Logboek van een reken- en leesopa (28)

8 november 2024 

Deze dag begint voor de kinderen met invullen van een tekening met allemaal woorden met au als klinker. 

Foto 

Ik geef de binnenkomende kinderen een goedemorgen-hand en ben blij ze weer te zien. Aan hun gezicht te zien is het bij de meesten ook omgekeerd. Een kind vraagt wat een kabeljauw is. Als alle woorden ingevuld zijn wacht nog een reeks woorden met au die aan de achterkant van het blad opgeschreven moeten worden. Daarna kunnen de kinderen aan de slag met overig werk dat nog ligt, voor veel kinderen is dit: vragen beantwoorden van Nieuwsbegrip. 

Ik ga vier keer met een groepje buiten de klas keersommen oefenen. Ik doe daarbij hetzelfde spel als toen de ouders op school waren: ik noem een keersom uit een van de tafels terwijl allerlei antwoorden op een kaartje open op tafel liggen. De kinderen moeten zo snel mogelijk het antwoord roepen en daarbij hun hand leggen op het goede antwoord. Ik roep de som en zij roepen het antwoord en leggen snel hun hand op het kaartje met het getal van de uitkomst. Althans dat is de bedoeling. In de onderlinge strijd gebeurt het vaker dat een kind de hand snel op het kaartje legt, en dan pas gaat bedenken welke uitkomst geroepen moet worden. Ik kies steeds vier kinderen waarvan ik schat dat ze ongeveer even goed zijn in rekenen. Het lukt me niet dit spel te spelen zonder ophef of rumoer. Ik ga daarom niet op de gang zitten, wij zouden andere klassen storen, maar in een apart klein kamertje. Ik geef een enkele keer een wat trager kind de ruimte om het antwoord als eerste te roepen.  

In de ochtendpauze maakt een deel van de klas het schoolplein schoon met prullen grijpers en enkele vuilniszakken. Medeverantwoordelijkheid en oog voor de omgeving kan niet vroeg genoeg gekweekt worden, wat mij betreft, ook in deze wijk.  

Na de pauze werken de kinderen nog tien minuten voor zichzelf. Dan is het klaar: Dictee. 

Juf Johanna legt nog eens uit wat woorden zijn met meerdere klankgroepen: voetbal, schrijfpen, enz. Ook legt zijn nog eens uit dat na een korte klank er vaak twee medeklinkers komen zoals bij middag. De woorden van het dictee zijn: het nieuws, de beitel (bijtol schrijven twee kinderen), de augurken, het beschuitje, zij schommelen, het springtouw. Als laatste is er de zin: We wachten in Zwolle op de trein. Bij de woorden moeten de kinderen ook de spellingscategorie erbij zetten.  

Na afloop kijkt de klas het gezamenlijk na en moeten zij verkeerd geschreven woorden met een blauw potlood opnieuw schrijven. Tijdens deze schooldag krijgen drie kinderen de tip hun werkhouding te verbeteren, en één krijgt een laatste waarschuwing, een paar krijgen opstekers. Hierbij wordt ‘wat ik maar noem de leergedragthermometer gebruikt, waarbij voor elk kind een knijper voorhanden is die aangeeft hoe het kind zich gedraagt.

Juf Johanna leest hardop met de klas uit Dolfje Weerwolfje. Na enkele zinnen geeft zij de beurt aan een kind en aan weer een ander. Het lezen van de kinderen gaat duidelijk beter dan in groep 4. Zinnen met een vraagteken worden k als vraag voorgelezen. Bij een punt aan het einde van een zin lassen de kinderen een klein wacht moment in. De klas leest zo’n 25 minuten, iedereen komt met enkele zinnen aan de beurt. Als een kind niet zonder haperen de beurt overneemt, zegt Juf Johanna geduldig waar zij op dat moment zijn. 

Aan het eind van de morgen komt, zoals sinds enkele weken gebruikelijk, de Juf die schoolhoofd is, even praten over hoe het nu gaat. Niet alleen de twee leerkrachten maar ook enkele kinderen komen daarbij even aan het woord. Daarna deelt zij een formulier uit waarop de kinderen met het aankruisen van emoji kunnen invullen hoe het zij vinden dat het gaat. En dan kan de pauze beginnen. 

22 november

Vorige week was ik een paar dagen er tussenuit, ik heb de groep veertien dagen niet gezien. Meester Klaas heeft gisteravond gemeld dat hij ziek is, daarom is alleen juf Johanna er vandaag.

Bij binnenkomst op deze winterse dag dragen de kinderen dikke warme kleding en nog dikkere jassen; een paar lachen zodra ze mij zien. Zij kunnen aan de slag, staat op het bord, met enkele verschillende taken die iedereen deze week moet afronden. Het zijn taal- en rekenwerkjes. Het duurt even voordat aan het werk is. Het zijn onder meer woordsamenstellingen invullen bij plaatjes (broodplank, werphengel, kaasschaaf, keukendoek), rekenwerk met keersommen van tientallen. Enkele kinderen zijn bezig met de opdracht van begrijpend lezen van deze week of met een tekening. De inlooptijd sluit juf Johanna af met uitleg over het programma van vandaag en een enkele mededeling: meester Klaas is ziek vandaag en een kind gaat volgende week nar een andere school.

Dan staat rekenen op het programma, een reeks opdrachten uit het werkboek. Juf legt van elke groep sommen die de kinderen gaan maken bij de eerste uit hoe deze te maken zijn.

70 – 40 reken je uit met de hulpsom 7 – 3 en 500 – 300 met de hulpsom 5-3. 6 – 4, 60 -40 en 600 -400 behoren tot de zelfde sommenfamilie leer ik.

Vervolgens de aanpak van de minsom 430 – 140:

Eerst een getallenlijn: bij een minsom zet je het uitgangsgetal rechts. Je haalt er vervolgens eerst 100 vanaf. Daarna verminder je 330 tot 300. En ten slotte verminder je 300 met de laatste 10.

Als laatste legt juf Johanna de eerste van een reeks sommen, waarbij de kinderen een getal moeten aanvullen tot het eerstkomende  tiental, bijv. 63 + … = 70.

De klas gaat aan het werk en ik ga met drie kinderen buiten de klas met het al eerder beproefde spel keersommen oefenen uit de eerste zes tafels. Ik kies eerst een aantal kinderen die moeite hebben met rekenen, vervolgens een drie tal die hert makkelijk kunnen en ver volgens weer drie waarvan er twee wat meer moeite hebben met de sommen dan het derde kind. Ik houd de kinderen nu strakker aan de regel: eerst het antwoord zeggen en dan pas je hand (snel) leggen op het goede antwoord. Bij het eerste goede antwoord krijgt het kind het kaartje met de som. Bij het roepen van een verkeerd antwoord moet je een kaartje inleveren. Er wordt heel goed gewerkt, zelfs een jongen waar ik moeilijk contact mee kreeg tot nu toe, doet nu enthousiast mee. De kinderen die wat minder snel zijn in het rekenen hebben vaak het nakijken, maar deze krijgen soms een exclusieve beurt: zij alleen mogen antwoorden. De twee anderen vinden het doodnormaal dat deze ook de kans krijgt een kaartje te winnen.

Na het fruit eten gaat de klas naar buiten. Ik zie dat sommige kinderen ook op deze winterse dag met een gemene wind met open jas spelen. Er ligt natte sneeuw, de juf heeft vooraf verbonden hier ballen van te maken om mee te gooien. Niettemin worden enkele kinderen ’slachtoffer’ van het gooien met natte, losse sneeuw. Ik help een kind met de jas even uit te doen en de sneeuw te verwijderen uit kraag en mouw. Een kind gaat tijdens deze pauze door een incident  helemaal over de rooie. Wat er precies gebeurde is mij niet duidelijk. Hij is korte tijd onaanspreekbaar en het duurt drie kwartier dat een begeleider hem weer tot een gesprekje met de dader kan brengen waarna hij weer in de klas terugkeert. Juf Johanna moet vanmorgen een enkele keer met de “”leergedragthermometer” een kind een waarschuwing geven over zijn en haar houding.

Juf Johanna geeft direct na de pauze met tien minuten vrij tekenen en lezen de klas even de tijd om tot rust te komen. Daarna legt ze een nieuwe spellingscategorie uit, d.w.z. een groep woorden waarbij je steeds de zelfde schrijfwijze moet toepassen. Dit keer zijn het kilowoorden, woorden waarbij je een lange ie hoort maar een korte i schrijft: kilo, bami, finale, enz. een papier met de afbeelding van deze categorie komt achter in de klas op het prikbord te hangen, naast de andere spellingscategorieën.

Dan volgt het dictee, waarbij zoals gebruikelijk na afloop de klas het gezamenlijk nakijkt, de kinderen de eventuele fouten met een blauw potlood moeten verbeteren waarna de juf later de verbeterde dictees nakijkt: je leert van je fouten.

Het dictee bevat de woorden: juni, wij bungelen, de boerinnen, gitaar, de astronaut, mezelf en tenslotte de zin: Hij vaart in een motorbootje op de Noordzee. De woorden moeten worden voorzien van een nummer van de spellingscategorie waartoe het woord behoort en bij de zin gaat het ook om interpunctie.

Na het nakijken gaan de kinderen aan de slag met de taalopdrachten van de dag.

Als zij daar zo’n 20 minuten aan het werk zijn zegt Juf Johanna het werk op te ruimen voor een Grej of the Day- een uit Zweden afkomstig onderwijsmiddel rondom microlessen[1], waarin in 10 minuten met een presentatie met beeld en geluid interactief een onderwerp behandeld wordt. Deze gaat over de grootste ijswoestijn op de wereld Antarctica. Een woestijn, zo leer ik, omdat het daar nooit regent. Het bestaan van Antarctica is eerst in 1820 ontdekt en in 1911 zijn er twee expedities naar dat stuk van de aarde, groter dan Europa, geweest. De Noor Amundsen is er met zijn ploeg als eerste daadwerkelijk gekomen en teruggekeerd. Onder het dikke ijs (soms 2 km dik!) is er aarde. 90% van al het ijs op de wereld is in Antarctica. De kinderen luisteren geboeid en stellen veel vragen.

Na zo’n 20 minuten is het klaar en mogen de kinderen voor zichzelf lezen. Een kind reageert opgetogen als zij haar eigen voornaam in haar leesboek tegenkomt en ook nog een andere naam die ook in de klas voorkomt.

Aan het eind van de morgen komt het hoofd van de school met de klas en samen met juf Johanna even terugkijken op hoe het vanmorgen ging.


[1] Grej of the Day betekent: het ding van de dag. Zie verder Kennis is cool! Ontdek Grej of the Day! De populaire Zweedse lesmethode.


Één reactie op “Logboek van een reken- en leesopa (28)”

  1.  Avatar
    Anoniem

    mooi weer’, meester Frank leuk om te lezen .en wat ging het bij ons anders vroeger

Plaats een reactie