Bespreking van Liesbeth Koenen, Het vermogen te verlangen

Liesbeth Koenen, Het vermogen te verlangen [9 letters], Gesprekken over taal en het menselijk brein, Amsterdam, 4e druk 1998.

Onlangs las ik in de krant de necrologie van Liesbeth Koenen die dit jaar (2020) in augustus op 62-jarige leeftijd overleed. Liesbeth Koenen was een journalist die uitsluitend over taal, taalkunde en hersenonderzoek schreef. In de aanstekelijke necrologie – Koenen werd beschreven als iemand die enthousiast op allerlei manieren met taal bezig was – werd deze verzameling interviews genoemd. Ik besloot het boek te lezen en heb daar geen spijt van.

Ik ben een warm voorstander van het correct gebruik van de Nederlandse taal. Praktische taalkwesties als hoe spel ik een niet alledaags samengesteld woord, hoe vind ik, ik word ouder, tijdig in een gesprek een naam of een woord, is tweetaligheid moeilijk te verwerven, hoe schrijf ik een zin met drie bijzinnen zo helder mogelijk op, enz. enz. zijn vragen die mij nogal eens bezighouden.

Enkele interviews waren stevige kost voor een niet-taalkundige, maar over het algemeen was het zeer prettig om met al deze kanten van de taal en de taalkunde op deze manier kennis te maken. Ik geef hier een selectief overzicht met enkele krenten uit de pap van Koenen.

Om te beginnen is de titel een cryptogram-opgave. Koenen opent het boek met een uitgebreid gesprek met de grootvader van de moderne taalkunde Noam Chomsky die met de generatieve grammatica de taalkunde in feite opnieuw definieerde en de basis legde voor een nieuw uitgebreid onderzoeksprogramma. De generatieve grammatica zoekt naar de regelmatigheden en structuur van de taal en bracht het vermoeden ter tafel dat de structuur van allerlei talen veel overeenkomsten vertoont en dat mensen het begrip en aanleren daarvan bij de geboorte meekrijgen.

Koenen spreekt met twee onderzoekers van het Max Planck Instituut over afasie, het niet aangeboren onvermogen om te praten, meestal ontstaan als gevolg van hersenschade. Deze onderzoekers ontwikkelden een test waarmee een herstelprogramma gemaakt kon worden. Wonder boven wonder blijkt deze test prima te vertalen naar andere talen. Een heel ander gesprek voerde zij met de Amerikaanse hoogleraar Gleitman, die onderzoek deed naar de taalverwerving van kinderen. Er is veel reden aan te nemen dat de taligheid van het gezin waarin iemand opgroeit van minder belang is dan het erfelijke taalvermogen. Dit aangeboren taalvermogen blijkt ook bij de ontwikkeling van zogeheten creooltalen, talen die ontstaan wanneer twee groepen mensen met elk hun taal in een nieuwe gemeenschap elkaar ontmoeten. Ouderen en jongeren in die nieuwe gemeenschappen spreken na verloop van tijd een nieuwe “mengelmoestaal”. Ouderen blijven daarbij steken in eenvoudige zinnen. Kinderen in die gemeenschappen ontwikkelen nieuwe woorden en nieuwe grammatica.

Koenen is eveneens erg geïnteresseerd in gebarentalen en heeft daar ook over gepubliceerd. Hier in dit boek komt in een gesprek o.a. een experiment ter sprake waarin aangetoond werd dat kinderen van 5 à 6 jaar die doof zijn en gebarentaal spreken al haarfijn het onderscheid weten tussen kijken en zien. En dan is er nog voor niet-doven het opmerkelijke verschijnsel dat gebarentalen in elk land anders zijn. Er zijn enkele gesprekken over hersenonderzoeken (waar zit taal, waar zit gevoel, waar muziek?), over taal en intelligentie, over de vraag of je kunt denken zonder taal, over samengestelde woorden, over talen waarbij de toon waarop je iets zegt de betekenis bepaalt. Voor iemand met interesse in dit soort zaken, is dit een heerlijk boek.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over het gesprek met J.B. Drewes die na twaalf jaar monnikkenwerk een nieuwe uitgave van “De Grote Koenen” voorbereidde en nog mocht mee maken dat het verscheen. Een meer eigengereide man is niet makkelijk te vinden, een meer geduldige echtgenote, al helemaal niet. Maar het woordenboek voor hedendaags Nederlands mag er zijn. Er zijn ook zeer vermakelijke gesprekken met Hugo Brandt Corstius, die van de Opperlandse letterkunde, met Paardekooper over zijn opmerkelijke visie op spelling en grammatica en die zich kwaad maakt over de vele Engelse woorden (“moedertaalmasochisme’) , met Reinhold Aman, de Amerikaanse uitgever van een periodiek over scheldwoorden en vuilbekkerij in allerlei talen – Maledicta. Aman legt uit dat in alle culturen gevuilbekt wordt en dat het overal met name gaat om schelden op basis van godsdienst, familie en lichaamsfuncties. Als laatste noem ik de gesprekken met dr. Verschuyl over cryptogrammatica, zeer instructief o.a. over soorten cryptogrammen en het gesprek met Gerrit Komrij over zijn vertaling van Old Possum’s Book of Practical Cats van T. S. Eliot dat Komrij in 1985 vertaalde tot Kobus Kruls Parmantige Kattenboek, waarna hij de op hetzelfde boek gebaseerde musical Cats ook vertaalde met prachtige vondsten als Spikkelpikkelmies voor Jennyanydots en Snauwtijger voor Growltiger. Volgens Komrij wordt het vertaalwerk sterk ondergewaardeerd.

Commentaar op dit boek? Het zou Liesbeth Koenen en de uitgever erg gesierd hebben als ze de moeite hadden genomen om de plek (medium) en datum van eerste publicatie bij alle interviews te vermelden. Vooral de gesprekken over vorderingen in het taalkundig onderzoek zijn dan beter op hun waarde te schatten.

Het lezen van dit boek is gevolgd door de aanschaf, zoals bij mij wel vaker gebeurt, niet van één, maar zelfs van drie andere boeken. De Grote Koenen (voor zover ik weet geen familie, maar wel ook uit Limburg), een dik woordenboek voor “eigentijds Nederlands” (uit 1986) heerlijk om te hebben. Ook schafte ik een ander boek van Liesbeth Koenen aan, samen met Rik Smits gemaakt: hun Handboek Nederlands (uit 2004). Dit laatste boek staat vol handige, soms verouderde, aanwijzingen voor het gebruik van de taal. Eén voorbeeld: Koenen en Smits maken gewag van een voor mij taalkundige nog onbekende zinsvorm: de snauwende wijs. In deze wijs is de zin vaak onvolledig en wordt een voltooid deelwoord of heel werkwoord gebruikt. Bijv.: Ingerukt, mars! En: Remmen! Leuk en handig dit handboek. Ten slotte heb ik ook Komrij’s vertaling van het kattenboek van Eliot aangeschaft. Alle drie de pareltjes zijn voor een habbekrats op boekwinkeltjes.nl te vinden. Maar zo kom ik natuurlijk nooit door mijn leeslijst heen.

(november 2020)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s