29 november
De kinderen komen binnen en ontdekken een zakje pepernoten in hun tafellaatje. De eerste kinderen gaan in hun opwinding op onderzoek uit; wie heeft hiervoor gezorgd? Zij krijgen het antwoord niet te horen.
Het werk-bij-binnenkomst staat weliswaar op het bord maar wordt nauwelijks gedaan. E’n kind doet dat wel en is daarbij zeer geconcentreerd. Als zij last heeft van het rumoer over de pepernoten vraagt zij aan mij of zij in de (aparte) tussenruimte mag werken. De werklust van dit kind is mij als een wonder; wonderen kunnen nog steeds gebeuren blijkt.
Ik ga met drie groepjes kinderen in het bibliotheeklokaal redactiesommen maken. Ik heb drie reeksen van sommen op even zoveel verschillende niveaus en begin met een drietal die rekenen moeilijk vinden. Het niveau is het rekenniveau van het einde van groep 4.
De kinderen moeten de tekst van de som lezen (slechts één zin) en in hun rekenwerkschrift de som die uit de tekst voortvloeit op schrijven. Daarna moeten zij, al dan niet met behulp van een getallenlijn de som uitrekenen.
Er wordt bij de eerste som al direct na enkele tellen het antwoord geroepen. Ik leg nogmaals uit dat zij eerste de som uit de tekst moeten halen en deze opschrijven. Dat zij in groep vier vorig jaar deze aanpak geleerd hebben, is ongetwijfeld in hun hoofd opgeslagen maar zij hebben blijkbaar niet het geduld dit zo te doen en willen zo snel mogelijk het antwoord ophoesten. Na enkele sommen schrijven zij bij pas de vierde opgave eerst de som op en beginnen daarna het uitrekenen. Een kind breng ik overigens na vijf minuten terug naar de klas, want hij wil niet aan de slag gaan.
De tweede en de derde groep die beter kunnen rekenen maken opgaven uit halverwege groep 5 en van het einde groep 5. Deze laatste liggen duidelijk voor op het gemiddelde niveau. Maar ook bij deze groep kost het mij moeite hen te bewegen tot de volgorde: lezen, som opschrijven en uitrekenen. Maar rekenen vinden zij wel erg leuk om te doen.

De eerste helft van de morgen eindigt met fruit eten. In de winterse maar zonnige kou zie ik buiten sommige kinderen met jas open of alleen in trui buiten spelen. Oh ja, zo deed je dat als kind, herinner ik mij. Zolang je rent of speelt heb je nergens last van.
Na de pauze neem ik twee kinderen een inhaal-dictee af. Het gaat om twintig woorden en twee zinnen. Bij elk waarvan zij de spellingscategorie kennen moeten zij die er bij schrijven. Bij de twee zinnen moeten zij op de hoofdletters en interpunctie letten. Deze twee doen het vlot en goed. Ik zie slechts een enkele fout.
Als wij terug in de klas zijn staat juf Johanna juist op het punt te beginnen met de uitleg van een nieuwe spellingscategorie: de A-lijst-woorden. In deze woorden hoor je niet duidelijk of de a een korte of lange klank heeft, maar schrijf je één a alsof het een lange klank is. Bijvoorbeeld: agenda, fabriek, natuur, enz. Na de uitleg volgt een dictee met enkele van deze A-lijst woorden: alarm, lawaai, kabaal. Ook hier moeten de kinderen de nummers van de spellingscategorie boven de woorden zetten. Het dictee wordt afgesloten met de zin: Een rijpe aardbei bevat vitamines. Bij de zin moeten de kinderen ook alle woordsoorten erbij aangeven. Dat lukt niet iedereen. Gelukkig wordt zoals altijd het dictee gezamenlijk nagekeken waarbij de kinderen de foute woorden opnieuw moeten opschrijven met een blauw kleurpotlood. De zo gecorrigeerde dictees worden daarna ingezameld en nagekeken door de juf of meester.
Het dictee, fluistert mij meester Klaas, is blijkbaar een oefening in taakgericht werken. De kinderen vinden het moeilijk zich te concentreren en zich te beperken tot het met aandacht schrijven en aansluitend zo nodig verbeteren van de dicteewoorden.
Het laatste onderdeel van de morgen werken de kinderen zelfstandig aan het werk van deze week dat nog niet af is. Een enkeling is klaar en kan gaan lezen.
Ik help een kind met het leegruimen van zijn tafellaatje; deze is propvol en het kind lijkt niets meer te kunnen terug vinden. Hij loopt tijdens het leegruimen twee keer naar de papierbak en kijkt opgelucht als het klaar is.
Vlak vóór de middagpauze komt het schoolhoofd nog even binnen om te praten hoe het gaat. Zij begint met twee kinderen en geeft daarna de twee leerkrachten het woord. De algemene teneur is dat niets vanzelf goed gaat en dat je elke dag inzet nodig is om aan het eind van de week je weektaak af te krijgen. Vanmiddag zal nog niet elk kind daarmee klaar zijn.
6 december
Eén dag na Sinterklaas is de kerstverlichting en -versiering al aangebracht in de klas. De kinderen komen binnen in de klas terwijl de lichten uit zijn en alleen de kerstboom verlicht is. Dit schept direct een decembersfeer. Sommige kinderen hebben hun surprise die zij gisteren op school kregen bij zich. De kinderen blijken intern verhuisd te zijn, zitten op een andere plek, veelal ook naast een ander kind.
Er staat bij binnenkomst een schrijfopdracht op het bord: de kinderen moeten netjes, d.w.z. een beetje schuin en aan elkaar, een aantal plaatsnamen op schrijven en de woorden bovendien sorteren op ou of au.

Een paar kinderen vinden dit schrijfwerk heerlijk, zij doen hun uiterste best om zo goed, zo regelmatig en zo mooi mogelijk te schrijven. Anderen hebben er meer moeite mee, ook met het aandachtig met schrijfwerk bezig zijn zelf. Maar de meesten doen hun best, het is stil in de klas.
Na de opdracht bij binnenkomst ga ik buiten de klas met achtereenvolgens twee groepjes kinderen redactiesommen maken. Ik begin met een bladzijde met sommen die van het niveau zijn van middenin groep 5, het actuele niveau kortom. Ik heb drie kinderen uitgekozen, die niet slecht in rekenen en evenmin supergoed zijn.
Ik maak er vandaag geen wedstrijdje van. Wij doen de sommen gezamenlijk: eerst de tekst lezen, dan de som opschrijven en vervolgens som uitrekenen. Bij de eerste som roept een kind direct het antwoord, zonder de som opgeschreven hebben. Ik leg nog eens uit dat bij een redactiesom het opstellen van rekensom uit de tekst de belangrijkste opgave is. Samenwerkend komen alle redactiesommen tot een goed einde. Het groepje heeft goed gewerkt.
Vervolgens ga ik met drie goede rekenaars een aantal redactiesommen maken op het niveau van eind groep 5. Het gaat om opgaven waarbij de kinderen deel- en keersommen moeten opstellen uit de tekst en vervolgens deze maken. Deze zijn nog te moeilijk, met uitleg en voordoen komen we tot de uitkomst van de eerste drie opgaven. Een kind heeft daarbij de neiging boos te worden omdat hij de som niet direct weet. Op zo’n moment contact maken met dat kind is niet eenvoudig.
Vlak voor de pauze, tijdens het fruit eten vragen twee kinderen of zij een tafel met mij mag doen voor het tafeldiploma. De eerste doet vlekkeloos en vlot de tafel van zes, waarna ik nog kriskras door elkaar alle keersommen nog eens vraag. Dat gaat prima. Met een blij gezicht rapporteert hij het resultaat bij meester Klaas. De tweede wil de tafel van drie doen. Bij de vierde keersom (4 X 3) draait hij de som om 3 X 4. Ik leg uit dat dit andersom moet. Hij verbetert het en draait het bij 7 X 3 weer om. Als hij klaar is, vraag ik hem kriskras door elkaar naar de tafel van drie. Dat gaat niet goed, twee fouten. Als ik zeg dat het nog niet goed is, begint hij te huilen. Drie minuten later geef ik hem een nieuwe kans. Nu gaat het goed. De pauze is intussen begonnen, maar daar let hij niet op.
Buiten met een kop koffie komt hij weer naar mij toe en vraagt mij of ik ook de tafel van vier met hem wil doen. (Dit afnemen tijdens de pauze is gebruikelijk.) Bij de derde draait hij ook hier de keersom om. Deze corrigeer ik. Daarna is er nog een omdraaiing, maar de antwoorden zijn goed. Als ik hem kriskras bevraag, weet hij het antwoord op 7 X 4 niet. Na eerst 8 X 4 en 2 X 4 weet hij wel wat de uitkomst is van 7 X 4. Ik zeg dat het goed is. Blij en opgelucht rent hij naar meester Klaas om het resultaat te melden.
Na de pauze werken de kinderen ieder voor zich aan de afronding van hun dagtaak, waaronder een rekentekening.

Zij die klaar zijn kunnen vrij lezen of tekenen. Een kind tekent een grote zon met een heleboel kleine rode hartjes. Als ik vraag van wie of voor wie deze hartjes zijn zegt ze: “Mijn mama. Ik heb de liefste mama van de hele wereld.”
Er blijkt dat op de jongens-wc het heel erg smerig is. Juf Johanna bespreekt het incident, de dader blijft onbekend.
Juf Johanna legt een nieuwe spellingscategorie uit en neemt een dictee af, die op de gebruikelijke manier gezamenlijk wordt nagekeken.
Ik neem intussen een kind een inhaaldictee af, zij was twee weken niet op school. Dit kind doet het goed.
Als wij terug komen in de klas is meester Klaas net begonnen met voorlezen. Hij leest een spannend verhaal uit de serie Miljonairskind, deel: Het verborgen eiland.
Nog een keer taal. Juf Johanna legt een nieuwe spellingscategorie uit en stipt even alle opgaven aan van een nieuwe taalopdracht.
De kinderen gaan in stilte – het stoplicht op het bord staat op rood – aan de taalopdracht beginnen, het laatste onderdeel van deze morgen. Meester Klaas en ik lopen rond en worden geregeld te hulp geroepen bij vragen als; wat is het werkwoord, hoe schrijf je sauna,enz. Na 15 minuten ruimen de kinderen hun spullen op en halen hun schooltas met lunch. Tijdens de lunch gaat het grote licht weer uit, de rolgordijnen zijn neer zodat de verlichte kerstboom goed zichtbaar is. Deze decembersfeer zorgt in de groep voor uitgelatenheid en bijpassend rumoer.