Maandelijks archief: september 2020

Het Ledig Erf

Het is een doordeweekse dag in september. Het weer is zacht, aangenaam, ik zit buiten op een terras (het plein telt er vijf) en hoef mijn jasje niet aan te houden. Er gaat voortdurend een stroom verkeer voorbij die voor een aanhoudende achtergrond ruis zorgen. Fietsers rijden ogenschijnlijk doelgericht, af en aan in en uit de Twijnstraat richting de singel of de Westerkade en verder. Vrachtwagens van leveranciers van de Gemeente Reiniging en autobussen van het Utrechtse openbaar vervoer zijn de meeste ruis veroorzakende voertuigen. De drieledige bussen glijden soepel als een slang langs het bochtige kruispunt van wegen en singels meestal met een sliert van enkele personenauto’s in hun kielzog. Personenauto’s zijn hier zeldzaam, naast het genoemde vrachtverkeer van leveranciers, zijn het vooral taxi’s, bestelauto’s van bouwbedrijfjes of lesauto’s. Het waait in de bomen en de planten in de bakken op de terrassen bewegen op de wind. Het voormalige politiebureau, nu het Louis Hartlooper Complex, een

kwaliteitsbioscoop met horeca, is beeldbepalend aanwezig. De rechthoekige gevel van rode bakstenen heeft rechthoekige ramen, beide in verhoudingen die Rietveld bedacht kon hebben. Ze heeft een stompe, taps toelopende toren met een van aparte stenen gemaakte stompe top – spits is hier niet het goede woord.  Een richel aan de linker voorkant van het gebouw is versierd met een rij van ongeveer vijftien kleine bolvormige boompjes. Vlakbij aan de overkant van de weg staan drie banieren van het filmfestival. Ook het begin van de Twijnstraat is voorzien van een horizontale banier van het filmfestival. Tegenover deze bioscoop aan de andere kant van het plein, staat aan het begin van het bolwerk een monument, een bas-reliëf ingelegd in een rechtopstaand stuk natuursteen.  Het bas-reliëf brengt de roemloze uittocht van de Fransen uit de stad in beeld. Het plein wordt opgesierd door bloembakken die op zo’n twee meter hoogte verbonden zijn aan de klassieke lantaarnpalen. Deze bakken hebben een beproefde combinatie van lila en rode bloemen.

Aan een andere kant van het plein is het begin zichtbaar van de Oude Gracht, hier nog volop voorzien van grote zacht ruisende bomen die de hitte van deze zomer zo te zien goed doorstaan hebben. Even verderop is nog een stuk van het dak zichtbaar van de gotische Martinuskerk. De gracht begint rechts met een wit-geel geschilderd stenen gebouw, met in oud rood de naam ‘Het Maastrichts Bierhuis’ op de gevel. Rechts daarvan op een aanpalend gebouw, behorend bij een horeca gelegenheid, staat een gedicht van ene Eddy Lie. “… je gezicht weerspiegelt een boodschap..”.

De terrassen zijn mager bezet. Maar desondanks: alle plekken waar fietsen kunnen staan zijn vol.

De meeste voetgangers die in tweetallen of groepjes langs lopen zien er goed gekleed uit en praten volop; vermoedelijk bezig aan hun lunchpauze-wandeling. Een grote jonge hond, gelegen onder de zitting van haar bazin doet me steeds opnieuw opschrikken met een kort luid geblaf, telkens wanneer hij een soortgenoot ziet aankomen. Een paar ouderen zitten op twee gemeentebankjes bij de borstwering van de drieledige stenen brug. Ze krijgen gezelschap van een man van tegen de zestig, die gewapend met een colablikje erg de behoefte heeft zijn visie op van alles en nog wat luid en duidelijk te delen. Als het mannengezelschap even niet luistert, wendt hij zich tot de eenden in de singel. Een stel jonge dertigers in vrijetijdskleding lopen voorbij happend in de laatste beetjes van hun ijsje. Allerlei mensen afkomstig van het bolwerk naast de singel lopen langs met hun hond. De jonge hond ziet ze allemaal. Vier jongemannen, elk met een vuilniszak en een vuilnis-grijper rapen alle zwerfvuil op dat ze tegen komen en zetten hun werk voort op het wandelpad op het bolwerk.

Plotseling neemt het luide praten van de verkondiger in volume toe, hij heeft gezelschap gekregen van drie mensen, waarvan een vrouw, die luidkeels aan de conversatie hun bijdragen leveren. Dit geluid wordt af en toe verrijkt met het geluid van kapot vallende flessen in een ondergrondse glascontainer.

Een van mijn mede-terras bezoekers, gaat zitten rolt een sigaret, bestelt een biertje en zit vervolgens een uur lang in stilte op het terras, kijkt naar de mensen die voorbij komen en zijn ogen suggereren dat hij losjes nadenkt over van alles en nog wat. Twee vrouwen van in de zestig met een hond hebben een geanimeerd bijpraat-gesprek over mensen, nieuwe spullen en vakantieplannen.

En steeds kijkt de kleine afbeelding in brons van Herman Berkien, Utrechts cabaretier, de Twijnstraat in.

Enkele dagen later is het ’s middags mooi weer. Het terras van café Het Ledig Erf is nu voller bezet met luchtig geklede gasten. Er zitten merendeels jonge mensen die vrijwel allemaal met hun smartphone bezig, een gesprek voeren of aan het eten zijn. Er zijn twee duo’s jonge mannen aan het werk achter een laptop. De een kijkt weinig geïnteresseerd, de ander houdt zijn blik strak op het scherm van een laptop op zijn schoot gericht. Als een duo bezoek krijgt van nog twee jonge vrouwen vinden er twee maal twee enthousiaste omhelzingen ter begroeting plaats. Bij een duo die vermoedelijk een overleg hebben voert de man van de twee voor het grootste deel van de tijd het woord. Zij luistert of geeft die indruk.

Het groepje op de vrije bankjes van de gemeente, lijkt nu groter, allemaal mannen van middelbare leeftijd die wederom druk en soms luidruchtig in gesprek zijn. Wandelaars in koppels of een oma met een wandelwagen komen langs. Kinder-wandelwagens hebben tegenwoordig grotere wielen dan pakweg twintig jaar terug, ze rollen beter.

Het geluid van drilboren of motorzagen is voortdurend op de achtergrond aanwezig er wordt hier vlakbij bouw- of herstelwerk gedaan. Later zie ik dat het werk plaats vindt op het dak van het bioscoopcomplex. Een hoek van het gebouw is omgeven door een verticale stellage van aluminium buizen voorzien van gaas, waarschijnlijk bedoeld om verspreiding van gruis en stof van het werk te voorkomen. Soms staat een van de werkers rechtop en kijkt uit op het terras, alsof hij even kijkt of alles nog in orde is. Een informatie paneel, linnen gespannen in een aluminium raamwerk, vlak boven de genoemde boompjes wijst op de verbouwing.

Op een met een punt laag muurtje omgeven border met heesters, direct voor het café, staat een vreemd houten wit bordje met daarop de tekst: ‘Sykkelparkering forbudt’. Ik vermoed een Scandinavische taal en dat er iets is verboden. Navraag bij de ober leert me dat het Fins is en betekent: verboden fietsen te stallen. De eigenaresse van het café is een Finse.

(september 2018)

Hoog Catharijne (wordt vernieuwd)

Ik loop rond, ik hoef geen boodschappen te doen. Ik word overstelpt door licht in warme tinten en gedempt geluid. De schone vloer onder mij lijkt van licht gekleurd marmer en is in patronen gelegd met donkere vierkanten van verschillend formaat.

Het nieuwe gedeelte is in gebruik. Het is januari maar de kerst-sfeerverlichting hangt nog overal, gegoten in de vorm van boomachtige structuren met kale takken waar duizenden lichtjes aan branden.

Je komt thuis in een oase zodra je door de draaideur van Hoog Catharijne (HC) binnenstapt. Overal aanwezig maar niet overheersend is er arrenbie-muzak, van het soort van vijftien in een dozijn: niet bedoeld om een specifieke groep klanten te storen. De wandelgangen –“promenades” is een beter woord- zijn breed, de winkel groots opgezet, met hoge glazen etalages. Dominant aanwezig zijn hier de kledingzaken van Bershka, WE, Stradivarius, Gerry Weber, C&A en vele andere, met ook veel schoenen -en sportzaken. En er is volop horeca, thee- en koffietentjes, waar je iets te drinken neemt met een broodje of gebak, petit-restaurants en natuurlijk de Mac Donalds. Je hoeft geen hongerig gevoel te houden als je van thuis geen brood of appel hebt meegenomen.

Op etalageramen en afsluitende muren waarachter je werk in uitvoering kunt vermoeden, dringen levensgrote foto’s van schoenen, mensen in mooie kleren aan je op. Het resulteert in je klein voelen en dit vormt een tegenwicht ten opzichte van de koninklijke klant die je wordt bij binnenkomst van deze oase.

Welvaart is kleding en schoenen en eten en drinken in een sfeervol licht.

Mensen lopen rond in dikke jassen, soms alleen, soms in tweetallen of meer. Anders dan buiten op de markt of op het centraal station is het opvallend dat slechts weinig mensen eten. Bezoekers gaan winkels in, sjouwen tassen vol, of nog leeg, met zich mee en maken met hun plastic tassen gratis reclame voor de winkels die ze bezochten. Vrolijkheid is niet te ontdekken op de gezichten van de passanten. Slechts een enkel kind dat speelt met water, bankjes of roltrap, lacht. Winkelen is blijkbaar een ernstige zaak. En dit is nog het begin van dit consumenten paradijs, aan het grootste deel van het nieuwe HC wordt nog gewerkt.

Als contrast bezoek ik een ouder gedeelte van HC waar nog de winkels zijn die ik me herinner van de afgelopen jaren. Ik loop er de Action binnen en kijk naar de keurende en kopende mensen en de spullen die er te koop liggen. Hier zijn geen luxe grote winkels, met brede galerijen, maar gewone zaken met allergewoonste Utrechters, die op hun centen moeten letten en hier hun betaal­bare spulletjes bij elkaar zoeken.

Even later loop ik op de markt en zie de markthandelswaar, verkocht door marktkooplui in een sfeer die me bekend is. Mensen lopen hier met tassen te sjouwen, een kind krijgt een snauw, men eet friet, vis of een broodje, roken mag hier, want dit is de buitenlucht. Plat Utregs vermengt zich hier met allerlei exotische talen die ik niet versta. Vers fruit, vis, bloemen en kaas worden gaan hier grif van de hand.

Later kijk ik opnieuw rond in het nieuwe HC, ga zitten en maak een praatje met een man van in de tachtig. Een gepensio­neerde PTT-er uit Doorn die hier in de stad vanmiddag met enkele vrienden gaat uit eten. Geregeld komt hij uit Doorn hier naar de stad, zijn wekelijkse uitstapje uit zijn stille vrijgezellenbestaan.

Waarom voel ik me in dit nieuwe Hoog Catharijne niet thuis? Op de eerste plaats lijkt daar de overstelpende of overweldigende sfeer aan debet: licht, de al genoemde overal aanwezige muzak en de rijke uitstraling. Hier kom je in de wereld van het geld uitgeven, mensen op zoek naar tijdelijke blijheid en tevredenheid met nieuwe schoenen of een nieuwe broek.

Kassa’s rinkelen, met pin betalen is eenvoudig en snel, je houdt zo niet altijd zicht op je uitgaven. Het winkelcentrum tegenwoordig “mall” geheten, probeert je te betoveren, de gelukzaligheid te bieden van de nieuwe dingen. En vergetelheid. Nu even niet de was opvouwen, even niet iets repareren of je administratie bijhouden. Even verblijven in de wereld waar wij het allemaal voor doen.

Twee weken later kom ik nog eens kijken en loop nu enkele winkels binnen. In een kledingzaak valt mij de branche-vervaging op: men verkoopt ook allerlei huisraad zoals borden, lampjes, zitbanken. Veel van dat spul is niet veel meer dan goed bedoelde rotzooi. Maar branchevervaging lijkt de trend: koffie met gebak of een broodje in een boekenwinkel, in een kledingzaak zie ik een bak met bij de sfeer van de winkel passende cd’s. Ik kijk rond pak snuisterijen als vaasjes, kaarsen, kommetjes vast en draai ze in mijn hand om het goed te zien en leg het weer terug. Ik heb niets nodig.

(Januari 2018)

De Uithof- Utrecht Science Park

Plein bij hoofdingang UMCU

Het is een zonnige lentedag. Allerlei mensen komen en gaan naar het academisch ziekenhuis. Een taxibusje stopt en een krom lopende oudere man stapt voorzichtig uit. Twee mensen, beide in de zeventig misschien tachtig, wachten zittend op een dikke betonnen paal op de pendelservice die hen van dit plateau ophaalt naar de parkeergarage of naar een bushalte. De jongere mensen hebben meestal een mobieltje in hun hand. Als een taxi aankomt, stopt en na het uitstappen van de passagiers weer wegrijdt zijn voor enkele ogenblikken indringend de uitlaatgassen te ruiken. Een verpleger begeleidt een met een rollator lopende mevrouw naar buiten. Een moeder met zoon van in de twintig komen druk overleggend aanlopen.

Een vijftal taxi’s wachten geduldig op klandizie. Een personenauto komt snel aanrijden, blijkbaar met haast. Auto’s en taxi’s, vaak taxibusjes, rijden af en aan. De witte en grijs-metallic auto’s schitteren in de zon.

Mensen die lopen zijn op weg naar de parkeergarage, en komen vlak na de ingang bij de betaalautomaat waar je alleen met pin kan betalen. Zonder de melding van een storing, staat op een plakkaat dat het vandaag vrij parkeren is. Een medewerker in uniform komt terug van een pauzewandeling, het plastic drinkflesje is bijna leeg. Een vader van tegen de zestig, zo taxeer ik, duwt de rolstoel van zijn zoon van in de dertig naar buiten en kunnen naar huis. Ze worden gevolgd door een vijfkoppig gezelschap, van buitenlandse komaf, de vrouwen dragen hoofddoekjes. Even later verlaten zes jonge mensen alle voorzien van laptop-tassen, medische studenten?, druk overleggend het gebouw.

Sommige mensen komen zeer gehaast aanlopen, vermoedelijk uit vrees te laat te komen op de afspraak op de poli. Uit een volgende taxi stapt voorzichtig een man met twee elleboogkrukken, vlak achter hem een oudere man die zich steunend op een rollator langzaam naar buiten werkt. Een man duwt zijn vrouw voort die op een rolstoel van het ziekenhuis zit, voorzien van een grote spierwitte ooglap over haar linkeroog.

Een man naast me die blijkbaar hier vaker komt praat vrolijk en grappen makend met een chauffeur van een busje. Ze zijn bekenden van elkaar en tutoyeren. “Ze staan hier dubbel geparkeerd, doe er wat aan!” De chauffeur heeft een goed humeur en maakt een vrolijke opmerking terug. Deze opgewektheid valt op, de meeste mensen kijken ernstig of gelaten.

Een oudere mevrouw legt aan een chauffeur uit dat ze niet goed kan lopen en dat ze even geholpen wil worden bij het instappen. Sommige chauffeurs van taxibusjes kennen hun gasten bij naam en vervoeren ze, zo lijkt het, vaker.

De jongere mensen die hier komen of weggaan geven de indruk hier te zijn voor hun werk, de ouderen zijn, soms duidelijk, soms minder duidelijk, patiënten. Op het buitenterras geniet personeel van de zon en van hun lunch.

De moderne gebouwen in de omgeving van het ziekenhuis zijn omringd door nog recent ogende groenstroken met jonge bomen. Ook bij deze andere gebouwen zitten mensen, meestal jong volk in groepjes, buiten. Ze praten met elkaar en eten en drinken wat.

Een vijver heeft gele lis en meerkoeten als bewoners. Het verkeer, de af en aan rijdende auto’s en bussen, rijden rustig, het zachte gedruis ervan klinkt ontspannen.

Het Coïmbrapad

Op het Coïmbrapad, langs de Heidelberglaan, is het vandaag een levendige verzameling van groepjes studenten. Het plein telt enkele eenvoudige horecazaakjes, waar studenten koffie, broodjes, pizza’s en frites nuttigen. Ook zijn er enkele winkeltjes, waaronder, niet toevallig een grote boekhandel. Er heerst een gezellige drukte die doet denken aan een plein in het centrum van de stad. Hier zijn geen kinderen, ouders met kinderwagens of oudere patiënten. Druk overleg en gesprekjes met een enkele uitroep of vette lach zijn hoorbaar. Dit geroezemoes wordt geregeld op de achtergrond onderbroken door een voorbijgaande bus of proefrit-rijdende tram die steeds aangekondigd worden door een waarschuwend geklingel. Studenten praten over hun familie, over een feest de komende zaterdag en spreken soms, zo hoor ik over het zojuist afgelopen college. Er hangt de geurmengeling die doet denken aan een plein in Gent in de zomer, van frituur, warme broodjes en koffie. Alleen de geur van verschaald bier en muziek uit cafés ontbreekt in dit mengsel. Hoewel een voormalig volkskrantcolumnist vandaag zou bestempelen als rokjesdag, zijn er geen rokjes te zien maar lopen de jonge vrouwen vrijwel allemaal in lange broek met jasje of trui. Tussen de houten banken door loopt en fietst ieder zijns weegs.

Het roodstenen gebouw wordt geflankeerd door ook hier nog tamelijk jonge bomen in zacht groene lentekleur. De gesprekken lijken drukker te worden. Enkele kauwen zoeken hun voedsel tussen de gasten op het pleintje. Studenten hebben het hier gezellig.

(mei 2019)

Het Lepelenburg

Het stadsplantsoen Lepelenburg is gelegen tussen de oostkant van het stadscentrum en de Maliesingel. Het is een mooie zomerse dag aan het begin van een dinsdagmiddag. De bomen op het Lepelenburg staan er groen en gevuld bij. Op het met een hek afgeschermde speelterreintje speelt een peuter met haar nog jonge oppas. Als eerste wordt een kleine glijbaan uitgeprobeerd, terwijl de oppas haar telefoon raadpleegt. Enkele duiven en een kauw scharrelen hun voedsel bij elkaar. De relatieve stilte is opvallend hier in de zon aan de rand van de binnenstad. Om het plantsoen rijdt een enkele auto. Kleine groepjes wandelaars begeven zich van de ene naar de kant. Aan hun zakelijke kleding herken ik de medewerkers die hun middagpauze wandeling doen, druk met elkaar overleggend. Twee in sportkleding gehulde jonge dames wandelen voorbij, uitblazend van hun inspanningen. Het hiervandaan zichtbare niet-drukke verkeer op de Maliesingel is nauwelijks hoorbaar, behalve dan de enkele scooter die met een hoog en dringend geluid voorbij snelt.

Een groepje basisschool kinderen, voor het merendeel jongens, begint een partijtje voetbal, kluitjes-voetbal. Dit gaat gepaard bij de teamverdeling gepaard met veel geroep van hoge kinderstemmen en een maal begonnen met aanwijzingen en korte felle uitroepen: hier, hier. De leerkracht met zwarte honkbalpet fluit geregeld corrigerend of fluit om bij een time-out wat uitleg te geven. Een paar meiden doen niet mee en doen hun eigen balspel. De peuter van de speelplaats gaat naar toe naar deze voetballers en kijkt belangstellend toe maar wordt door haar oppas meegenomen. Zo af en toe komt er iemand langs met een hond, aangelijnd en wel.

De muziektent, voorzien van een zeilen overkapping in rood en witte vlakken, doet denken aan vroegere tijden. De achthoekige een-meter hoge opbouw is rondom voorzien van geschilderde panorama-afbeeldingen van de stedelijke omgeving van dit plantsoen zoals die vroeger was: statige huizen, kerktorens en bolwerken zijn er op te zien.

Drie jongens beklimmen de tent en gooien er een bal naar elkaar over. Een paar andere schoolkinderen nemen het ervan in de speeltuin en kletsen wat met elkaar op een bankje.

Een hoek van het plantsoen is met een deel van de aanpalende straat afgeschermd met tijdelijk hekwerk dat in de bouw gebruikt wordt. Er staat een grote gesloten container en er klinkt muziek vanuit een radio. Sinds mei is het op die plek verboden te parkeren – in verband met wegwerkzaamheden staat op een bord. Een witte paal daar vlakbij waar men drinkwater kan nemen wordt gefrequenteerd door langs komende kinderen. Spelen maakt dorstig.

Op het plantsoen staan de vaste, wit-ijzeren ligstoelen, volop in de zon en wellicht daarom zijn alle onbezet. Enkele groepjes jongeren liggen en zitten namelijk in het gras op schaduwplekken en doen zo op het oog verder niet veel. Chillen heet dat tegenwoordig.

Twee kinderen proberen geduldig met een lege maar nog vonkende aansteker een handje gras boven op een vuilnisbak in de fik te steken. Het lukt vooralsnog niet, maar ze blijven het proberen.

Een kauw heeft intussen handenvol werk aan het voeden van haar spruit die al vrijwel net zo groot is als de ouder en een niet te stillen honger heeft. Het werk aan het verstrekken van voedsel wordt vaak onderstreept met de schrille korte schreeuw waaraan je kauwen kunt herkennen. Het jong wijkt niet van de zijde van de ouder en blijft bedelen om hapjes.

Op een bankje wat later aan de andere kant gezeten, komt een man op een scootmobiel voorbij, die me waarschuwt goed op mijn elektronisch schrijfgerei te letten: “er komen hier allemaal harddruggebruikers, die alles jatten“. Ik zit nauwelijks op mijn nieuwe plek of een groepje duiven strijkt neer in de hoop op kruimels en andere hapjes. Ze hebben het aanvankelijk vooral met elkaar aan de stok suggererend: ik was hier het eerst bij deze man, weg jij! Even verderop zit een groepje jongemannen, waarvan de wat haveloze kledij en slechte gebitten doen vermoeden dat dit de mannen zijn waar de scootmobiel-chauffeur op doelde. Ze zijn druk doende met iets onduidelijks, blijkbaar is het hun bedoeling dat ik niets opvallends zie, of misschien willen ze wel geen aanstoot geven. Ze glimlachen vriendelijk naar mij als ik langs loop.

Een gezin met twee tieners strijkt in het gras neer voor een picknick. Na de maaltijd geniet men liggend van de zon.

Vanuit mijn nieuwe zitplaats, met achter mij de Singel is de Domtoren, ingepakt voor een grote renovatie, goed zichtbaar. Alle andere hoogbouw rond het station en verder is van hieruit niet te zien. Deze groene omgeving met de mooie grote huizen aan de singel, geeft de stad een welvarende en 19de-eeuwse uitstraling. De statige bomen geven veel schaduw aan wie dat wil en zijn soms voorzien van naambordje of nummer.

Aan de overkant is nu een groot wit gebouw zichtbaar, waarschijnlijk aan de bouw te zien, afkomstig van het einde van de 19de eeuw. De grote treurwilg ervoor benadrukt de statige uitstraling van het gebouw. Bij nadere inspectie blijkt deze treurwilg uit 1934 te stammen blijkens een naambordje. Tevens staat er vermeld dat het een geschenk is aan de moeder van Wilhelmina. De boom wordt aan de voet omgeven door een art-deco-beschermhekje.

Op het plantsoen zitten nu her en der jonge stelletjes erg dicht bij elkaar, er wordt gefrisbeed, een aantal kinderen speelt nu tikkertje en het aantal zonaanbidders in het gras neemt toe. Vanuit enkele kleine gezelschappen klinkt muziek, ik hoor hedendaagse arrenbie en wat later ook Paul Simon. Intussen zijn enkele van de ijzeren ligstoelen bezet door bepaald niet schaars geklede mannelijke zonaanbidders. Twee mensen hebben een fiets ter reparatie op zijn kop gezet. Even verderop viert een gezin de verjaardag van hun jongste telg.

Hardlopers, uitgerust met oortjes en smartphone komen voorbij en kijken niet op of om, en houden hun ogen strak voor zich gericht. De muziek  in hun oren is voor buitenstaanders oorverdovend stil.

In de Singel vaart zo af en toe een sloep voorbij waarin een gezelschap, veelal wat ouderen, geniet van een zonnig tochtje over het water. Even later wordt deze sloep gevolgd door een viertal kanoërs en een klein plezierbootje met afdak tegen de zon.

De rust wordt verstoord. Een grote groep scholieren neemt met enig gerucht en gedoe bezit van een plek in het gras, de rugzakken worden gedeponeerd op de grond en men begint staande met een ongecoördineerde beraadslaging, misschien wel over het zo juist gemaakte proefwerk. Na enkele minuten ontstaan hier enkele niet te vermijden ravotpartijen terwijl enkele kringen meisjes op de grond gezeten de ontwikkelingen afwachten,  totdat de gehele groep, zo’n zestig scholieren na tien minuten naar twee bussen lopen die zojuist aan de Maliesingel zijn gearriveerd. Ze gaan wat later op weg gaan naar een ongetwijfeld educatief en leerzaam evenement en laten het plantsoen over aan de luierende gezelschappen.

Het is nu weer een stille lome middag.

(juli 2019)

Winkelcentrum Overvecht

Het is een frisse herfstdag, maandagmiddag. Het is niet druk in het winkelcentrum zoals op een vrijdagmiddag of zaterdag. In het winkelcentrum lopen mensen met boodschappen tassen. Rustig dagelijkse boodschappen doen en winkelend op zoek naar nieuwe kleren of schoenen. Een enkel stel zoekt een vakantiereis uit. Oudere stellen die elkaar goed vasthouden. Moeders soms met kleine kinderen, sommigen alleen.

Meestal strak voor zich uitkijkend, soms pratend of gedag zeggend tegen een bekende. Tussen het publiek ook enkele ouderen die zich langzaam voortbewegen aan de hand van hun rollator, een enkeling is koninklijk gezeten op een elektrische rolstoel. Paren die langslopen hebben elkaar meestal niet vast en alleen lopende jonge vrouwen en mannen lopen met hun mobile telefoon in de hand te praten, de onderkant van hun telefoon is daarbij gericht op hun mond. Hier is een flink deel van het publiek van buitenlandse komaf.

De supermarkten hebben hun klandizie. Er is hier een Hoogvliet, een Lidl en een grote Albert Heijn. Verder zijn er banken, telefoonwinkels, een Blokker, een HEMA, een kantoorboekhandel, drogisterijen, schoenenwinkels en allerlei kledingwinkels van de bekende ketens, ook Marokkaanse, bloemen- en viswinkels, een Chinese Toko, een vestiging van de ANWB, dierenbenodigdheden, Turkse, Marokkaanse en Nederlandse bakkers, chocolaterie, hobbywinkels en fastfood, ook halal-varianten. En nog veel meer. En dan is er nog een speelgoedwinkel met allerlei felgekleurd zelf bewegend speelgoed. De winkels zijn voor een goed deel gericht op publiek dat op de centen moet letten, geen chique etalages maar de meer goedkopere, waaronder Zeeman, C&A en bijv. Van Haren. De gewoonheid wordt ook benadrukt door een zorgoutlet waar gebruikte gemakstoelen, rollators en elektrische rolstoelen de aandacht trekken. Een oudere man is er behulpzaam voor zijn klanten. Naarmate de tweede helft van de middag vordert, wordt het drukker. De verlichte etalages nodigen uit binnen te komen en wat nieuwe kleren te kopen.  Reclameborden en -verlichting trekken aandacht voor cadeaus, mooie winterkleren en stevige winterschoenen.

Het winkelcentrum, gelegen in het hartje van de ook met veel ouderen bewoonde multicultiwijk biedt ook onderdak aan het wijkservicecentrum van Overvecht. Het winkelcentrum is versierd met winter- of kerstverlichting en nodigt uit wat rond te kijken.  

Er hangt een vredige sfeer, mensen hebben geen haast, gaan even zitten om een praatje te maken. Kinderen, voor zover aanwezig springen op en af van de zitbanken en huppelen of zeuren om iets lekkers bij hun moeder. De overkapping zorg voor een wat holle echo, als in een stationshal en maken dat de kinderen goed hoorbaar zijn.  Er wordt opvallend weinig gegeten terwijl men winkelt. Maar de inpandige terrassen zijn goed bezet. Op een terras zitten oudere mensen, twee zijn aangeschoven in een scootmobiel en hebben , naar het lijkt, de dagelijkse gesprekjes met hun lotgenoten. Kleine gezelschapjes van vier à vijf mensen lijken van één familie: bijvoorbeeld oma, twee dochters en een kleinkind. In veel kleine gezelschappen wordt Arabisch gesproken. Maar ook soms Spaans of een Oost-Europese taal, althans zo lijkt het. Een kleine zeurt, het lopen moe, om opgetild te worden. Twee meisjes van ongeveer dertien, zitten naast me en wisselen het een en ander uit aan de hand van hun smartphone. Ze giechelen zoals Paul van Vliet het ooit bezong.

Op de achtergrond klinkt voortdurend muziek van lichte, verstrooiende aard. Steeds hoor ik wel ergens een kinderstem doorheen klinken. Een moeder duwt een winkelwagen voort met daarin twee kleintjes die kijken en lachen alsof ze in een draaimolen zitten. Een andere moeder krijgt meer vragen en opmerkingen van haar kleine dan ze aan lijkt te kunnen. Tussendoor schuift een oudere man voorbij die langzaam en voorzichtig loopt alsof hij bij een eenvoudig duwtje om zou kunnen vallen. Hij kijkt strak voor zich uit. Zo af en toe wordt een broodje hamburger in de loop genuttigd. Een aandachtig gesprek van drie mannen wordt onderbroken doordat twee ervan gelijktijdig opstaan en elkaar stevig omhelzen om vervolgens weer zittend met hun gesprek en kop koffie verder te gaan.

De gesprekken van voorbijgangers, en van hen die even blijven zitten, klinken opgewekt, men oogt betrokken op elkaar. Twee kinderen eten met veel uitroepen tussendoor hun ijsje. Hun moeder naast hen houdt het druppen van het ijs in de gaten en kijkt wat verveeld rond. Een jonge moeder duwt haar kinderwagen voort en loopt daarbij trots rechtop. Alleen lopende voorbijgangers raadplegen onderwijl hun smartphone en kijken af en toe verveeld in een etalage. De betreffende etaleurs kunnen een cursief creativiteit gebruiken.

(oktober -november 2018)

De Kop van Lombok

De wijk Lombok is de afgelopen verrijkt met een nieuwe moskee -ULU Camii- en het begin van deze  buurt is nu voorzien van een plein waarop wat nieuwe winkeltjes en restaurants zijn gevestigd. De twee trotse torens van de moskee zijn vanuit de trein beeldbepalend voor de skyline van de buurt. De moskee is op de begane grond voorzien van een thee- en eethuis. Ook dit islamitische godshuis wordt net als veel christelijke kerken multifunctioneel gebruikt. Vanuit het plein zijn op de achtergrond de torens van o.a. het stadskantoor, het NH-hotel en van het Hekking (WTC)-gebouw zichtbaar.

Het is een morgen in de lente, redelijk weer en het plein is nu, kwart over tien, nog zo goed als leeg. De terrassen zijn nog leeg. Er spelen enkele kinderen en er komt een mevrouw met een rollator voorbij. Bijna overbodig te melden dat veel mensen, jong en oud, van buitenlandse komaf zijn. Daartussen door gaan jonge Nederlandse moeders met kun kind in de buggy, jongelui op de OV-fiets met in een hand hun smartphone, jonge Marokkaanse vaders met aan elk hand een kind. Lombok heeft een veelkleurige bevolking en iedereen gaat er zijn gang. In de Damstraat en Kanaalstraat is er volop leven.

Er zijn nu nog meer winkels en winkeltjes dan tien jaar terug. Er doorheen wandelend hoor ik Arabisch, Spaans en Frans praten. Vrijwel elk pand heeft op de begane grond een winkel: veel groenten-en-fruitwinkels, maar ook kappers, reiswinkels, viswinkels, halalslagers en telefoonwinkels. Een aantal Nederlandse winkeliers ken ik nog van vroeger dagen, waaronder een beddenwinkel, een tijdschriften annex rookwarenzaak, een slijterij en de Albert Hein die nu de Damstraat een nieuw pand aan de overkant in gebruik heeft genomen. Het gebouw waarin zij huist is een groot tamelijk nieuw pand waarin aan de kant van de Vleutenseweg nog enkele neringdoenden zijn gevestigd en waar tevens de ingang is van een parkeergarage.

Aan de moskeekant heeft dit gebouw een gegolfde gevel van grijze stenen en op de vier verdiepingen zijn smalle hoge ramen van woningen. Hier beneden zijn enkel horecavestigingen-met-terras waar het bij mooi weer goed toeven is.

De goedopgeleide jongeren in deze wijk gaan per fiets of lopen met hun rugzak met stevige pas gericht naar hun bestemming. Daartussen door lopen zeer ontspannen exotisch uitgedoste jonge mensen te flaneren, met en zonder sluier of hoofddoek, en gaan rustig wandelend hun boodschappen doen.

Ook hier is het meer gewoon geworden dat je buiten de deur ontbijt of luncht, getuige de daartoe uitnodigende borden bij winkelpuien of op terrasjes. Allerlei geuren prikkelen mijn neus. De groentenwinkels en kruideniers hebben steevast hun verse waren onder een overkapping buiten gezet; de luifels zijn voorzien van bosjes gekleurde plastic zakken waarin de klant zelf het fruit en groenten in kan doen om binnen af te rekenen. Schoon kun je straat niet noemen. Naast de buitenlandse  kruidenierszaken liggen op de stoep lege dozen en kratten opgetast. De frequentie van het ophalen hiervan is mij niet bekend, ik vermoed: vrijwel dagelijks. Niet schoon maar wel vol leven

Witte bestelbusjes rijden af en aan om hun spullen bij de winkels te brengen. Kortdurende verkeersopstoppingen zijn hier gewoon, niemand die zich druk erover maakt. Oudere mensen met wandelstok, buggy met kleinkind of met rollator krijgen de tijd om over te steken. Veel Hollandse winkeliers hebben de afgelopen 30 jaar plaats gemaakt voor met name Marokkaanse ondernemers ook hier veel kleine horecavestigingen waar je een ontbijt, broodjes en koffie kunt krijgen.

Enkele weken later, op een zonnige zaterdag is het druk op straat, de groetenwinkels hebben nu grote bakken met veelkleurig fruit, appels en aardbeien, maar ook de meer exotische waaronder mango’s en bakbananen. De Damstraat en de Kanaalstraat zijn wat betreft verkeer drukke straten. Auto’s rijden met open ramen af en aan maar niemand laat zich erdoor ergeren bij het wachten bij kruispunten. Uit een enkele auto klinkt stevige met zware bassen verrijkte muziek. Voetgangers en fietsers gaan ook nu relaxed hun gang. Op straat wordt er niet gegeten en ook kinderen krijgen tijdens de boodschappen geen hapjes: het is Ramadantijd. Naast me op een bankje zit een mevrouw die als begeleider functioneert van een wat norse oudere man op een scootmobiel. Hij moppert op het vuil en de dozen op straat en de mevrouw wijst “allochtonen” aan als de schuldigen. “Zij komen uit een Derde Wereldland en zijn dat gewend.” De man vertelt dat hij vroeger ondernemer was, hij handelde in tweedehands medische apparatuur met Derde Wereld-partijen. Zijn bedrijf was gevestigd op de Bemuurde Weerd en raakte financieel aan de grond als gevolg van een echtscheiding. Hij vertelt dat hij op zijn slaapkamer nog een verzameling apparatuur heeft als aandenken en ook als hobby: hij meet van alles aan zijn lijf.

Een man op een fiets legt zijn dochtertje uit wanneer zij met haar fiets even moet stoppen en waar ze moet rijden. Een man loopt driftig te bellen terwijl hij met zekere pas zijn weg gaat naar zijn doel. De vrouwen van buitenlandse komaf lopen, vaak met taskarretje of buggy, en zie ik niet fietsen, behalve de jongere, die dan handig met hun donkere kleding op hun fiets manoeuvreren. Men gaat zijn gang en stoort zich niet aan anderen. Een oudere man schuifelt voorzichtig met een wandelstok vooruit. Het rustig rijdende verkeer wordt opgeschrikt door een in het zwarte geklede jongeman die luid laat horen dat hij trots is op zijn motor en de gashendel soepel kan bedienen. Hij oogst hoofdschuddende afkeurende blikken.

Op een muurtje raadpleegt een Afrikaan uitgebreid zijn mobiel, belt en neemt daarna weer langere tijd kennis van zijn schermpje en houdt daarbij soms zijn hand boven het scherm om de zon te weren. Een  groepje kauwen maakt luidruchtig ruzie over een stukje brood dat een van hen gevonden heeft. Het gevecht duurt slechts kort, een ervan is handig en gaat er snel met de buit vandoor.

Naarmate de dag vordert wordt het verkeer drukker en staan er soms een lange rij aan het begin van de Damstraat op doorgang te wachten. Het maakt dat er meer genoten kan worden van de muziek vanuit de open raampjes. Maar ook in deze files zie ik geen onrustige of vloekende automobilisten.

Multiculti lijkt hier te betekenen: ontspannen met soms een glimlach.

(april 2019)