13 maart

Lopend naar de klas aan het begin  van de ochtend, hoor ik van meester Klaas dat de klas de hele week al druistig is. Hij vermoedt dat de ramadan, het andere ritme thuis, bij enkele kinderen dit veroorzaakt.

De kinderen zijn intussen gewend aan de gewoonte van  “inchecken”, d.w.z. met het deponeren van hun naamstokje in het betreffende bakje geven zij aan hoe ze zich voelen bij binnenkomst. Een kind geeft op deze manier aan trots te zijn. Als ik vraag waarop zegt hij dat hij trots is dat hij vandaag vast. De klas is rustig vanmorgen en gaat aan het werk met hetgeen op het bord en op het scherm van meester Klaas staat aangegeven.

Na zo’n tien minuten begint meester Klaas met de vraag waar de kinderen voor vandaag naar uitkijken: een boek lezen, rekenen en buitenspelen krijgt hij als antwoorden terug. Daarna gaat de klas in twee delen naar de twee groepen 1-2 om voor te lezen. Prettig is het om te zien hoe deze groep-5-kinderen aandachtig en zorgzaam deze taak op zich nemen. Na 20 minuten is dit klaar en gaan wij terug naar boven waar het eigen lokaal is.

Op het rooster staat rekenen. Meester klas legt bij wijze van herhaling voor hen die dat nodig hebben nog eens, de werkwijze uit bij keersommen met grotere getallen. Ik ga met een groepje redactiesommen oefenen en neem eerst vier goede rekenaars mee die sommen krijgen van het niveau van halverwege groep 6. Eenmaal begonnen druk ik hen op het hart geen uitkomst op te schrijven maar eerst de som die uit de tekst volgt. Zo komen bij twee van de vier de complete werkwijze op hun wisbordje, een kwam er niet uit en de vierde schreef direct het antwoord op. Gelukkig was dit fout waardoor ik het nut van de eerder uitgelegde werkwijze goed kon aanwijzen. Na drie sommen, waar zij flink op zweetten, breng ik deze terug naar de klas en neem vier andere kinderen mee. Deze kinderen kunnen het rekenen minder vlot en krijgen een paar sommen bedoeld voor het niveau van het einde van dit schooljaar. Dit gaat goed. De laatste groep heeft moeite met rekenen en hier corrigeer ik waar nodig de rekensommen die zij opstellen conform het stappenplan dat meester Klaas gebruikt en ook uitgelegd heeft. Het stappenplan komt zo wat beter in hun hoofd te zitten.

Na twee sommen worden wij geroepen voor het fruit eten en de ochtendpauze.

Buiten loop ik met de warme koffie naar het voetbalhoekje – van een veld kun je bij een tegelvoer niet spreken – al waar 10 kinderen van groep 5 aan het voetballen zijn. Zo’n 20 minuten ben ik toeschouwer, supporter, coach, scheidsrechter en VAR. Twee goede voetballers wijs ik erop dat voetbal een teamsport is en dat zij de bal moeten afspelen. Een penalty laat ik overnemen en sus een opkomende ruzie, waarbij een van de drie meisjes zich stevig laat gelden en daarna toch even moet huilen. Bij de bel vraag ik deze twee nog even elkaar een hand te geven; dat doen ze waarbij zij elkaar aankijken.

Na de pauze kunnen de kinderen nog even verder met het rekenwerk van deze week, of wat lezen als zij er al mee klaar zijn. Dan volgt de spelling.

Meester Klaas legt nog eens de nieuwe spellingcategorie uit: cent-woorden: je schrijft een c maar hoort een s. De citroenvlinder, het centrum, de cel worden snel als voorbeeld genoemd. Dan volgt het dictee. Het gaat vandaag om de woorden: citroen, de eieren, eerlijk, het cirkeltje, het gebak, de luchtfoto en de zin: ’Mijn buurjongetje maakt ’s middags zijn huiswerk’. De kinderen moeten de spellingscategorie erbij zetten. De potloden gaan nu weg en met een kleurpotlood in de hand wordt het dictee doorgenomen. Kinderen verbeteren de eventuele fouten met het kleurpotlood (althans dat is de bedoeling) en leveren de open schriften bij de meester die het vanmiddag gaat nakijken.

Als laatste onderdeel van deze morgen volgt een taalinvuloefening. In hun werkschriften schrijven de kinderen de woorden en zinnen op die steeds in allerlei vormen gevraagd worden.

Ik loop samen met meester Klaas rond  en geef waar nodig of gevraagd aanwijzingen. Tot mijn vreugde zie ik dat een kind die tot voor kort in kromme hanenpoten schreef, wat leesbaarder, kleiner en wat meer recht op de lijn schrijft. Ik prijs haar.

Vlak voor de middagpauze legt meester Klaas uit dat vanmiddag enkele kinderen van groep 8 bij ons in de klas komen. Zij gaan groepjes kinderen helpen bij het begrijpend lezen. Ook vrijdagmiddag komen deze kinderen, dan helpen zij bij het rekenen. Meester Klaas legt uit dat dit voor de groep-acht-kinderen een belangrijk onderdeel van het leren op school is.

Eén kind doet  bij het schrijfwerk niets. Ik kijk vragend naar haar en zij zegt: ik snap het niet. Als ik nog eens fronsend kijk, zo moeilijk is het niet en ze heeft helemaal niets gedaan, zegt ze: ik kan dit niet, ik heb geen zin. Ik zeg tegen haar dat er een verschil is tussen willen en kunnen. ‘Jij kan het wel, maar je hebt geen zin.’

Bij de lunch, vlak vóór de middagpauze zie ik dat twee kinderen inderdaad vasten en gewoon doorwerken aan hun reken- en taalwerk terwijl de anderen eten. Ik geef elk van deze twee een dikke duim.

27 maart

Na een week vakantie ga ik deze week weer naar school. Het is mooi weer na wat nachtvorst, de zon schijnt. Groep 5 is vrolijk gestemd. De meeste kinderen, niet alle, doen bij binnenkomst hun gevoelstemperatuurstokje in het betreffende bakje. Vrolijk en rustig scoren het meest. Het inchecken behelst ook het beantwoorden van twee vragen: Wat heb ik gisteren na schooltijd gedaan en kijk ik daar op terug? en Bij welke les ga ik met name mijn best doen vandaag?

Voordat dit inchecken even kan worden besproken staat het maatjes-lezen met kinderen van groep 1-2 al op de agenda. Ik loop met mijn deel van de klas naar een van de twee groepen 1-2. De juf verwelkomt ons en deelt de boeken en de kinderen toe aan elk van een kind van groep 5.  Eén meisje krijgt haar jongere broertje toegewezen. De kinderen beginnen direct. Ik loop samen met de juf van groep 3 door de groep en kijk toe hoe het gaat. Bij twee kinderen leg ik dat ze beter naast elkaar kunnen zitten, omdat dan de plaatjes voor het kind van groep 3 beter te zien zijn. Ik merk nu enig sleetsheid te zien in de zorg en aandacht die enkele kinderen van groep 5 hierbij aan de dag leggen. Zij letten niet op of het kleintje het kan volgen en doen hun klus, zo lijkt het. Ook zie ik nog steeds een paar kinderen, veel contact makend, het verhaal vertellen en de plaatjes erbij toelichten.

Na dit voorlezen komt alsnog het incheck-gesprek op gang. Eén kind heeft haar naamstokje in het bakje verdrietig gedaan. Meester Klaas vraagt of zij er iets over wil vertellen. Zij vertelt dat zij gaat verhuizen naar een andere wijk in de stad en naar een andere school zal gaan. Meester Klaas heeft er aandacht voor maar krijgt van haar niet erg duidelijk of de verhuizing en het vertrek van school al helemaal rond is.

De tweede vraag, bij welke les ga ik met name mijn best doen, levert antwoorden op over de rekenles en enkele keren over de spellingles.

Ik ga vandaag niet met enkele groepjes rekensommen maken, maar blijf bij de uitleg over het lezen van de digitale klok. Meester Klaas zegt tegen mij dat zij dit moeilijk vinden. Eergisteren was de uitleg over het lezen van de tijden 10 voor, 5 voor, 5 over en 10 over het halve uur op een analoge klok. Vandaag gaan wij dezelfde tijden lezen van een digitale klok.

Meester Klaas herhaalt nog eens dat tot 15 minuten na (of kwartier over) het gehele uur,  wij nog spreken vanuit het zojuist afgelopen uur. Vanaf 5 minuten daarna (bijv. 10 voor half drie) praten wij in de tijdsaanduiding over het uur dat nu komt. De klas gaat na de uitleg de kloksommen maken. Ik loop rond en geef op vraag nadere uitleg. Stappenplan is daarbij behulpzaam.

Wat later zijn sommige vlugge kinderen al met wat pluswerk bezig, rekenstof voor de goede rekenaars. Een paar worstellen met de verdeling van enkele oppervlakten in drie gelijke delen. In de loop van dit zelf werken wordt het langzaam maar zeker, na een stil begin, wat rumoeriger is in de klas.

En dan is er fruit eten en ochtendpauze. Bij het fruit eten zet meester Klaas een van de vaste beelden van Beleef de Lente[1] op het digibord het is de vijver waarin van alles passeert. Onder aan het digibord hangt een papier waarop alle vogels staan die zijn tot nu gespot hebben in deze vijver.

In de pauze zie ik in het lentezonnetje veel stuiterbal en ook is een klein groepje (drie jongens, een meisje) aan het voetballen en vraagt of ik scheids wil zijn. De balvaardigheid van deze kinderen valt mij hierbij op.

Het gaat er vrolijk aan toe tijdens de pauze, het mooie weer helpt wellicht. Maar naarmate de tijd vordert neemt het aantal kleine incidenten toe. Korte ruzies volgen, tot binnen in de gang op de weg terug naar het lokaal.

Het tweede deel van de morgen begint met voorlezen. Meester Klaas vraagt naar namen van schrijvers van kinderenboeken die zij leuk vinden en begint nadat wat namen geroepen zijn, aan een nieuw boek van Pieter Koolwijk en Linde Faas. Stiekel is een klein meisje die nieuw in een klas komt en niet bang is om een plek in te nemen. De klas luistert geboeid en reageert met uitroepen als de woord knuffelen en zoenen vallen.

Na een kwartier voorlezen, is de spellingles aan de orde. Meester Klaas vraagt de woordsoorten na die onlangs zijn uitgelegd: werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en zelfstandige naamwoorden. Ook vraagt hij voorbeelden van zinsdelen en hoe je die kan herkennen: persoonsvorm, onderwerp.

Nu begint het (oefen)dictee; het gaat vandaag om de woorden: opera’s, tegelijk, de schroeven, natuur, citroenvlinder en om de zin: De verklede muzikant zat op een muur.

Het dictee kijken wij gezamenlijk na, waarbij ik, hoewel dit bepaald niet de eerste keer is, weer twee kinderen erop wijs dat zij met een blauw potlood de verbeteringen zichtbaar voor de meester moeten aanbrengen.

Na het dictee, ik zie dat sommige kinderen steeds regelmatiger en leesbaarder schrijven, volgde opdrachten van een bladzijde van hun taalwerkschrift. Er zijn enkele kinderen die vandaag moeite hebben met concentratie, deze worden uiteindelijk even apart gezet; de meesten gaan direct aan de slag en vragen soms hulp of uitleg.

Als de kinderen met deze bladzijde klaar zijn leveren zij het schrift in en kunnen ze stil voor zichzelf gaan lezen. Een kind vraagt waar wik vorige week op vakantie was. Als ik antwoord Bij Winterswijk reageert hij: Als je in Nederland blijft dan is het toch niet echt vakantie.

Het stille lezen blijft overigens een vrome wens naarmate de tijd vordert.

Als de lunch gegeten wordt zet meester Klaas het beeld van de vijver weer op het digibord. De kinderen zien een boomklever en wat later een appelvink die uitgebreid een bad neemt. Maar deze appelvink weet de aandacht niet lang vast te houden, de onderlinge interacties tussen de kinderen zelf zijn belangrijker.

Een van deze interacties, vijf kinderen die tegen het kind dat wellicht van school gaat, zeggen dat zij blij zijn dat zij vertrekt, schiet bij Meester Klaas in het verkeerde keelgat. Hij neemt de vijf apart en heeft een stevig gesprek met hen. Als dit afgehandeld is, zijn twee van deze vijf nog boos over dat zij terecht zijn gewezen (Was een grapje..).


[1] Vijver | Vogelbescherming


2 reacties op “Logboek van een reken- en leesopa (34)”

  1. Frank Koster Avatar

    Dank voor het compliment, doet mij goed.

  2.  Avatar
    Anoniem

    Wat is het mooi werk wat je doet ,en fijn dat we mee mogen genieten heel herkenbaar ook

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren