Een rebelse jeugd in de kop van Noord-Holland

Over:

Kees Looijesteijn, Rebel tussen tulpen, De voorbeeldige jeugd van Kees Looijesteijn, Anna Paulowna, 2019 (€ 35)

Kees Looijesteijn was in zijn jeugd dorpsgenoot. Hij was van een jaar later (1953) en zat daarom niet bij mij, maar een klas later op dezelfde katholieke St. Janschool te Breezand in de Kop van Noord-Holland. Ik was niet met hem bevriend, maar kende wel zijn gezicht van het schoolplein. Waar ik me tussen al die jongens en meisjes, de school telde meer dan 300 kinderen, op de achtergrond hield, trok hij geregeld de aandacht van de juf of meester. Hij had branie. Zo moest zijn voorkomen wel in mijn herinnering zijn bewaard.

Na de LTS in Den Helder en de MTS (elektrotechniek) in Alkmaar werkte hij van 1974 twee jaar in Peru via de SNV als ontwikkelingswerker met de taak het technische onderwijs daar verder te brengen. Na twee jaar Peru sluit hij deze periode af met een reis, samen met zijn vriendin door Zuid-Amerika en keert terug naar de Anna Paulowna polder. Hij wordt gekozen in de gemeenteraad voor de PvdA, wordt later wethouder en wordt bij zijn afscheid als gemeentebestuurder in 2002 geridderd en ereburger van Anna Paulowna. Hij was toen bijna vijftig en heeft zijn verdere jaren onder andere kunnen besteden aan de fotografie, ook in zijn jeugdjaren al zijn hobby. (Zie voor zijn werk: www.looijesteijn.nl.)

Nu hij net als ik ver in de zestig is, heeft hij een poging ondernomen zijn persoonlijk fotomateriaal te ordenen en maakte er voor zijn nageslacht bijschriften bij. Deze bijschriften werden uitgebreid tot verhalen en verhaaltjes en zo ontstond dit boekwerk.

Van het bestaan van dit boek hoorde ik van mijn jongste broer en toen de tweede oplage beschikbaar kwam heb ik het gekocht.

Ik heb het met plezier gelezen, veel herinneringen zijn weer boven komen drijven.

Zoals gezegd kende ik Kees van gezicht en heb nooit iets met hem te maken gehad, althans voor zover mijn herinnering strekt. Maar op de vele foto’s herkende ik het Ceresplein en het badhuis (o.a. zijn ouderlijk huis), de Zandvaart, de katholieke kerk en nog veel meer en herkende ik hem ook van de foto’s. Dat hij lef had en vanaf zijn geboorte een rebel was maakt hij duidelijk aan de hand van de vele verhaaltjes en avonturen uit zijn kindertijd en jeugd die hij opdient. Al lezende verovert hij mijn hart alsnog, omdat hij als kind al niet bang was om streken uit te halen en schopte tegen de toen (jaren zestig-zeventig) afbrokkelende (machts-)verhou­dingen in het dorp. Met terechte trots beschrijft hij zijn avonturen en geeft intussen een boeiend inkijkje in het leven van kinderen en jongeren op het platteland van Noord-Holland in die jaren. Zo passeren de H. Hart-bijeenkomsten op de eerste vrijdag van de maand op de katholieke St. Janschool, het driftige slaan van lastige kinderen door Evert Ligteringen het hoofd van de school, de eerste kinderprogramma’s op de televisie, de winter van 1962-63 waarin hij met twee anderen bij een schaatstocht door een nauwe duiker kruipt in de verwachting dat het water overal stevig bevroren is, het dagelijks fietsen naar Den Helder voor de LTS, het drinken en de vrijages op de kermis in juli, de dansavonden in zaal Bloemenlust, het zwembad in en het waterskiën op de plas het Oude Veer. Ik had nog meer herinneringen die geactiveerd werden: de kranten en de tv over de Kennedy’s en de burgerrechtenbeweging van dominee King, de oorlog in Vietnam, provo, de jantjes die de Dam schoonvegen, de jongelui (“nozems”) die voor zaal Bloemenlust met hun brommers stonden te pronken.

In de tweede helft van jaren zestig breekt zijn maatschappelijke betrokkenheid en politieke interesse door, leest de krant uitgebreider, kijkt naar het Journaal en wil in 1971 dat de jongerenvereniging van de kerk meer dingen doet dan een ontmoetingsplek met veel bier te zijn voor de jongeren van de parochie. Met een bevriende makker probeert hij in het bestuur van deze jongerenvereniging (‘De Aap’) verkozen te worden hetgeen door het kerkbestuur geblokkeerd wordt. Een fikse dorpsrel ontstond. Bij de andere jongerenvereniging van Anna Paulowna is hij welkom en organiseert samen met anderen allerlei activiteiten: film- en informatieavonden, een discussieavond vóór de Tweede Kamerverkiezingen, maar ook bijvoorbeeld activiteiten voor bejaarden. Intussen is hij ook gaan fotograferen, en paar blijken van zijn kunnen staan afgedrukt in het boek.

Dit boek is een zeldzame combinatie van met foto’s verluchtigde persoonlijke herinneringen en brokjes lokale geschiedenis. Omdat ook ik in dat dorp opgroeide is veel zeer herkenbaar en leuk om te lezen.

Van de passages die mij bij het lezen zijn opgevallen, wil ik enkele noemen.

Op de eerste plaats noem ik het grote aantal verkeersongelukken door jonge hardrijders die hun overmoed (soms na veel drinken) met de dood moesten bekopen. Kees noemt er een stuk of zes, uit een tijdsbestek van ongeveer vijftien jaar. In sommige gezinnen was het vaak blijvende leed niet te overzien. Zelf is hij ooit ook aan de dood ontsnapt.

Kees laat met een heldere blik zien dat ook in een dorp als Breezand de sociale lagen voelbaar aanwezig waren. Klassenverschillen kookten je schoolloopbaan voor en bepaalden bijvoorbeeld ook de banden van kinderen onderling. Kinderen van vooraanstaande bloembollenkwekers en van enkele notabelen rondom het kerkbestuur gingen zelden naar de LTS of huishoudschool, maar naar het toenmalige VWO (HBS, MMS of gymnasium). Heel goed lerende kinderen van gewone gezinnen konden maximaal uitzien naar de MULO (zoals ikzelf meemaakte). Bij de invoering van de Mammoetwet in 1968 is een poging ondernomen de vroege selectie, direct na de lagere school, uit te stellen. De invoering van brugklassen en de Middenschool (intussen allang weer opgeheven) hebben 50 jaar later echter hun doel niet bereikt.

Na de LTS gaat Kees naar de MTS in Alkmaar. Daar komt zijn dorst naar kennis, ook praktisch, tot bloei. Hij slaagt aan het eind met prachtige cijfers. Hij komt daar een leraar tegen die een belangrijke rol speelt in zijn persoonlijke ontwikkeling. Dit is heel herkenbaar. Het komt veel vaker voor dat een specifieke leraar belangrijk is voor je ontwikkeling en latere loopbaan. (Voor mij was dat een leraar van de HBS. Ik ben hem nog steeds dankbaar.)

Kees behoorde niet tot de mijne en ik niet tot zijn kring, ik heb kortom veel van zijn avonturen niet meegemaakt of maximaal van horen zeggen. Er zijn wel een paar raakvlakken aan te wijzen. Ook ik trok vanaf mijn zestiende ongeveer met de jongens en meisje van Doedens en met Piet Langeveld op. Van dit gezelschap zijn er bijvoorbeeld vier naar het Popfestival in Kralingen, juli 1970 geweest. Tegen de tijd dat Kees en zijn vriend Geert-Jan (als ik mij niet vergis noemt hij zich al heel lang: ‘Adang Somchai’) Preyde en nog enkelen aansloten was mijn tijd gekomen om mijn studie in Nijmegen aan te vatten en vertrok ik uit de polder. Het café ‘De Vlas- en Korenbeurs’ aan de Spoorput bezocht ik ook. Op een foto in het boek zag ik tante Agaath terug, die in dat café daar de scepter zwaaide. Haar man Jeroen (afkomstig uit Noordwijkerhout) ben ik mijn leven lang dankbaar voor een verhaal dat hij mij vertelde over mijn opa (die ik nooit gekend heb) en zijn losgebroken hengst.

Het zonder veel omhaal neerschrijven van persoonlijke herinneringen, hij heeft ze door enkele meelezers op waarheidsgetrouwheid laten controleren, is moedig in de sfeer van zo’n klein dorp (waar hij nog steeds woont), temeer daar hij bepaald geen brave jongen was. Het biedt op deze manier een wat bredere blik op mijn eigen jeugd en wellicht ook op die van anderen.

februari 2021

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s