Tagarchief: Lepelenburg

Het Lepelenburg

Het stadsplantsoen Lepelenburg is gelegen tussen de oostkant van het stadscentrum en de Maliesingel. Het is een mooie zomerse dag aan het begin van een dinsdagmiddag. De bomen op het Lepelenburg staan er groen en gevuld bij. Op het met een hek afgeschermde speelterreintje speelt een peuter met haar nog jonge oppas. Als eerste wordt een kleine glijbaan uitgeprobeerd, terwijl de oppas haar telefoon raadpleegt. Enkele duiven en een kauw scharrelen hun voedsel bij elkaar. De relatieve stilte is opvallend hier in de zon aan de rand van de binnenstad. Om het plantsoen rijdt een enkele auto. Kleine groepjes wandelaars begeven zich van de ene naar de kant. Aan hun zakelijke kleding herken ik de medewerkers die hun middagpauze wandeling doen, druk met elkaar overleggend. Twee in sportkleding gehulde jonge dames wandelen voorbij, uitblazend van hun inspanningen. Het hiervandaan zichtbare niet-drukke verkeer op de Maliesingel is nauwelijks hoorbaar, behalve dan de enkele scooter die met een hoog en dringend geluid voorbij snelt.

Een groepje basisschool kinderen, voor het merendeel jongens, begint een partijtje voetbal, kluitjes-voetbal. Dit gaat gepaard bij de teamverdeling gepaard met veel geroep van hoge kinderstemmen en een maal begonnen met aanwijzingen en korte felle uitroepen: hier, hier. De leerkracht met zwarte honkbalpet fluit geregeld corrigerend of fluit om bij een time-out wat uitleg te geven. Een paar meiden doen niet mee en doen hun eigen balspel. De peuter van de speelplaats gaat naar toe naar deze voetballers en kijkt belangstellend toe maar wordt door haar oppas meegenomen. Zo af en toe komt er iemand langs met een hond, aangelijnd en wel.

De muziektent, voorzien van een zeilen overkapping in rood en witte vlakken, doet denken aan vroegere tijden. De achthoekige een-meter hoge opbouw is rondom voorzien van geschilderde panorama-afbeeldingen van de stedelijke omgeving van dit plantsoen zoals die vroeger was: statige huizen, kerktorens en bolwerken zijn er op te zien.

Drie jongens beklimmen de tent en gooien er een bal naar elkaar over. Een paar andere schoolkinderen nemen het ervan in de speeltuin en kletsen wat met elkaar op een bankje.

Een hoek van het plantsoen is met een deel van de aanpalende straat afgeschermd met tijdelijk hekwerk dat in de bouw gebruikt wordt. Er staat een grote gesloten container en er klinkt muziek vanuit een radio. Sinds mei is het op die plek verboden te parkeren – in verband met wegwerkzaamheden staat op een bord. Een witte paal daar vlakbij waar men drinkwater kan nemen wordt gefrequenteerd door langs komende kinderen. Spelen maakt dorstig.

Op het plantsoen staan de vaste, wit-ijzeren ligstoelen, volop in de zon en wellicht daarom zijn alle onbezet. Enkele groepjes jongeren liggen en zitten namelijk in het gras op schaduwplekken en doen zo op het oog verder niet veel. Chillen heet dat tegenwoordig.

Twee kinderen proberen geduldig met een lege maar nog vonkende aansteker een handje gras boven op een vuilnisbak in de fik te steken. Het lukt vooralsnog niet, maar ze blijven het proberen.

Een kauw heeft intussen handenvol werk aan het voeden van haar spruit die al vrijwel net zo groot is als de ouder en een niet te stillen honger heeft. Het werk aan het verstrekken van voedsel wordt vaak onderstreept met de schrille korte schreeuw waaraan je kauwen kunt herkennen. Het jong wijkt niet van de zijde van de ouder en blijft bedelen om hapjes.

Op een bankje wat later aan de andere kant gezeten, komt een man op een scootmobiel voorbij, die me waarschuwt goed op mijn elektronisch schrijfgerei te letten: “er komen hier allemaal harddruggebruikers, die alles jatten“. Ik zit nauwelijks op mijn nieuwe plek of een groepje duiven strijkt neer in de hoop op kruimels en andere hapjes. Ze hebben het aanvankelijk vooral met elkaar aan de stok suggererend: ik was hier het eerst bij deze man, weg jij! Even verderop zit een groepje jongemannen, waarvan de wat haveloze kledij en slechte gebitten doen vermoeden dat dit de mannen zijn waar de scootmobiel-chauffeur op doelde. Ze zijn druk doende met iets onduidelijks, blijkbaar is het hun bedoeling dat ik niets opvallends zie, of misschien willen ze wel geen aanstoot geven. Ze glimlachen vriendelijk naar mij als ik langs loop.

Een gezin met twee tieners strijkt in het gras neer voor een picknick. Na de maaltijd geniet men liggend van de zon.

Vanuit mijn nieuwe zitplaats, met achter mij de Singel is de Domtoren, ingepakt voor een grote renovatie, goed zichtbaar. Alle andere hoogbouw rond het station en verder is van hieruit niet te zien. Deze groene omgeving met de mooie grote huizen aan de singel, geeft de stad een welvarende en 19de-eeuwse uitstraling. De statige bomen geven veel schaduw aan wie dat wil en zijn soms voorzien van naambordje of nummer.

Aan de overkant is nu een groot wit gebouw zichtbaar, waarschijnlijk aan de bouw te zien, afkomstig van het einde van de 19de eeuw. De grote treurwilg ervoor benadrukt de statige uitstraling van het gebouw. Bij nadere inspectie blijkt deze treurwilg uit 1934 te stammen blijkens een naambordje. Tevens staat er vermeld dat het een geschenk is aan de moeder van Wilhelmina. De boom wordt aan de voet omgeven door een art-deco-beschermhekje.

Op het plantsoen zitten nu her en der jonge stelletjes erg dicht bij elkaar, er wordt gefrisbeed, een aantal kinderen speelt nu tikkertje en het aantal zonaanbidders in het gras neemt toe. Vanuit enkele kleine gezelschappen klinkt muziek, ik hoor hedendaagse arrenbie en wat later ook Paul Simon. Intussen zijn enkele van de ijzeren ligstoelen bezet door bepaald niet schaars geklede mannelijke zonaanbidders. Twee mensen hebben een fiets ter reparatie op zijn kop gezet. Even verderop viert een gezin de verjaardag van hun jongste telg.

Hardlopers, uitgerust met oortjes en smartphone komen voorbij en kijken niet op of om, en houden hun ogen strak voor zich gericht. De muziek  in hun oren is voor buitenstaanders oorverdovend stil.

In de Singel vaart zo af en toe een sloep voorbij waarin een gezelschap, veelal wat ouderen, geniet van een zonnig tochtje over het water. Even later wordt deze sloep gevolgd door een viertal kanoërs en een klein plezierbootje met afdak tegen de zon.

De rust wordt verstoord. Een grote groep scholieren neemt met enig gerucht en gedoe bezit van een plek in het gras, de rugzakken worden gedeponeerd op de grond en men begint staande met een ongecoördineerde beraadslaging, misschien wel over het zo juist gemaakte proefwerk. Na enkele minuten ontstaan hier enkele niet te vermijden ravotpartijen terwijl enkele kringen meisjes op de grond gezeten de ontwikkelingen afwachten,  totdat de gehele groep, zo’n zestig scholieren na tien minuten naar twee bussen lopen die zojuist aan de Maliesingel zijn gearriveerd. Ze gaan wat later op weg gaan naar een ongetwijfeld educatief en leerzaam evenement en laten het plantsoen over aan de luierende gezelschappen.

Het is nu weer een stille lome middag.

(juli 2019)