13 september

Eén kind is vandaag afwezig door ziekte. Bij binnenkomst ligt er een woordzoeker op ieders tafel met woorden met au of ou. Elk kind begint aan de schooldag met dit zoeken.

Om de werksfeer in deze klas te bevorderen zijn de kinderen vanaf deze week in duo’s (i.p.v. in viertallen) naast elkaar geplaatst; ben benieuwd of dat werkt.

Ik geef elk kind een hand, wens ‘Goedemorgen!’ en zeg indien nodig dat het goed is om iemand aan te kijken bij het handengeven. Eén kind weigert en kijkt mij niet aan. Hij blijkt een belangrijk deel van de morgen slechts aanspreekbaar met indringende vragen en een enkele met een beetje stemverheffing.

Een ander kind vertelt trots dat mama vandaag 33 jaar is geworden. Uiteindelijk is iedereen aan het werk met de woordzoeker. Het meest beweeglijke en rumoerige kind is vanmorgen het eerste half uur erg mobiel en roept ineens hard dat een meisje zich er niet mee moet bemoeien. Na een paar woorden van meester Klaas wordt hij rustiger.

Na een kwartier komt er een mevrouw binnen die nog net op tijd door meester Klaas geïntroduceerd wordt als de mevrouw van de activiteiten van de Brede School[1]. Volgende week is er een kunstatelier en de mevrouw legt – met een beetje een accent in haar spraak – de kinderen uit wat zij daar kunnen doen: houtbewerken, figuren maken met boetseerklei, met speksteen vormen maken en afdrukken maken met figuurstempels. Van alle materialen laat zij even zien wat je ermee kan. Een aantal kinderen kijkt en luistert beleefd, een aantal anderen zijn zeer geboeid. Zij wordt onderbroken door een vraag: Bent u Belg? Zij geeft antwoord dat zij van Duitse komaf is en dat haar accent daarvan is. Zij rondt af met de mededeling dat kinderen zich kunnen aanmelden op de website; een bericht gaat ook naar de ouders.

Meester Klaas gaat verder en begint met complimenten over hoe de klas luisterde en keek naar deze mevrouw. Daarna krijgt de klas de opdracht om in tweetallen een reeks keersommen uit de tafels van 1 tot 10 te maken. Meester Klaas deelt aan elk tweetal een papier uit met twee kolommen met sommen. Via het toewijzingsspelletje Steen, Papier, Schaar, bepalen de duo’s bij elke twee sommen wie er het eerst mag en van een goede som mag het vakje gekleurd worden. Wie heeft de eigen kolom het eerst helemaal gekleurd? Als ik zie dat de papieren met de opgaven sommen hebben die wat betreft moeilijkheid verschillen, vertelt meester Klaas dat deze oefening ook bedoeld is om het niveau van de kinderen een beetje te peilen.

Bij twee kinderen die heel rap gaan, verander ik de ‘8’ in ‘11’ en de ‘9’ in ‘12’; 5 x 8 wordt 5 x 11, enz. Als de tijd om is, zijn er nog kinderen die niet verder zijn gekomen tot halverwege.

Nu gaat de klas twintig minuten stillezen. De kinderen kiezen de boeken zelf uit en ik zie een boek over scooters, een boek over de avonturen van Hugo de Groot en zijn ontsnapping, stripboeken, natuurboeken over uilen en het leven in donkere grotten en ook gewone verhalen voor kinderen. Na wat aanvangsperikelen gaat iedereen geconcentreerd aan het lezen. Een rumoerig kind dat snel afgeleid is door het gedrag van anderen gaat uit voorzorg en met eigen instemming op de gang zitten lezen. Onder het lezen gaat een ander kind mee met een remedial teacher voor extra persoonlijke begeleiding. Meester Klaas geeft de klas complimenten voor het stille lezen, behoorlijk wat kinderen waren “vertrokken in hun boek” zei hij. Als meester Klaas even de klas uit gaat merkt bijna niemand dit op. Na ongeveer 20 minuten wordt het langzaam wat rumoeriger, de morgenpauze nadert en kinderen voelen dat. Ze eten wat fruit in de klas en gaan vervolgens naar buiten.

Tijdens de pauze is een groepje met een basketbal aan het rennen en tikkertje aan het spelen. Een andere groepje, met twee meisjes zijn aan het voetballen. Het gaat rustiger dan vorige week. Een derde groep een paar jongens en meisjes tenslotte is een soort van huiselijk gezin aan het spelen. Naarmate de pauze vordert wordt een enkel kind wat explosiever in haar reageren. Meester Klaas praat even met haar en daarna met de kinderen die op haar reageren.

Weer terug in de klas volgt eerst nog even een herhaling van een paar regels voor op het schoolplein. De kinderen laten het zo te zien over zich heen komen zonder “ja, maar hij …”.

Meester Klaas is van het voorlezen. Hij vraagt eerst aan de klas of iemand aan mij het verhaal tot nu toe wil uitleggen. Na deze uitleg, over een wel heel erg krasse Oma, Max die niet bang is en een bommelding in het Paleis op de Dam, begint meester Klaas met voorlezen. Hij doet dat goed. De kinderen luisteren ademloos. Onderwijl sluit ook juf Johanna aan in de klas.

Na het voorlezen volgt een opdracht op het gebied van begrijpend lezen. Het bijbehorende item van Nieuwsbegrip gaat over bommen uit WOII die op de bodem van en Zwitsers meer liggen. Het journaal item hebben de kinderen al gezien. In een paar korte zinnen staat de samenvatting van het item op het bord geprojecteerd. De kinderen krijgen allen een A-4, opgedeeld in vier compartimenten. In deze vier compartimenten moeten zij tekenen en met één zin uitleggen wat het probleem is en hoe zij denken dat het aangepakt kan worden: een soort van stripverhaal over het probleem en de aanpak. Een moeilijke opdracht voor de kinderen.

Bij veel aanmoedigingen ontstaan er stripverhalen over het opruimen van de bommen door een duikploeg, met een robot en ontploffingen op een veilige plek. Sommige kinderen maken een stripverhaal met eenvoudige tekeningen en heldere teksten, anderen grijpen de opdracht aan om uitbundige kleurrijke tekeningen te maken met weinig tekst.

Twee kinderen die als eerste klaar zijn krijgen van mij een aantal keersommen te maken: op andere wachten is heel vervelend. Voor de een zijn de keersommen van de tafel van vier nog pittig. Voor de ander is het uitdagend om sommen te maken uit de tafels van 7 t/m 13. Bij deze laatste leg ik wel uit eerst de vermenigvuldiging van het tiental te doen en daarna die van het resterende getal. Hij groeit met elke som die hij goed maakt.

Voor het middagprogramma deelt juf Johanna alvast tekenschriften uit. Daarvan zijn er tekort, een nieuwe levering is nog niet binnen. De schriften zijn daarom dwars doormidden geknipt. Wel apart; nu kunnen kinderen toevallig leren om klein te tekenen. Als het rumoer weer wat toeneemt, betekent dit dat de lunch er aankomt en dat het daarna pauze is.

20 september

Het is wederom mooi weer vandaag. Bij binnenkomst geef ik elk kind een hand, zeg ‘goedemorgen’ en vraag sommige of zij er zin in hebben vandaag. Eén kind antwoord dat ze dat niet heeft en liever iets anders zou doen. “Wat?”  “Bij Mama blijven”.

De opdracht bij binnenkomst staat op het bord: het eerste kwartier gaan de kinderen een tekening afmaken, met daarop een visser in een bootje met een hengel uit. Zij gaan tekenen wat de visser op hengelt. Meester Klaas benadrukt dat hierbij alles mag: de kinderen kunnen hun fantasie gebruiken en mogen de hele tekening met kleur en al vullen. De kinderen hebben echter veel met elkaar uit te wisselen en zijn daarin bijna niet te stoppen.

Even later blijkt dat de kinderen enorm verschillen in tekenlust en in -vaardigheid, waar de één een vijver vol allerlei vissen tekent inclusief een hamerhaai, maakt een ander één bijna ronde vis die nog geen tiende van de vijver in beslag neemt.

Hier twee voorbeelden.

Na het tekenen staan o.a. het klokkijken, voor jezelf lezen en later een spelletjesmiddag op het programma. Deze laatste wordt verzorgd door een groep studenten van de lerarenopleiding basisonderwijs. Het komt goed uit dat het mooi weer is vandaag.

Het klokkijken begint met een spel: kun je voelen hoe lang een minuut duurt?  “Iedereen doet de ogen dicht en je telt in jezelf tot zestig. Als je denkt dat een minuut voorbij is, steek je je vinger op.”

Het is doodstil in de klas; een kind steekt na ongeveer 35 seconden de vinger op, anderen volgen. Meester Klaas klap één keer in zijn handen als de minuut voorbij is. Een paar kinderen waren toen nog niet aan de zestig met tellen. Een enkel kind geeft een reactie.

Meester Klaas geeft bij wijze van herhaling vragenderwijs nog enige uitleg: Hoeveel seconden zitten in een minuut? Hoeveel minuten zitten in één uur? Een half uur is hoeveel minuten. En hoeveel minuten telt een kwartier? Een dag telt 24 uur; 24 uur wordt ook een etmaal genoemd. Tenslotte legt meester Klaas het verschil uit tussen een analoge 12 uurs-klok en een digitale 24 uurs-klok. En deelt een stappenplan annex uitleg uit.

Meester Klaas oefent eerst enkele opgaven gezamenlijk met de klas. Half negen is 8:30 u of 20:30 u. Half drie is 2:30 u of 14:30 u. De kinderen krijgen twee bladzijden in hun werkboek als opdracht en maken de sommen daarvan. Ik loop rond en help waar nodig. De omzetting van de cijfers van 14:30 u naar de woorden van half drie blijken voor enkele kinderen een struikelblok. Daarnaast is, net als vorig schooljaar in groep 4, de benoeming van de halve uren, bijv. 8:30 u is half negen, voor sommige kinderen verwarrend. Als zij klaar zijn met de sommen mogen zij hun hand opsteken en kijkt meester Klaas of ik het werk na. Kinderen beginnen te stralen als ik op de gehele pagina een rode krul zet.

In de klas pakt nu ieder het leesboek waarin de kinderen voor zichzelf aan het lezen zijn en lezen een kwartier. Het duurt even maar uiteindelijk is het stil.

Een kind vraagt aan mij wat een ‘aanbidder’ is. Ik leg uit dat een aanbidder iemand is die jou bewondert en graag bij jou wil zijn. Ik vraag: “Heb jij een aanbidder?” “Ja, mijn moeder!”  is het prompte antwoord. Na een kwartier komen de kinderen ieder voor zich bij meester Klaas om het leesboek op te geven die zij het weekend mee naar huis nemen. Het rumoer groeit nu snel. Er ontstaan een tweetal ruzies, ik ga er tussen staan. Een jongen gaat even uit zijn dak, ik pak hem zacht maar stevig vast en hij wordt rustig.

De pauze is speels en bij vlagen met veel opwinding. De kinderen reageren direct en fel op elkaar. Een kind is bij een balspel alleen maar bezig om andere kinderen zo snel mogelijk “uit” te maken. Dat lukt haar goed en na enig toekijken zet ik haar even aan de kant: “Andere kinderen mogen ook!” Helse verontwaardiging tekent haar reactie.

Even later volgen er enkele botsingen op het voetbalveldje. Vijf jongens hebben het met elkaar aan de stok: roepen en sla- en trapbewegingen, niet te stuiten. Het kind dat ik bij het balspel even aan de kant zette, is nu over de kook. Ik pak haar hand, waardoor zij naast mij moet blijven staan. Tierend gaat zij op het eind van de pauze mee naar binnen. Het hoofd van de school neemt haar mee naar haar werkkamer om af te koelen. Een ander kind moet langere tijd in een kleine ruimte blijven om rustig te worden. In de klas word ik (voor het eerst op school) boos op een kind dat weigert aan zijn tafeltje te gaan zitten. Met enige stemverheffing maan ik hem daartoe. Hij schrikt van mijn stemgeluid en gaat stil zitten.

Meester Klaas zegt dat iedereen een kwartier voor zichzelf gaat werken om af te koelen. Dit doet hij op een de-escalerende toon. Het wordt nu rustig. Na dit kwartier vraagt meester Klaas wie er nog met iemand anders heeft op te lossen. Twee duo’s gaan op de gang hun ruzie uitpraten.

Wij gaan verder met gezamenlijk lezen in Bob Popcorn.

De kinderen lezen om de beurt hardop voor; als zij aan de beurt zijn tikt meester Klaas degene op de schouder. Het boek gaat over een jongetje dat op popcorn leeft en geregeld een gedaantewisseling tot een grote popcorn doormaakt. De kinderen lezen voor. Sommige lezen soepel voor, anderen haperend. Eentonigheid in het uitspreken overheerst, woorden worden aaneen geregen als een saaie ketting. Zo af en toe leest meester Klaas een zin voor om als voorbeeld toonhoogteverschillen en interpunctie te laten klinken.

Na ongeveer 20 minuten en twee hoofdstukken verder gaat juf Johanna, die na de pauze in de groep is aangesloten, verder met een dictee, een herhaling. (Intussen spreekt meester Klaas met een ander joch over een ruzie in de pauze.)  Het gaat in het dictee om de woorden geeuw, speld, vlaaien, zuchten, vangt, stuifsneeuw, e.a. Bij het woord moeten de kinderen ook de spellingscategorie, die achter in de klas op een prikbord duidelijk leesbaar zijn, erbij schrijven. Bij een hele zin moeten zij het werkwoord onderstrepen.

Juf Johanna gaat samen met de klas het dictee direct nakijken. Alle woorden passeren de revue en de spellingscategorie wordt er bij gezet.

Alle dicteeschriften komen nu op een stapel en de kinderen gaan met hun werkschrift voor taal aan de slag: woorden herkennen en bij de goede categorie zetten. De klas werkt korte tijd rustig en met aandacht, maar dit verslapt na zo’n tien minuten. Johanna en Klaas hebben moeite om bij het einde van de ochtend iedereen zittend en stil te krijgen voor een uitleg over de grote pauze en de daarop volgende spelletjesmiddag. De kinderen eten nu hun lunch, praten luid met elkaar en roepen ook als zij het gewoon kunnen zèggen. Ik denk: zij willen gehoord worden, daarom roepen zij voor alle zekerheid.

Pauze, ik kan vanmiddag iets anders gaan doen.


[1] Een Brede School is de overkoepelende samenwerking tussen diverse partijen die gericht zijn op kinderen. Het doel van de samenwerking is het vergroten van de ontwikkelingskansen van ieder kind.

Bij een Brede School hoort in ieder geval een onderwijsinstelling. Daarnaast kunnen ook de peuterspeelzaal, de kinderopvang, de fysiotherapeut en andere cultuur- sport- en welzijnsinstellingen deel uitmaken van de brede school.

Het aantal Brede Scholen groeit erg hard. Door het concept van de brede school zijn de lijntjes tussen de diverse instellingen korter en kan de zorg voor kinderen efficiënter aangeboden worden. (Brede school – uitleg begrippen onderwijs (wij-leren.nl)


Één reactie op “Logboek van een reken- en leesopa (25)”

  1.  Avatar
    Anoniem

    mooi maar heftig ,wat doe je het goed , en wat zal je als je thuis ben bekaf zijn

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren