Steeds vaker hoop ik dat iemand mij vindt

Over twee boeken van Marieke Lucas Rijneveld

In betrekkelijk korte tijd is Marieke Lucas Rijneveld een literaire grootheid geworden. Ze schrijft gedichten die sinds 2015 gepubliceerd worden. Haar eerste roman De avond is ongemak (Amsterdam, Atlas-Contact, 2018) is bejubeld in de vaderlandse pers. Vertalingen zijn uitgebracht en prompt ging de Internationale Booker Prize in 2020 naar de Engelse versie hiervanThe discomfort of Evening vertaald door Michele Hutchison.

Daarna verscheen in 2020 de roman Mijn lieve gunsteling ook bij Atlas-Contact, deze zou nog beter en mooier zijn dat de eerste roman. Zo’n ontvangst als beginnende schrijver komt niet vaak voor, reden genoeg om mijn nieuwsgierigheid te wekken en beide boeken te lezen.

De avond is ongemak verhaalt over een gezin rond de jongste eeuwwisseling op het platteland. Een boerengezin Mulder levend van een fikse veestapel, aangesloten bij en levend volgens de mores van de gereformeerde kerk. Er zijn vier kinderen, twee jongens en twee meisjes. Het verhaal is geschreven vanuit de positie van het meisje dat zichzelf Jas noemt. Zij heeft een zus Hanna en twee oudere broers, Matthies en Obbe. Wanneer Matthies bij een winterse schaatstocht in een wak rijdt en onder het ijs verdrinkt herstelt het gezin zich niet van deze klap. Jas, die sinds die tijd haar jas niet meer uitdoet laat zien hoe langzaam maar zeker het gezin desintegreert: het contact tussen ouders onderling en tussen ouders en kinderen wordt steeds minder. Vroeger zou men het woord ‘atomiseren’ hiervoor gebruiken. In plaats van elkaar te steunen en gezamenlijk het immense verdriet te dragen gaat ieder steeds meer een eigen weg. Moeder en vader hebben steeds minder contact, raken elkaar ook niet meer aan en moeder eet ook steeds minder. De drie kinderen voelen steeds meer verantwoordelijkheid voor het welzijn van hun ouders en zijn hun losheid en onbezorgdheid kwijt. De dreiging van straf van God is dagelijks voelbaar in het leven van de drie kinderen die intussen wel met alle lichamelijkheid en experimenten opgroeien in een leven dat verdoemd is. De kinderen zijn nog het meest natuurlijk en gewoon in dit gezin. Jas mist haar overleden broer, deelt geheimen met zus Hanna en maakt samen met haar het grote Plan om er vandoor te gaan naar de overkant van het water, over de brug. De Overkant krijgt in het boek steeds meer een mythische lading: daar wacht de verlossing en zij zijn vastbesloten daar ooit heen te gaan. Zij ontdekken hun lijf en alle gaten die daarbij horen en onderzoeken met (hun broer) de grenzen van gewelddadigheid jegens dieren (een dwergkonijn, een hamster en een haan moeten het ontgelden). Als de boerderij getroffen wordt door de MKZ-crisis en de veestapel geruimd moet worden is dit de genadeklap voor het gezinsverband. Obbe verwijdert zich van zijn zussen die steeds meer alleen komen te staan net als hun ouders. De aankondiging van nieuwe koeien komt voor het gezin te laat. Jas blijkt niet in staat het verbond met zus Hanna voldoende te vertrouwen ze is bijvoorbeeld doodsbang als Hanna op een winterse dag de schaatsen onder bindt voor een schaatstocht. Ze gaat uiteindelijk haar broer Matthies achterna door zich, met haar twee padden in de vrieskist in de kelder op te sluiten. Ze komt nooit aan de overkant.

De eenzaamheid weet Rijneveld heel goed te verwoorden, haar zinnen zijn mooi van eenvoud en vanzelfsprekendheid. Jas vecht er steeds meer voor niet uit elkaar te vallen, niet te desintegreren. Ze is daarbij in de eerste maanden gericht op anderen voor hulp en erkenning – ik hoop dat iemand mij vindt. Later beseft ze dat ze alleen nog zichzelf kan hebben en eens naar zichzelf terug wil. Als teken daarvan steekt ze een punaise in haar navelbobbel, daarbinnen is haar doel en niemand mag het weten. Rijneveld is overtuigend in het verwoorden en verbeelden van hoe kinderen een dergelijk verlies beleven, hoe kinderen hun ouders beleven en hoe ze beleven dat zij in de puberteit komen. Mythen, associaties, verbindingen tussen binnen- en buitenwereld die voor kinderen heel gewoon zijn, aangevuld met veel bijbelse dreiging, maken dat het heel gewoon is wat Jas doet. Rijneveld doet dit heel knap, vooral doordat zij het genoemde associatieve denken van kinderen zeer aannemelijk en waarheidsgetrouw brengt. Rijneveld is haar kindertijd niet vergeten en dat levert mooie kinderlijk-volwassen zinnen op.

Mijn lieve gunsteling uit 2020 gaat over mensen uit hetzelfde gelovige milieu van veehouders. Ook hier is een gezin met opgroeiende pubers, hier zijn het er twee. De vader is veehouder en communiceert weinig met zijn twee kinderen; zijn vrouw is ooit naar Stavanger vertrokken en wordt hier geregeld genoemd als de verlatene waaromheen een ijzige stilte hangt. Het gat dat haar vertrek in het gezin veroorzaakte is voelbaar. Daarnaast is er nog een niet-meer-iemand aanwezig: de verlorene, een kind dat met een verkeersongeluk om het leven is gekomen Ook hier resulteert dit drama, net als de MKZ-crisis in het eerste boek, dat de drie gezinsleden als drie eilandjes naast elkaar leven en geen contact hebben. Geatomiseerd.

Het onbesprokene heerst ook in dit gezin. Je voelt als lezer de oorverdovende stilte.

Centraal in deze roman staan echter de veearts van dit veehoudersgezin en de 14 jarige dochter. De eerste is na seksueel misbruik door zijn moeder, niet in staat een relatie aan te gaan en te onderhouden met een volwassene. In zijn beroepsleven heeft hij tijdens de MKZ-crisis moeten meemaken dat hij een veehouder ontdekte die zich verhangen had, een gebeurtenis die ook in het eerste boek voorkomt. De veearts zonder naam – de dochter van de veehouder noemt hem Kurt- is gefascineerd door opgroeiende kinderen, meisjes van dertien met een nog ontluikende seksualiteit. Zijn “lieve gunsteling” is de dochter van de veehouder, die eveneens geen naam krijgt in dit boek, die volop bezig is met de verschillen tussen jongens en meisjes en met wat volwassenen met elkaar doen in bed. Zij is gebiologeerd door penissen van jongens en van allerlei soorten dieren. Zij wil ook zo’n jongens-“gewei”, een woord dat Rijneveld van Gerard Reve leent. De veearts is gek van haar en belooft haar een gewei. Het relaas van deze twee, die vooral op initiatief van de veearts een onmogelijke relatie aangaan, wordt achteraf vertelt door de veearts, als zijn vrouw het huwelijk al beëindigd heeft. Hij vertelt in lange zinnen, waar de ene na de andere bijzin en vervolgzin door komma’s aan elkaar geregen worden, een werkwijze die Rijneveld ook in haar eerste roman toepast, de achtereenvolgende geheime gebeurtenissen die tussen deze twee plaats vinden. De kusjes, het aaien, de aanschaf van een matras voor achterin de Fiat, de vermoedens van zijn vrouw, de verterende jaloezie van de veearts als het meisje verkering krijgt met zijn enige zoon, de woede van zijn vrouw, de kinderlijke, ook hier magische, fantasieën van het meisje, haar gesprekken met Hitler en Freud, haar hoofdrol en schuld in de aanslag op de Twin Towers, alles komt tot ons via de veearts die als een bevlogen journalist zeer uitvoerig verslag doet tot de breuk tussen die twee en zijn arrestatie. In dezelfde tijd valt het gezin van de veehouder uit elkaar en kan het meisje een reeds sluimerende carrière als zangeres van een popband starten.

De beide boeken zijn niet alleen door dezelfde schrijver geschreven, maar ook aan elkaar verwant door de keuze van hetzelfde gelovige veehoudersmilieu en de beginnende puberteit van beide hoofdrolspelers. Rijneveld presenteert in beide boeken hele mooie, beeldende zinnen die op overtuigende wijze de denk-, leef en gevoelswereld van jonge pubers die nog weinig nuances maar veel absoluutheden kennen. Deze boeken brengen bij mij de herinnering terug aan de sfeer die ook in mijn puberteit aanwezig was. Rijneveld ontvouwt in beide boeken de stilte, de leegte en het onbesprokene die rond familiedrama’s kunnen ontstaan. Zij sc hrijft vanuit de optiek van het kind en van de veearts. De zwijgende ouders zijn in De avond is ongemak en de zwijgende norse vader in Mijn lieve gunsteling is vanuit het perspectief van volwassenen minder overtuigend: mijn generatie heeft geleerd te praten over wat ons bezig houdt. Rijneveld schetst zodoende een beklemmende sfeer in het milieu waarin zij opgroeide, met een ongeloofwaardige kant: de stille ouders.

Hoeveel waarheidsgehalte dit beeld heeft weet ik niet. Als zij door te overdrijven dergelijke boeken weet te maken, is de vraag naar de sociologie en sociale psychologie van het milieus van de intensive veehouderij wellicht van minder belang.

Ik moet nog wel opschrijven dat het eerste boek mij tot de laatste bladzijde in zijn greep had. Maar bij Mijn lieve gunsteling, verloor ik kort na de eerste helft van het boek langzaam maar zeker mijn belangstelling. Het brandende verlangen van de veearts kwam steeds in andere toonaarden terug en op een gegeven moment was dit voor mij genoeg en voegden nieuwe uitweidingen daarover niets meer toe. Toen liet zich ook wreken dat het verhaal vanuit de veearts geschreven is: bekend met alle uithoeken van zijn verlangen naar haar kwam het voorwerp van zijn verlangens steeds verder van hem en van de lezer af te staan. Zij werd stiller en eigenlijk steeds meer het object van het handelen en de fantasieën van de veearts en steeds minder subject. Net als Jas uit het eerste boek is ook de Gunsteling steeds minder gezien. Dit verwijderingsproces duurt te lang voor mijn gevoel en is ook minder creatief beschreven door Rijneveld. Kortom ik was klaar met dit boek voordat ik het uit had.

Een gedachte over “Steeds vaker hoop ik dat iemand mij vindt

  1. harrievleerlaag

    Ik was verbaasd, Frank, over jouw stevig enthousiasme over de romans van Rijneveld, althans over haar debuut. Ik had dit namelijk een paar maanden geleden gelezen en vond het wel een interessant boek, maar niet geweldig. Reden voor mij om het nog eens te lezen en mijn oordeel te nuanceren. Welnu, dat blijft grotendeels overeind.
    Ik ben het met je eens dat het perspectief van de dolende, onzekere, experimenterende puber vaak goed werkt. De tragiek van het uiteenvallende gezin komt goed over. De schreeuw van Jas om gezien te worden is indrukwekkend. Maar het ligt er allemaal een beetje te dik bovenop. Met name haar preoccupatie met de dood is zo nadrukkelijk en overdadig in beeld, dat het mij hinderde. Na het ongeluk van Matthies komen er niet alleen scenes met dode dieren en de (begrijpelijke) fantasieen over de dood van haar ouders, maar is haar nieuwe bed een doodskist, wordt er onophoudelijk ingezoomd op het touw aan de balk, spelen kraaien een rol (p. 154), is het heelal een massagraf (p. 171) en is er als apotheose de uitbraak van mond- en klauwzeer, plus natuurlijk het bizarre slot. Meer dan genoeg dood, zou ik zeggen.
    De fantasie over ontsnapping naar de Overkant, die inderdaad een mythische lading krijgt, vind ik boeiend, maar dat Jas er ook van overtuigd is dat er joden in de kelder zitten ondergedoken, is dan weer iets ongerijmds dat mij niet kon overtuigen. Ik had ook soms moeite met Jas’ bijbelvastheid. De benauwenis van het streng gereformeerde milieu is goed getroffen, maar Jas heeft wel erg vlot in allerlei situaties een kant-en-klaar citaat paraat.
    Kortom, Rijneveld is beslist een groot talent, ze heeft een trefzekere stijl, verrast vaak met prachtige beeldspraak en roert grote thema’s aan, maar ze mist naar mijn smaak nog enkele finesses om van een goed verhaal ook een goede roman te maken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s