Van onder de overkapping is de bioscoop zichtbaar die boven op de A2-tunnel is gebouwd en verderop zijn de drie bruggen over het kanaal zichtbaar. Daarachter staat in de herfstzon de schoorsteentoren van Douwe Egberts. Men is nog niet klaar.

Het Leidsche Rijn Centrum is een stedebouwkundige puber die met de jaren nog karakter moet krijgen. Het leven gaat beginnen.

Najaar 2019

De stationshal van Utrecht Centraal

Het is de laatste zaterdag van de kerstvakantie, ’s middags. Er zijn weinig of geen forenzen die zich naar hun werk spoeden, de grote hal is verhoudingsgewijs tamelijk rustig. Mensen alleen, gezinnen, opa’s en oma’s met hun kleinkinderen, moeders met buggy’s en veel jonge stellen lopen ontspannen kletsend naar busstation, perrons of naar de uitgang aan de stadszijde. Op weg naar de stad voor inkopen bij de uitverkoop, op weg naar familie, naar een feestje – die hebben bloemen of een cadeaudoos bij zich- of naar zo maar een dagje uit in de stad, vermoed ik. Ik zie weinig gehaaste mensen, zaterdag lijkt een dag voor gezelligheid en onthaasting. Het is koud en vochtig, mensen dragen winterjassen, mutsen, handschoenen. Een aanzienlijk aantal eet iets of zit op een bank om koffie of thee te drinken. Vandaag niet om de haverklap de NS-mededeling dat de intercity enkele minuten vertraagd is. Het is wat je noemt: een rustige dag. In de laatste tien minuten zijn er twee omroepberichten, ze gaan over het vertrek van internationale treinen.

De vloer van de hal is opmerkelijk schoon, mensen zijn gedisciplineerd in het deponeren van bekers en blikjes in de afvalbakken. Bovendien wordt de hal permanent schoongehouden door enkele medewerkers, met karretjes die de vuilnisbakken legen of met stoffer en blik (beide met lange stelen).

Een enkele duif, sommige mank lopend, scharrelt wat rond en pikt her en der een kruimel. De horecagelegenheden, ik schat dat een derde van de neringdoenden tot de horeca gerekend kan worden, zijn goed beklant. Voor hapjes en drankjes staat men her en der, vandaag relaxed, in de rij. Het buiten de deur eten, op deze tijd de lunch, heeft ook hier een grote vlucht genomen. De NS heeft aan de pacht van de winkels fikse neveninkomsten vermoed ik.

De hal is groot met een hoog golvend dak dat bestaat uit vijf banen die bestaan uit dwars geribbeld grijs plaatwerk die vooral in de middelste baan onderbroken worden door verzonken ramen die bij mooi en warm weer open kunnen. Ze zijn nu gesloten. De banen worden begrensd door met de golving meegaande stalen balken die aan de onderkant voorzien zijn van in kleine compartimenten verdeelde glazen buizen met TL-licht. Deze verlichte balken worden ondersteund door eveneens grijze stalen pilaren waarvan er sommige schuin zijn aangebracht.

De bewegwijzering in de hal valt in het oog, de perrons zijn in blauw wit aangegeven de monitoren met de vertrekinformatie staan bij elk perron. Eenmaal even de tijd genomen om naar het display te kijken met informatie over de ligging van bus perrons aan de jaarbeurszijde, lijkt voor iedereen te de weg goed te vinden.

Op de achtergrond is een voortdurend gedruis hoorbaar. Het gedruis bestaat uit een mengeling van het geluid van rolkoffers, roltrappen, luchtverversing, stappen van hakken en leren schoenen (die van de vele sneakers hoor je niet). Her en der lopen twee- of drietallen op elkaar af om elkaar met een omhelzing te begroeten. Ik ben getuige van enkele korte ruzieachtige woordenwisselingen.

Vooral alleen lopende jonge mensen raadplegen hun telefoon onder het lopen en ontwijken geregeld met enige behendigheid in dezelfde lijn lopend tegemoetkomend volk.

De winkels hebben, anders dan in winkelstraten verderop, blijkbaar strikte orders hun spullen niet ten toon te spreiden in de loopgebieden en houden alles binnen hun als winkel toegewezen ruimte. Ook de horeca heeft hier haar zitplaatsen binnen de eigen ruimte. De vlotte doorgang van reizigers, doordeweeks bijna 200.000 per dag, naar hun perron heeft hier de hoogste prioriteit gekregen. De winkels zijn nu nog aan de bovenkant met een band van een meter met kerstverlichting versierd en hun etalages is een kermis van licht, bewegende beelden en glanzende spullen die er zo aantrekkelijk moeten uit zien.

In het overlangse midden staan op de hoogte van de perrons, de hal ligt boven de sporen, glazen liftschachten die uitkomen op de perrons. Tussen de liftschachten zijn informatiebalies waar reizigers met vragen terecht kunnen. Tegenover de trappen die naar de perrons leiden stroomt koude lucht vanaf de perrons naar boven de hal in. Op de twee groepen houten banken in de hal wachten mensen op hun trein, op iemand of op een gezelschap om samen ergens naar toe te gaan. De telefoons doen hier hun diensten, een enkeling leest een krant of boek.

Midden in de hal is een trap naar boven die leidt naar nog meer horecaruimten: veel gebruikt voor allerlei overleggen en gesprekken die hier op dit infrastructurele kruispunt dagelijks gevoerd worden. Vandaag is er slechts één geopend. Ik drink er thee en kijk daarbij van boven naar de hal. Naast me wordt in het Engels een filmopname gemaakt van een gesprek. Het gedruis op de achtergrond wordt nu meer door allerlei stemmen, gesprekken gevormd die hier worden vermengd met typische horecageluiden van borden, kopjes en glazen.

Van bovenaf lijkt de hal nu leger waardoor de enkele die wacht, twee mensen die enthousiast zwaaien naar iemand die blijkbaar aankomt en een moeder die worstelt met een beweeglijk kind in een buggy, beter zichtbaar zijn. Boven de toegangspoortjes, permanent houden hier twee NS-ers toezicht, zie ik nu een groot beeld waarop commercials en korte informatieve filmpjes getoond worden; ik heb niet het idee dat er veel naar gekeken wordt.

Enige maanden later, een dinsdagmorgen, vroeg. De roltrappen spuwen, klaarblijkelijk na aankomst van een trein, een dikke stroom forenzen uit in de centrale hal. Mensen zijn meestal in donkere kleuren gekleed. Zij lopen meestal alleen, soms met zijn tweeën. Men kijkt niet naar anderen en hebben een blik die ogenschijnlijk niets ziet, behalve hun eigen pad. Enkelingen rennen op weg naar een trap naar een perron in de hoop hun trein nog net te halen, de wat ouderen van dezen lopen snel, anderen heel rustig, zonder haast. Men loopt zeer gericht en kijkt ietwat verstoord wanneer een ander hun pad letterlijk kruist. Er heerst een onafgesproken code dat men in een rechte lijn loopt zowel in de brede gang in het midden van de hal, als in de corridors aan de zijkant van de hal. Ik zie niemand die zijn pad zoekt, vermoedelijk weet vrijwel iedereen waar het perron is waar men moet zijn. Aan de oostkant van de hal lopen de meeste mensen in de richting van het centrum van de stad, aan de westkant richting busstation en Jaarbeursplein. Als ik wat later in het middenpad loop moet ik opletten: hier lopen de meeste mensen in beide richtingen. Er vinden daar ook de meeste bijna-botsingen plaats, doordat reizigers naar boven op de schermen (ter hoogte van de perrons) met de treininformatie kijken.

Een kwartier later, het is intussen half acht, is de dikte van de stroom mensen gegroeid. Een enkeling heeft de tijd om even te zitten en een broodje of een kop koffie naar binnen te werken, snel kauwend of slurpend. De meesten die even zitten raadplegen allen hun smartphone, er wordt vrijwel niet met elkaar gesproken. De grootste groep forenzen op dit tijdstip heeft naar schatting een leeftijd van beneden de 35 jaar, de leeftijd van scholieren, studenten en jonge mensen die aan het werk zijn.

De reizigers maken een ontspannen indruk, geen opgewonden geroep en geen groepjes die rennend een aansluitende trein op drie perrons verder trachten te halen: treinen lopen vanmorgen blijkbaar volgens schema. Dit vermoeden wordt bevestigd doordat de omroeper al drie minuten lang geen verlate treinen omroept. Vrijwel iedereen heeft een tas bij zich; rugzakken worden veel gedragen, zo af en toe rolt een koffertje voorbij. Met de minuut groeit het aantal mensen dat langs loopt, evenals het aantal dat een sprint trekt. Tussen al deze mensen strompelt een man op twee elleboogkrukken naar zijn perron.

Onverstoorbaar wordt hem de ruimte gegeven, een jonge man sprint om hem heen, een oudere man houdt zijn rolkoffertje even in om hem voorrang te geven. Met tijd en wijle komt er iemand voorbij die moeilijk loopt, niet rechtop, maar schuifelend of hinkend als gevolg van een probleem in de heup. Achter me zit een drietal jonge vrouwen die vrolijk en giechelend allerlei avonturen met elkaar delen en daarbij om de paar tellen hun blik op een smartphone laten vallen, hun relaas daarbij niet onderbrekend. Op de bank voor me leest een middelbare vrouw de Metro, ze heeft daarbij een leesbril nodig, haar twee tassen liggen naast haar. Het geluid van hieronder, op de perrons vertrekkende en aankomende treinen wordt ingedikt tot een aanhoudende donkere ruis op de achtergrond. Bij het binnen rollen van een blijkbaar lange trein, wordt deze ruis tijdelijk wat dikker. De geluidsbrei wordt vrijwel voortdurend verrijkt met het tweetonige hoge geluid van de poortjes die toegang tot de hal verschaffen. En zo af en toe komt er iemand voorbij wier hakken het parmantige geluid van een stevige tred maken.

Als ik door de zijramen naar het oosten kijk, zie ik dat de dageraad is begonnen, het wordt lichter, het daglicht verovert de hemel. Het is vanmorgen licht bewolkt en droog.

Het is kwart over acht, het wordt drukker. De mededelingen over vertraagde treinen komen steeds vaker. Zo af en toe drentelt nu iemand in de rondte en kijkt links en rechts, wachtend op een medereiziger met wie men afgesproken heeft. Naast me werkt iemand drie telefoongesprekken af, afspraken worden bevestigd en nieuwe gemaakt. Tegenover me zit nu een jonge vader een zoontje van vier, het eerste kind dat ik hier ontwaar. Het kind eet zijn boterham en zijn vader laat hem intussen een scherm van zijn smartphone zien. 

Ik neem even een kijkje op een perron waar op beide zijden de treinen tien minuten en meer vertraagd zijn. Het perron stroomt binnen enkele minuten helemaal vol, de reizigers zijn stil, kijken op hun smartphone en laten het zo te zien gelaten over zich heen komen.

Intussen zijn vrijwel alle winkels open, klanten kopen hun broodje, koffie, krant, tandenstokers en snoepgoed. Naast me hebben twee jongens een geanimeerd gesprek in het Spaans.

Ik drink een kop koffie in een koffieruimte boven en warm wat op. Hier zitten enkele mensen te werken achter hun laptop of voeren hun eerste overleg. Beneden mij loopt de dagelijkse stroom mensen door, van bovenaf gezien in een onverstoorbaar voortgaand tempo. Naarmate de tijd voortgaat, het is intussen kwart over negen, zie ik meer oudere mensen die hun perron zoeken. Op deze doordeweekse dag zie ik geen ouders-met-kinderen. De stromen reizigers die periodiek uit de perrons omhoog gestuwd worden blijven aanhouden. De mededelingen over vertraagde treinen nemen toe. Ook vandaag een traject waar geen treinen rijden, “vanwege een aanrijding met een persoon; dit duurt tot ongeveer twaalf uur.”  Elders is een sein- en wisselstoring die voor enkele uren voor vertragingen en uitval van treinen zorgt. Of de beste reizigers daar rekening mee willen houden. Bij elk van zulke berichten zie ik mensen hun smartphone raadplegen en een enkeling begint als door een bij gestoken aan een slalom-sprint richting een perron. Werk en cursus gaan immers elke dag door en op tijd komen is belangrijk.

december 2018- voorjaar 2019

Parkwijk

Het is een zonnige juni dag. De Coronagedragsregels worden langzaam versoepeld. De scholen zijn weer open. In Parkwijk bezoek ik het winkelcentrum.

Het is er tamelijk druk, veel mensen in en rond de winkels en veel basisschool­kinderen op het middaguur zijn buiten, zitten in groepjes te kletsen of rennen achter de ook hier aanwezige holenduiven aan. Het winkelcentrum is vandaag -een vrijdag- uitgebreid met enkele mobiele neringdoenden in vooral etenswaren (groenten en fruit, brood, vis en vlees, e.d. maar ook kleding en de bloemen niet vergeten). De plek waar deze neringdoenden staan is omgeven door twee rijbanen waar geregeld jonge chauffeurs hun zwarte auto’s nog even op snelheid en remkracht testen. Zij hebben tot twee keer toe zichtbaar last van de vuilniswagens die in een heel ander tempo hun werk doen. De viskraam (“Nieuwe Haring”) is de enige kraam waarvoor ongeveer 15 mensen in een coronarij hun beurt afwachten.

Op het pleintje staan bomen die voor schaduw zorgen staan enkele bankjes en een cafetaria heeft er een nu niet-beklante terras ingericht, waarvan de vier setjes tafels met stoelen de corona-afstand ruim in acht nemen.

Een paar meisjes van ongeveer 14 trekken hun skates uit (er is hier vlakbij een baan).

Een vrouw met een aangelijnde, rustige pitbull neemt in de schaduw van een boom uitgebreid de tijd om een berichtje te sturen. Een man in zomerse vrijetijdskleding heeft een bos bloemen gekocht en loopt, deze al keurend, het plein over naar fiets, auto of partner. Mensen die even stil staan zijn vrijwel allen bezig met hun smartphone. Bij de afhaal-pizzazaak staan drie bezorgscooters met hun chauffeur te wachten op nieuw bezorgwerk. Vier meiden van een jaar of twaalf verlaten soepel bewegend het plein met meeneming van een rolplankjes.

De mensen die hier rondlopen zijn voor een flink deel van migratieafkomst, hetgeen overigens niet te merken is aan de winkels, deze zijn vrijwel alle Nederlands. Het pleintje en de omliggende straten zijn voorzien van winkels uit de bekende ketens van supermarkten, slijterijen, kleding, huishoudelijke artikelen, opticiens, boekhandels, enz. Ik zie tenslotte ook nog een buitenlandse kruidenier annex slager.

Het pleintje is omringd door enkele woontorens van vier à vijf hoog. De buitenste randen van de gebouwen zijn in rode bakstenen gezet. In de wat wijdere omgeving is het pleintje omgeven door een woonwijk met veelal woonblokjes van twee-drie hoog. Ook staan er in de onmiddellijke omgeving een basisschool (de Klimroos) en een moskee (Al Arqam). Even verderop ontdek ik nog een gezondheidscentrum, een apotheek, een naschoolse opvang en een vestiging van Resto van Harte. Aan de buitenkant ligt een groot grasveld waar een half-pipe en een kleine maar lege skatebaan jongeren uitnodigen tot beweging.

Een ouder echtpaar komt voorbij. Hij, van bijna twee meter, duwt haar rolstoel. Haar roodgeverfde haar zit stevig opgestoken, de wind heeft er geen vat op. Zij kijkt tevreden rond, hij duwt haar met enige nonchalance en levert haar af bij de Kruidvat alwaar ze zelf aan de wielen draaiend alleen naar binnen gaat. Hij wacht geduldig, zo te zien, buiten. De tafelsetjes van de cafetaria zijn nu alle bezet.

Plots gaat er een alarm af, begeleid door een oranje knipperlicht. Het alarm zit boven een geldautomaat, bij de geldautomaat staat niemand, laat staan een plofkraker. Veel mensen kijken even op. Na twee minuten stopt het alarm en is alles weer als gewoon.

Ik zie geen mensen die haast hebben. Men kuiert over het plein, groeten sommige anderen, staan rustig op iemand te wachten of eten met hun kind een ijsjes. De enigen die drukte en wat haast uitstralen zijn de jongens die uit de hal van de parkeergarage een rij winkelwagens terughalen.

Juni 2020

Park Transwijk

 “In 1956 is men begonnen met de aanleg van park Transwijk. In 1964 was het park klaar en is het in gebruik genomen“, aldus de gemeente Utrecht.

Een warme dinsdag in augustus. Park Transwijk is vrijwel stil. Op de achtergrond is de beat hoorbaar afkomstig van het kampement dat op een groot aan de rand hellend grasveld is opgetrokken.

Het gras is helgroen en zacht en vertoont geen bruin-gele sporen of plekken van droogte of hitte. Het kampement is vrijwel leeg. Slechts enkele mensen zijn aan het werk. Het kamp is omheind met witte doeken die bevestigd zijn tussen metalen paaltjes van ongeveer 180 hoog. Er is op de witte doeken geen enkele informatie te lezen over de bedoeling van het kamp. Wel valt te lezen dat de witte kunststof doeken tussen de palen vlamvertragend werken. Het geheel wordt bewaakt aan de provisorische ingang, alwaar in een bruine container een werkruimte voor de portier is ingericht. Het kampement bestaat uit een grote ovale “circus”-tent voor enkele gezamenlijke activiteiten of manifestaties. Naast de circustent zijn er zo’n vijftien verblijfstenten waar groepen kunnen verblijven of slapen. Legergroen is hun kleur. Een paar witte bouwsels moeten dienen als sanitaire ruimtes. Midden op het terrein prijkt een vaan van Strukton, waarschijnlijk een van de sponsoren. Naast de zachte dreun van de beat is er geen leven te bespeuren. De zon schijnt en heeft het leven hier bijna tot stilstand gebracht.  

De rust in het park wordt verder zo af en toe verstoord door een voorbij snellende de sirene op de Beneluxlaan. Ook is het gierende geluid te horen van een machine waarmee gemaaid of gesnoeid wordt. Het gemeentelijk werk gaat door. Geregeld is ook de sneltram tussen Utrecht Centraal en Nieuwegein-IJsselstein te horen.

Een enkeling zit in de zon op het gras, overige mensen wandelen rustig in de schaduw of zitten onder een boom beschermd tegen de zon. Op het heuveltje waar ik zit heb ik een goed uitzicht over het park.

Links van me staat het pagode-achtige gebouw van kinderboerderij Eilandsteede. Geiten, schapen, een paard, wat koeien grazen rustig of worden even geaaid door de enkele kinderen die er met hun vader of moeder zijn. Twee varkens hebben het prima naar hun zin in de overschaduwde natte modder. Op het terrein is eveneens een speeltuin aanwezig waar een handjevol kinderen vol overgave aan het rennen zijn of zich vermaken met allerlei speeltuig.

Tegenover de kinderboerderij aan de Vreugdenhillaan liggen de kleurige groenten- en bloementuinen van de kinderen van de basisscholen van hier in de buurt. Tussen de bedden met gewassen zijn her en der wat kleine bouwwerkjes opgetrokken, waar kleine kleine rotsplantjes het goed zouden doen.

Ik ontwaar eveneens drie beschilderde totempalen.  Er is kraai noch kip te bekennen, twee sproeiers doen hun werk in stilte. Op de hoek van de Vreugdenhillaan en de Koeriersterlaan ligt een skatebaan. Enkele jongens bekwamen zich, elkaar steeds becommentariërend, op de half-pipe.

Weer verderop richting het Europaplein ligt de verkeerstuin van Utrecht waar kinderen hun verkeersexamen kunnen doen. Het terrein is ingericht met mini-wegen, kruispunten, een brandstof station en allerlei voertuigen die het echte verkeer nabootsen. Het is ook hier stil.

Daarnaast is een nog een tuin gelegen, Food for Good, geheten waar bewoners hun eigen groenten en bloemen verbouwen.

Een prachtig veldje met alliums valt me op, evenals enkele kassen en met grote plastic bogen afgeschermde bedden met blijkbaar kwetsbare gewassen. Op de website hiervan staat: Food for Good is een tuinderij in park Transwijk, Kanaleneiland. In deze tuin wordt met wijkbewoners en mensen uit een kwetsbare doelgroep groente, fruit en kruiden verbouwd. Een deel van de oogst gaat naar iedereen die meehelpt. Een ander deel van de oogst wordt verkocht. 

Het bankje waarop ik later zit is slechts nog voor een deel betegeld met blauw witte tegeltjes waarin zo te zien ooit kinderen hun tekenlust hebben kunnen vieren.

De bomen zijn indrukwekkend groot en geven veel schaduw. Op een informatiebordje staat vermeld dat er enkele vleermuizenkasten aan de bomen hangen.

Een plek met eenvoudige  roestvrijstalen instrumenten om fitnessoefeningen te doen is eveneens verlaten; mensen zweten blijkbaar al genoeg zonder zich met gymwerk in te spannen. Het zachte groene rubber op de grond is warm. Aan de randen van het park torent de hoogbouw en wijst je erop dat je in de stad bent.

De enige bewoners van het park die wat verderop steeds zich laten horen zijn kauwen. Hun scherpe, korte roepen verraadt dat het zoeken naar voedsel bij hen nooit ophoudt. Hun leven staat helemaal niet stil en kent geen siësta.

augustus 2019

Rijnsweerd, Euclideslaan en omgeving

De Euclideslaan in Rijnsweerd is een straat met twee gescheiden banen van ongeveer tweehonderd meter. De twee rijbanen zijn gescheiden door een gracht met aan de betonnen randen veel mogelijkheden om te zitten. De gracht is rijkelijk begroeid met kroost, heeft betonnen randen en een rond einde te beschouwen als kop waar klassieke ogende pilaren staan die voorzien zijn van ronde bogen die deze aan de bovenkant verbinden.

De bogen lijken losjes op de bovenkant van de pilaren gelegd. Het andere eind heeft een verhoging met brede betonnen treden. Halverwege is een tweeledige brug in de vorm van een Andreaskruis. De gracht die een kromming heeft is een creatie van Karin Daan. Het heet Het verzonken schip welke met enige moeite en fantasie daar inderdaad in te herkennen valt.

De gracht wordt aan weerszijden geflankeerd door nog tamelijk jonge bomen die over enige jaren, wat meer volgroeid, ongetwijfeld een statig karakter aan het geheel zullen geven. Daarachter rijzen aan weerszijden kantoorgebouwen van vier à vijf verdiepingen op. De gracht ligt inderdaad verzonken tussen de rijen bomen en gebouwen.

Een enkel groepje kantoormedewerkers loopt hier haar pauze wandeling, druk overleggend over allerlei waarschijnlijk belangrijke zaken of over de komende vakantie. Naast de af en toe passerende auto’s en het aanhoudende gedruis van de A28 die hier vlakbij loopt, hoor je alleen vogels, een groepje grote schreeuwende meeuwen doet denken aan Scheveningen. Verder hebben merels, meerkoetjes en een enkele eend hier vrij spel. Nota’s, contracten en adviezen opstellen gebeurt binnen, hierbuiten is het rustig en ietwat loom, het is een mooie zomerse dag.

Dit deel van Rijnsweerd is een wijk met grote kantoren. De Euclideslaan is met haar mogelijkheden tot wandelen en zitten een uitstekende plek om tijdens je lunch even te verblijven, een praatje te maken en even te wandelen. De kleine groepjes mensen om mij heen zijn jonge mensen waarschijnlijk werkzaam bij een van de bedrijven (FNV-Bondgenoten, verzekeringsmaatschappijen, accountant- en advocatenkantoren, consultancybureaus, headhunters en financiersmaatschappijen en IT-bedrijven) die hier gevestigd zijn. Ook de gemeenteraad was tijdelijk gehuisvest in een kantoor op de hoek van deze Euclideslaan en de Varrolaan.

Op een enkele toren na zijn de gebouwen vijftien tot twintig meter hoog. Ze zijn strak vormgegeven met natuurstenen gladde muren; het zijn grote vlakken die weer opgedeeld in gelijkmatige kleine vlakken van lichtgekleurd steen afgewisseld met glas. Een enkel bouwwerk (kolos) heeft een ronding aan een kant of op een hoek. Sommige gebouwen hebben muren van rode bakstenen die bij de bouw groepsgewijs zijn aangebracht. Door de kleuring van het glas zijn de ramen niet doorzichtig. Ik zie een gebouw met roze-rode stenen met naar voren stekende punten. Ook zijn de muren van een enkel gebouw deels uitgerust met rode natuurstenen platen. Veel gebouwen zijn voorzien van een parkeerterrein of -garage. Beide zijn steeds uitgerust met een hefboom om de toegang te beveiligen. Zoals wel vaker tegenwoordig toegepast, heeft één gebouw muren die verticaal begroeid zijn met klimplanten die een groene of duurzame uitstraling geven. Het hoge provinciehuis heeft Mondriaan-versieringen met de bekende primaire kleuren.

Bij de inrichting van dit kantorenpark is veel aandacht besteed aan groen, perkjes, grasstroken, bloemstukken en bomen. De laatste beginnen te kleuren, de herfst nadert. De lantaarnpalen en de trottoirs zijn versierd met een dot rode en witte bloemen. Ook de kruisvormige brug is versierd met enkele dotten met witte bloemstruiken. Er is voorzien in cameratoezicht: de bedrijven beschermen hun waardevolle eigendommen gezamenlijk. ’s Avonds is het hier zeer waarschijnlijk uitgestorven en zouden onverlaten hun gang kunnen gaan.

Het is een van de nazomerdagen van september. Twee groepjes jonge mensen delibereren druk over hun werkzaken en her en der verschijnen, het is eind van de morgen, groepjes en individuele wandelaars meestal in overhemd of shirt en broek. Een lint met toegangspas om hun nek is hun uiterlijk teken dat ze hier horen en zo dadelijk weer verwacht worden op hun kantoor. Even verderop staan een twaalftal mensen in een kring die onder leiding van een grote vent, met een bal enkele (communicatie?-)oefeningen doen. De deelnemers kijken zeer geconcentreerd. Een enkeling gebruikt de buitenruimte voor een ongestoord telefoongesprek. De meeste mensen hier lijken beneden de vijftig.

Op de achtergrond is een voortdurende ruis hoorbaar van verkeer op de Archimedeslaan, Pythagoraslaan en de kop van de A28 die hier begint. Stil is het niet, ook niet in deze hoek van de stad. Verkeer is schaars in deze niet-doorgaande weg, een enkele Golf-like auto en een vrachtwagen met spullen voor de bedrijfskantines of een andere leverancier.

Hier zijn geen ouders met kinderen op straat of een oma en opa die een wandelwagen met kleinkind voortbewegen, geen bloemenstalletjes of winkelend publiek dat sjouwt met tassen. De werkenden hier lijken alle beneden de vijftig.

Rijnsweerd leeft niet maar werkt en maakt carrière.

juni 2019

Het Lepelenburg

Het stadsplantsoen Lepelenburg is gelegen tussen de oostkant van het stadscentrum en de Maliesingel. Het is een mooie zomerse dag aan het begin van een dinsdagmiddag. De bomen op het Lepelenburg staan er groen en gevuld bij. Op het met een hek afgeschermde speelterreintje speelt een peuter met haar nog jonge oppas. Als eerste wordt een kleine glijbaan uitgeprobeerd, terwijl de oppas haar telefoon raadpleegt. Enkele duiven en een kauw scharrelen hun voedsel bij elkaar. De relatieve stilte is opvallend hier in de zon aan de rand van de binnenstad. Om het plantsoen rijdt een enkele auto. Kleine groepjes wandelaars begeven zich van de ene naar de kant. Aan hun zakelijke kleding herken ik de medewerkers die hun middagpauze wandeling doen, druk met elkaar overleggend. Twee in sportkleding gehulde jonge dames wandelen voorbij, uitblazend van hun inspanningen. Het hiervandaan zichtbare niet-drukke verkeer op de Maliesingel is nauwelijks hoorbaar, behalve dan de enkele scooter die met een hoog en dringend geluid voorbij snelt.

Een groepje basisschool kinderen, voor het merendeel jongens, begint een partijtje voetbal, kluitjes-voetbal. Dit gaat gepaard bij de teamverdeling gepaard met veel geroep van hoge kinderstemmen en een maal begonnen met aanwijzingen en korte felle uitroepen: hier, hier. De leerkracht met zwarte honkbalpet fluit geregeld corrigerend of fluit om bij een time-out wat uitleg te geven. Een paar meiden doen niet mee en doen hun eigen balspel. De peuter van de speelplaats gaat naar toe naar deze voetballers en kijkt belangstellend toe maar wordt door haar oppas meegenomen. Zo af en toe komt er iemand langs met een hond, aangelijnd en wel.

De muziektent, voorzien van een zeilen overkapping in rood en witte vlakken, doet denken aan vroegere tijden. De achthoekige een-meter hoge opbouw is rondom voorzien van geschilderde panorama-afbeeldingen van de stedelijke omgeving van dit plantsoen zoals die vroeger was: statige huizen, kerktorens en bolwerken zijn er op te zien.

Drie jongens beklimmen de tent en gooien er een bal naar elkaar over. Een paar andere schoolkinderen nemen het ervan in de speeltuin en kletsen wat met elkaar op een bankje.

Een hoek van het plantsoen is met een deel van de aanpalende straat afgeschermd met tijdelijk hekwerk dat in de bouw gebruikt wordt. Er staat een grote gesloten container en er klinkt muziek vanuit een radio. Sinds mei is het op die plek verboden te parkeren – in verband met wegwerkzaamheden staat op een bord. Een witte paal daar vlakbij waar men drinkwater kan nemen wordt gefrequenteerd door langs komende kinderen. Spelen maakt dorstig.

Op het plantsoen staan de vaste, wit-ijzeren ligstoelen, volop in de zon en wellicht daarom zijn alle onbezet. Enkele groepjes jongeren liggen en zitten namelijk in het gras op schaduwplekken en doen zo op het oog verder niet veel. Chillen heet dat tegenwoordig.

Twee kinderen proberen geduldig met een lege maar nog vonkende aansteker een handje gras boven op een vuilnisbak in de fik te steken. Het lukt vooralsnog niet, maar ze blijven het proberen.

Een kauw heeft intussen handenvol werk aan het voeden van haar spruit die al vrijwel net zo groot is als de ouder en een niet te stillen honger heeft. Het werk aan het verstrekken van voedsel wordt vaak onderstreept met de schrille korte schreeuw waaraan je kauwen kunt herkennen. Het jong wijkt niet van de zijde van de ouder en blijft bedelen om hapjes.

Op een bankje wat later aan de andere kant gezeten, komt een man op een scootmobiel voorbij, die me waarschuwt goed op mijn elektronisch schrijfgerei te letten: “er komen hier allemaal harddruggebruikers, die alles jatten“. Ik zit nauwelijks op mijn nieuwe plek of een groepje duiven strijkt neer in de hoop op kruimels en andere hapjes. Ze hebben het aanvankelijk vooral met elkaar aan de stok suggererend: ik was hier het eerst bij deze man, weg jij! Even verderop zit een groepje jongemannen, waarvan de wat haveloze kledij en slechte gebitten doen vermoeden dat dit de mannen zijn waar de scootmobiel-chauffeur op doelde. Ze zijn druk doende met iets onduidelijks, blijkbaar is het hun bedoeling dat ik niets opvallends zie, of misschien willen ze wel geen aanstoot geven. Ze glimlachen vriendelijk naar mij als ik langs loop.

Een gezin met twee tieners strijkt in het gras neer voor een picknick. Na de maaltijd geniet men liggend van de zon.

Vanuit mijn nieuwe zitplaats, met achter mij de Singel is de Domtoren, ingepakt voor een grote renovatie, goed zichtbaar. Alle andere hoogbouw rond het station en verder is van hieruit niet te zien. Deze groene omgeving met de mooie grote huizen aan de singel, geeft de stad een welvarende en 19de-eeuwse uitstraling. De statige bomen geven veel schaduw aan wie dat wil en zijn soms voorzien van naambordje of nummer.

Aan de overkant is nu een groot wit gebouw zichtbaar, waarschijnlijk aan de bouw te zien, afkomstig van het einde van de 19de eeuw. De grote treurwilg ervoor benadrukt de statige uitstraling van het gebouw. Bij nadere inspectie blijkt deze treurwilg uit 1934 te stammen blijkens een naambordje. Tevens staat er vermeld dat het een geschenk is aan de moeder van Wilhelmina. De boom wordt aan de voet omgeven door een art-deco-beschermhekje.

Op het plantsoen zitten nu her en der jonge stelletjes erg dicht bij elkaar, er wordt gefrisbeed, een aantal kinderen speelt nu tikkertje en het aantal zonaanbidders in het gras neemt toe. Vanuit enkele kleine gezelschappen klinkt muziek, ik hoor hedendaagse arrenbie en wat later ook Paul Simon. Intussen zijn enkele van de ijzeren ligstoelen bezet door bepaald niet schaars geklede mannelijke zonaanbidders. Twee mensen hebben een fiets ter reparatie op zijn kop gezet. Even verderop viert een gezin de verjaardag van hun jongste telg.

Hardlopers, uitgerust met oortjes en smartphone komen voorbij en kijken niet op of om, en houden hun ogen strak voor zich gericht. De muziek  in hun oren is voor buitenstaanders oorverdovend stil.

In de Singel vaart zo af en toe een sloep voorbij waarin een gezelschap, veelal wat ouderen, geniet van een zonnig tochtje over het water. Even later wordt deze sloep gevolgd door een viertal kanoërs en een klein plezierbootje met afdak tegen de zon.

De rust wordt verstoord. Een grote groep scholieren neemt met enig gerucht en gedoe bezit van een plek in het gras, de rugzakken worden gedeponeerd op de grond en men begint staande met een ongecoördineerde beraadslaging, misschien wel over het zo juist gemaakte proefwerk. Na enkele minuten ontstaan hier enkele niet te vermijden ravotpartijen terwijl enkele kringen meisjes op de grond gezeten de ontwikkelingen afwachten,  totdat de gehele groep, zo’n zestig scholieren na tien minuten naar twee bussen lopen die zojuist aan de Maliesingel zijn gearriveerd. Ze gaan wat later op weg gaan naar een ongetwijfeld educatief en leerzaam evenement en laten het plantsoen over aan de luierende gezelschappen.

Het is nu weer een stille lome middag.

(juli 2019)

Winkelcentrum Overvecht

Het is een frisse herfstdag, maandagmiddag. Het is niet druk in het winkelcentrum zoals op een vrijdagmiddag of zaterdag. In het winkelcentrum lopen mensen met boodschappen tassen. Rustig dagelijkse boodschappen doen en winkelend op zoek naar nieuwe kleren of schoenen. Een enkel stel zoekt een vakantiereis uit. Oudere stellen die elkaar goed vasthouden. Moeders soms met kleine kinderen, sommigen alleen.

Meestal strak voor zich uitkijkend, soms pratend of gedag zeggend tegen een bekende. Tussen het publiek ook enkele ouderen die zich langzaam voortbewegen aan de hand van hun rollator, een enkeling is koninklijk gezeten op een elektrische rolstoel. Paren die langslopen hebben elkaar meestal niet vast en alleen lopende jonge vrouwen en mannen lopen met hun mobile telefoon in de hand te praten, de onderkant van hun telefoon is daarbij gericht op hun mond. Hier is een flink deel van het publiek van buitenlandse komaf.

De supermarkten hebben hun klandizie. Er is hier een Hoogvliet, een Lidl en een grote Albert Heijn. Verder zijn er banken, telefoonwinkels, een Blokker, een HEMA, een kantoorboekhandel, drogisterijen, schoenenwinkels en allerlei kledingwinkels van de bekende ketens, ook Marokkaanse, bloemen- en viswinkels, een Chinese Toko, een vestiging van de ANWB, dierenbenodigdheden, Turkse, Marokkaanse en Nederlandse bakkers, chocolaterie, hobbywinkels en fastfood, ook halal-varianten. En nog veel meer. En dan is er nog een speelgoedwinkel met allerlei felgekleurd zelf bewegend speelgoed. De winkels zijn voor een goed deel gericht op publiek dat op de centen moet letten, geen chique etalages maar de meer goedkopere, waaronder Zeeman, C&A en bijv. Van Haren. De gewoonheid wordt ook benadrukt door een zorgoutlet waar gebruikte gemakstoelen, rollators en elektrische rolstoelen de aandacht trekken. Een oudere man is er behulpzaam voor zijn klanten. Naarmate de tweede helft van de middag vordert, wordt het drukker. De verlichte etalages nodigen uit binnen te komen en wat nieuwe kleren te kopen.  Reclameborden en -verlichting trekken aandacht voor cadeaus, mooie winterkleren en stevige winterschoenen.

Het winkelcentrum, gelegen in het hartje van de ook met veel ouderen bewoonde multicultiwijk biedt ook onderdak aan het wijkservicecentrum van Overvecht. Het winkelcentrum is versierd met winter- of kerstverlichting en nodigt uit wat rond te kijken.  

Er hangt een vredige sfeer, mensen hebben geen haast, gaan even zitten om een praatje te maken. Kinderen, voor zover aanwezig springen op en af van de zitbanken en huppelen of zeuren om iets lekkers bij hun moeder. De overkapping zorg voor een wat holle echo, als in een stationshal en maken dat de kinderen goed hoorbaar zijn.  Er wordt opvallend weinig gegeten terwijl men winkelt. Maar de inpandige terrassen zijn goed bezet. Op een terras zitten oudere mensen, twee zijn aangeschoven in een scootmobiel en hebben , naar het lijkt, de dagelijkse gesprekjes met hun lotgenoten. Kleine gezelschapjes van vier à vijf mensen lijken van één familie: bijvoorbeeld oma, twee dochters en een kleinkind. In veel kleine gezelschappen wordt Arabisch gesproken. Maar ook soms Spaans of een Oost-Europese taal, althans zo lijkt het. Een kleine zeurt, het lopen moe, om opgetild te worden. Twee meisjes van ongeveer dertien, zitten naast me en wisselen het een en ander uit aan de hand van hun smartphone. Ze giechelen zoals Paul van Vliet het ooit bezong.

Op de achtergrond klinkt voortdurend muziek van lichte, verstrooiende aard. Steeds hoor ik wel ergens een kinderstem doorheen klinken. Een moeder duwt een winkelwagen voort met daarin twee kleintjes die kijken en lachen alsof ze in een draaimolen zitten. Een andere moeder krijgt meer vragen en opmerkingen van haar kleine dan ze aan lijkt te kunnen. Tussendoor schuift een oudere man voorbij die langzaam en voorzichtig loopt alsof hij bij een eenvoudig duwtje om zou kunnen vallen. Hij kijkt strak voor zich uit. Zo af en toe wordt een broodje hamburger in de loop genuttigd. Een aandachtig gesprek van drie mannen wordt onderbroken doordat twee ervan gelijktijdig opstaan en elkaar stevig omhelzen om vervolgens weer zittend met hun gesprek en kop koffie verder te gaan.

De gesprekken van voorbijgangers, en van hen die even blijven zitten, klinken opgewekt, men oogt betrokken op elkaar. Twee kinderen eten met veel uitroepen tussendoor hun ijsje. Hun moeder naast hen houdt het druppen van het ijs in de gaten en kijkt wat verveeld rond. Een jonge moeder duwt haar kinderwagen voort en loopt daarbij trots rechtop. Alleen lopende voorbijgangers raadplegen onderwijl hun smartphone en kijken af en toe verveeld in een etalage. De betreffende etaleurs kunnen een cursief creativiteit gebruiken.

(oktober -november 2018)