31 mei

Als ik op school kom hoor ik dat meester Sjoerd ziek is en dat de ouders van de klas dit bericht kregen zodat verreweg de meeste kinderen van groep 4 vandaag vrijaf hebben. Men is vergeten dit mij te melden. Enkele ouderstellen, ziet het schoolhoofd op haar telefoon, hebben het bericht niet gelezen zodat wij een stuk of vijf kinderen kunnen verwachten. Ik meld dat ik vanmorgen deze kinderen op mij wil nemen.

Even later zijn alle vijf in het lokaal en horen dat meester Sjoerd er niet is.

Ik geef de kinderen de taak om het eerste deel van de morgen bezig te gaan met iets waar zij niet zo goed in zijn. De tweede helft van de morgen kunnen zij dingen doen die zij zelf leuk vinden om te doen. Zogezegd zo gedaan weliswaar met wat heen en weer rennen en roepen.

Een kind gaat aan de slag met het oefenen van tafels. Ik schrijf de antwoorden van de tafel van vijf in willekeurige volgorde onder elkaar en geef de opdracht dat het kind er steeds de bijbehorende keersom erbij schrijft. Het duurt even voordat hij het snapt en gaat dan aan de gang. Als ik een ander kind een taalopdracht uitleg, is de eerste al klaar. Deze moet even wachten op mijn nakijken en krijgt dan de volgende tafel. Twee andere kinderen gaan met spelling aan de slag, zoeken een reeks dicteewoorden en één roept: “Ik ben juf en ik roep de woorden die jij opschrijft.” Het laatste kind sluit zich aan bij het dictee groepje. Iedereen is aan het werk, zo denk ik.  

De kinderen hebben echter andere ideeën over de uitvoering dan ik. Zij lopen door het lokaal, bekvechten over wie na het tweede woord de juf mag zijn die de spellingwoorden opnoemt. Zij ruziën over wie vandaag op de stoel van meester Sjoerd mag zitten. Stil is het vrijwel geen moment. Ik maak vervolgens de vergissing dat vermanende woorden iets bijdragen aan de werkhouding. Ook nog een keer herhalen van wat we afspraken is niet het begin van rustig en gericht bezig zijn. Werken doen de kinderen wel, maar steeds voor korte periodes en met meer geluid dan meester Sjoerd zou dulden. Het kind dat werkt aan tafels schrijft nu de tafels van 7 en 9, met slechts één fout hierin. Eén kind, dat niet goed is met taal, gaat uiteindelijk serieus aan de slag met schrijf- en taaloefeningen die ik hem geef.

Ik geef hem later wat verbetersuggesties en nodig hem weer wat later uit om de zinnen opnieuw op te schrijven langzaam en netjes tussen de lijnen. Nu hij zich erop concentreert gaat het schrijven veel beter.

Ter onderbreking lees ik een stukje voor uit een leesboek van een van hen. Als zij drie zinnen later niet blijken te luisteren stop ik ermee. Het hoofd van de school, juf Marleen, komt even kijken of het goed gaat; de rumoerig-bezige kinderen stellen haar gerust.

Na hun fruit volgt de pauze. Ik trektouw met twee van hen, zij winnen twee keer en ik de laatste keer. Geloei van andere kinderen.

Weer binnen gaat elk kind doen wat het leuk vindt. Eén gaat tekenen, knippen en plakken, twee anderen doen computerspelletjes op hun laptop terwijl de laatste twee ook gaan tekenen. Intussen heeft een ouder alsnog het bericht gelezen over het ziek zijn van meester Sjoerd en komt zijn kind ophalen. Deze wil echter op school blijven. Bij vlagen met wat rumoer en bij vlagen rustig, gaat zo de morgen voorbij. De kinderen waarschuwen zelf dat het tijd is voor hun lunch en ronden hun bezigheden onder het eten af. Waar zij anders op de gang in een rij stil naar buiten gaan, rennen deze vijf vandaag joelend de gang op naar buiten.

7 juni

Bij de koffie vooraf vraag ik aan een collega of de school intussen in het teken staat van het afsluiten van het schooljaar. Deels, met name vanwege toetsen en schoolreisjes, blijkt dit inderdaad het geval, zo vertelt een collega. Drukte alom, ook op de school. Daar komt bij dat de kinderen zelf ook onrustig worden naarmate de zomervakantie nadert, vertelt meester Klaas.

Bij binnenkomst zijn de kinderen onrustig en rumoerig. Slechts na enkele keren aanmanen, gaan de kinderen aan de slag met de som die meester Sjoerd op het bord heeft gezet. Meester Sjoerd vertelt mij dat hij tegen het eind van de morgen weg moet en dat een invalkracht, meester Jacques, het dan van hem overneemt. Vandaag zijn drie kinderen er niet. Een ervan moet het drama meemaken dat zijn broer bij een verkeersongeluk is overleden. Ik schrik bij het horen ervan. De klas blijkt ingelicht, maar geen enkel kind heeft het erover. De twee anderen zijn ‘gewoon’ ziek.

De som op het bord luidt: Je hebt 12 schepjes cacao nodig voor het maken van chocolademelk voor vier kinderen. Hoeveel schepjes heb je nodig voor zes kinderen? Tijdens het maken van de som en het verder individueel werken aan de weektaak wordt het langzaamaan weer rumoerig. Meester Sjoerd legt uit wat er vandaag staat te gebeuren. “Wij beginnen met een rekentoets”, vertelt dat hij later op de morgen weg moet en dat meester Jacques hem komt vervangen. Maar eerst komt de klassikale behandeling van de som die op het bord staat.

Een kind legt uit dat hij de 12 schepjes gelijkelijk over de vier kinderen verdeelde. Dat bleken 3 schepjes per kind. Met een lange plussom (3+3+3+3+3+3) of met een keersom kom je dan tot 18 schepjes voor zes kinderen. Eerst verbetert, op vraag van meester Sjoerd, een ander kind de keersom van de eerste: het moet niet 3 X 6 zijn maar 6 X 3.

Meester Sjoerd deelt de voorgedrukte rekentoets uit, de naam van het betreffende kind staat er al op, en zegt dat de kinderen kunnen beginnen.

Het zijn allemaal verschillende opgaven, vaak met beeld en verhaal waar zij een som van moeten maken.Als zij klaar zijn kunnen zij aan hun weektaak verder. Op verzoek ga ik intussen een spellingopdracht nakijken. Het valt mij daarbij op dat de kinderen die verhoudingsgewijs het netste schrijven, ook de minste fouten maken. Hoewel ik verwacht dat meisjes vaker dan jongens netjes schrijven, is dat hier niet het geval twee jongens en een meisje schrijven alle drie duidelijk en regelmatig en maken de minste taalfouten. Bijgaand werk is van een jongen.

Na het fruit eten gaat de groep naar buiten. Het is goed weer, ik praat wat met invalkracht Jacques en zie veel kleine incidentjes tussen kinderen. De verdeling van de tijd op een skippybal is een moeilijk punt bijvoorbeeld.

Na de pauze bespreekt meester Sjoerd hoe de pauze is verlopen. Enkele kinderen hebben geen leuke pauze gehad. Bij de bespreking van een incident gaat een meisje bijna voortdurend in de verdediging. “Ik wil geen ..maar hij…horen, maar alleen hoe jijzelf het hebt aangepakt. Waarom ben jij niet naar mij gekomen toen jullie er niet uit kwamen?” is de centrale gedragslijn van meester Sjoerd. Het duurt even voordat de heftigheid geluwd is. De klas wordt weer wat rumoeriger en dit neemt toe als meester Sjoerd aanstalten maakt om, zoals aangekondigd, op te stappen. Ik heb intussen zelf de vier kinderen uitgekozen die met mij Nieuwsbegrip (over de Europese verkiezingen) gaan doen. Het duurt even voordat meester Jacques gevonden is zodat meester Sjoerd kan vertrekken.

De vier kinderen beginnen vol ijver aan de tekst over de Europese verkiezingen. Bij de tweede paragraaf begint de aandacht te verslappen en mijn vermaningen komen steeds vaker terug. Uiteindelijk stuur ik twee kinderen terug naar de klas en heb ik nog een gesprek over de verkiezingen met de twee overgeblevenen.

Wat later lukt het meester Jacques en mij niet meer om rust en concentratie in de klas terug te brengen. De tekst over de verkiezingen worden met enige moeite en veel onderbrekingen afgerond. Meester Jacques geeft de klas daarna de gelegenheid tot stillezen, ieder in het eigen boek. Maar stil wordt het niet meer. Ik loop voortdurende door de klas en sta zonder iets te zeggen bij kinderen die niet aan het lezen zijn. Steeds vaker zeg ik niets en sta er alleen naast. Soms heeft dat enig succes, voor korte tijd.

Als de tijd voor de lunch aanbreekt merk ik dat ik moe ben. Meester Jacques draait tijdens de lunch een aflevering van Klokhuis over geluidsoverlast en hoe deze op de TU Delft onderzocht en aangepakt wordt. Om ik weet niet welke reden staat hierbij het geluidsvolume tamelijk hoog.


3 reacties op “Logboek van een reken- en leesopa (21)”

  1.  Avatar
    Anoniem

    Zo gaat het met kinderen als je de regelmaat onderbreekt . worden ze drukker eigenlijk moet je dan beginnen met ook totaal iets anders, zodat het ook echt anders is. Ik vind het knap zoals je het aanpakt .je moet er maar ineens alleen voor staan. succes meester

    1.  Avatar
      Anoniem

      Dank voor het compliment. Wat mij helpt is het besef dat als ik drie keer tot activiteit maan en de kinderen reageren nauwelijks, dat ik dan weet: nog een keer dit aangeven helpt niet, ik kan beter iets anders verzinnen.

  2. harrievleerlaag Avatar

    Grappig dat als er onverwacht ‘maar’ 5 kinderen zijn, er geen structuur is en het dus meteen moeilijk is om die alsnog aan te brengen.

Plaats een reactie