Arjen van Veelen is journalist, werkt o.a. voor de Correspondent en de NRC, is Rotterdammer en heeft voldoende nieuwsgierigheid om zijn stad en hoe deze zich ontwikkeld heeft – hij is er geboren en op latere leeftijd met partner weer teruggekeerd – op  een oorspronkelijke manier te verkennen. Hij praat met mensen op straat in zijn buurt, verkent en onderzoekt de nieuwe buitengaatse haven, praat over het moderne leven, covid, het toeslagensysteem, het bureaucratische racisme en het alledaagse wonen en werken in deze stad. Goed zien wat er om je heen gebeurt is volgens George Orwell een voortdurend gevecht – een leidraad die Van Veelen noemt in zijn boek. Ik denk inderdaad dat hij veel moeite heeft gedaan om te kijken, te praten, contacten te leggen en te lezen over deze stad, alvorens zijn reportages op schrift te zetten.

Het boek bestaat uit een reeks reportages over alles wat er in Rotterdam gebeurt. Nou ja, alles? De haven, de straat, het wonen en werken staat centraal. En daar is veel over te zeggen. Hij verbindt zijn persoonlijke waarnemingen en een enkele gebeurtenis in zijn eigen gezin met analyses, verhalen van anderen en met de verslaglegging van zijn eigen zoektocht naar wat er in deze stad is gebeurd sinds de oorlog.

Ofschoon ik het al zou kunnen weten, word ik bij het lezen toch nog verrast door de enorme invloed van de ontwikkeling van het mondiale kapitalisme in de tweede helft van de vorige eeuw en de eerste decennia van deze. Een ontwikkeling die mede gestuurd is door jarenlang neoliberaal beleid waarin de stevige regie van de overheid op de sociaaleconomische ontwikkeling van de jaren 50-70 verdween ten faveure van privatisering en uitholling van collectieve voorzieningen en een overigens ondernemingsvriendelijk beleid. De doorwerking daarvan op de haven, op de woningmarkt in de stad, op de sociale samenstelling van wijken, op de contacten die mensen onderling hebben is enorm en Van Veelen weet het allemaal op te schrijven.

Rotterdam blijkt een veelkleurige en veelzijdige stad waarin het leven van haar bewoners, van buurtschappen, van het werk, van de haven en van de gehele stad op een nietsontziende manier vormgegeven en onderworpen is aan de efficiency-wetten van het kapitalistische economisch leven.

Echter, zo laat Van Veelen prachtig zien, er zijn allerlei mensen en buurtjes en bedrijfjes die zich niettemin daar op cruciale momenten aan ontworstelen. Mensen, ook Rotterdammers zijn maar voor een beperkt deel te vormen en gaan uiteindelijk hun eigen gang. 


Plaats een reactie